woensdag 30 september 2020

Alles over Dordrecht

Van Aardenne als minister in de kamer

Laatste minister van Dordtse bodem Gijs van Aardenne heeft 25 jaar na overlijden nog geen straat

10 augustus 2020 (door Hans Berrevoets)

DORDRECHT - De laatste minister van Dordtse bodem, Gijs M.V. van Aardenne (1930-1995) is in zijn woonplaats Dordrecht (nog) niet met een straatnaam geëerd.

Hij overleed vandaag (10 augustus) op de kop af een kwart eeuw geleden. Van Aardenne was in totaal acht jaar minister, maar begon als gemeenteraadslid in Dordrecht in 1964. Hij diende de openbare zaak tot 1995 toen de ziekte ALS hem fataal werd.

De voorzitter van de eerste kamer Herman Tjeenk Willink vertelde over zijn (laatste) contacten met de excellentie in zijn herdenkingstoespraak op 5 september 1995. Hij bracht onder woorden dat de Dordtenaar zolang het nog kon niet de moed wilde opgeven.

De tekst is afkomstig uit de handelingen van de eerste kamer:

''Je moet de moed niet opgeven zolang het kan'', zei Gijs van Aardenne eind 1994, toen het onherroepelijk vaststond dat hij ongeneeslijk ziek was. Deze uitspraak zou ook het motto kunnen zijn voor het openbare leven van Van Aardenne. Tegelijkertijd was het een uiting van zijn geloof: ''Alles heeft zijn uur en ieder ding onder de hemel zijn tijd.''

Vlak voor mijn vakantie, begin augustus, belde ik hem op. Zijn stem was, naar zijn eigen zeggen, wat
gebarsten maar zijn geest was ongebroken. ''Ik hoop in de rest van de zomer wat op te knappen zodat ik niet iedere middag meer hoef te rusten. Ik krijg ook een andere auto waar de hele rolstoel in  kan. Alles kost wel moeite; niets gaat zo maar; maar ik doe mijn best.''

De moed niet opgeven zolang het kan. Op 10 augustus bleek het niet meer te kunnen."

Tot zover uit de handelingen van de eerste kamer in 1995.

De straatnaamgeving levert met regelmatig een debat op.

Sporen
Een aantal mensen uit Dordrecht, die hun sporen in het (landelijke) politieke bedrijf hebben nagelaten, is wel de laatste tien jaar bedacht met een vernoeming in de openbare ruimte.  Dat liep dan via de straatnamencommissie waarvan wethouder Piet H. Sleeking (Beter voor Dordt) de voorzitter is.

Jaap Burgerpark
PvdA kamerlid en minister Jaap Burger kreeg zo een plek in de geschiedenis met het Jaap Burgerpark.. Hij was voor de oorlog  een sociaal advocaat in Dordrecht en ging in de tweede wereldoorlog als Engeland-vaarder naar Londen toe om daar het landsbelang te dienen.   De familie Burger in Dordrecht hielp ook Joodse Dordtenaren onderduiken. In de jaren vijftig van de vorige eeuw was Jaap Burger als  fractievoorzitter van de PvdA in de kamer om zo mee het kabinet Drees op koers te houden. In 1973 was Jaap Burger nog  architect van het kabinet Den Uijl in zijn rol als informateur.

Wijnie Jabaaij
Ook het oud-raadslid en markant kamerlid Wijnie Jabaaij (PvdA) is vernoemd met een straatnaam. Ze had veel liefde opgevat door de Antillen en toen zij door gezondheidsproblemen gedwongen werd om af te zwaaien uit de landelijke politiek ging minister Jan de Koning met haar en zijn vrouw in Dordrecht uit eten. Wijnie  is ook niet vergeten door haar zoon Ronald Giphart, die over haar blijft schrijven vanuit zijn eigen herinneringen. Voordat Ronald bekend werd als schrijver, had zijn moeder zijn talent al ontdekt en onder woorden gebracht.

Bart Verbrugh
Bart Verbrugh zat jarenlang in de tweede kamer voor het GPV, een voorloper van de ChristenUnie. Hij heeft een straat op zijn naam gekregen in Crabbehof en de onthulling van op 19 juli  2012 (zijn verjaardag ).  Dr. Verbrugh was ook de ideoloog van de partij en zijn adres aan de Oranjelaan was ook jarenlang het contactadres van het landelijke GPV.  Hij was tevens aan de overkant van zijn huis - de HTS dus - leraar.

Het laatste raadslid van Dordrecht dat een straatnaam verdiende, was Jan Valster van de VVD. Hij was een spraakmakend gemeenteraadslid en ook nog voorzitter van de Dordtse Ondernemers Vereniging (DOV).

Piet Sleeking
Het college van b. en w. heeft inmiddels bepaald - op aangeven van wethouder en locoburgemeester Piet Sleeking - dat er ruimte is om ook burgemeesters weer te vernoemen. Voor de naamgeving is begonnen met de naoorlogse generatie eerste burgers: Bleeker, Van der Dussen, Van der Lee, Van Zuuren en Noorland. Om ook spraakmakend en historische wethouders eens een straat te geven, zoals in andere steden al wordt gedaan, lijkt nog niet aan de orde te zijn, alhoewel Van Zuuren ook de stad als wethouder diende voordat hij burgemeester werd.

Piet C. Janse
Dordrecht heeft in de loop van de  stad meer wethouders gehad, dan burgemeesters. Toch zijn zeker enkele namen te vinden, die om historische redenen, een plek verdienen op een straatnaambord. Piet C. Janse was in 1974 de politieke voorman van de PvdA, toen die partij op het toppunt stond van de macht met 19 van de 39 zetels. Hij bleef twintig jaar wethouder en RTV Rijnmond journalist Thijs Blom maakte zelfs de tongen los met een reportage om te collecteren voor een standbeeld van Piet Janse na zijn aftreden. In 2018 overleed politicus/theoloog Piet Janse. Volgens de huidige regels zou pas tien jaar na zijn dood over een Piet Janse straat gesproken kunnen worden. Dan is het 2028. Een gesprek over andere wethouders en politieke leiders die historie schreven is zeker ook weleens de moeite waard.

Vrouwen
Vanuit de samenleving en vanuit de gemeenteraad is ook aandaccht gevraagd om meer vrouwen een straat in de stad te geven. Het boek van Saskia Lensink over dochters van Dordt, dat in maart 2020 uit kwam, biedt genoeg aanknopingspunten.  

Jo Smit-Pieters (SDAP) werd in 1937 de eerste vrouwelijke wethouder van Dordrecht . Pas in 1972 werd mr. Dien Henny van Randwijk (VVD) de tweede vrouw die in het college kwam.

Tot nu toe zijn acht vrouwen wethouder van Dordrecht geweest.

Groen Links heeft al aandacht gevraagd voor Jenny Muilwijk: interdaad een gigant in de Nederlandse judo wereld. Ook zijn namen van vrouwen uit het verzet genoemd, zoals Leny Dicke.

Van Aardenne straat
Dien Henry was Van Aardenne in 1972 opgevolgd, toen die kamerlid werd. Zijn betekenis is breder dan zijn politieke partij. waar hij bekend stond als een liberaal met een brede blik. Premier Wim Kok herdacht begin september 1995 in de eerste kamer de Dordtenaar van de Hooikade als een verbinder.

In het verre verleden van de geschiedenis van de stad Dordrecht zijn nog maar enkele namen blijven leven van mensen, die landelijk politie  geschiedenis schreven als landbestuurder. Jacob Cats woonde dertien jaar (1623-1636) in Dordrecht voordat hij naar Den Haag vertrok en raadspensionaris werd. Het Catshuis was rond 1650 zijn woonhuis.

Johan de Witt werd kort daarna raadspensionaris in het landsbelang totdat hij in 1672 in Den Haag werd vermoord.   Simon van Slingelandt stamde uit het adellijke regentengeslacht van Slingelandt. Hij werd in 1664 in Dordrecht geboren en werd ook raadspensionaris. Het aardige is om nog eens verder in de stad rond te kijken om namen te vinden, die wel aan de vergetelheid zijn onttrokken. 

Anton Van Gijn
Bijvoorbeeld hoogleraar Anton van Gijn (1866-1933. Hij werd in Dordrecht geboren en was een jaar minister. Hij volgde  in 1916 Treub op, die wel een straat in Crabbehof kreeg.  De van Gijn weg is niet naar hem genoemd maar naar zijn halfbroer Simon, die ook het Van Gijn museum op zijn naam heeft staan.

Het is opvallend dat sommige burgemeesters van Dordrecht wel bijvoorbeeld in Rotterdam of Ridderkerk een straat op hun naam kregen, maar niet in Dordrecht. Zelfs wat betreft de literaire historie is Dordrecht terughoudender bij vernoemingen. Top Naeff had als schrijfster al veel onderscheidingen gekregen, maar werd in 1953 een maand voor haar dood pas ereburger van Dordrecht. Een straatnaam voor Top Naeff bij andere literaire vernoemingen in de Stadspolders werd vergeten. Later werd nabij villa Augustus voor het Top  Naeffpad gezorgd.

Godfried Bomans
Elders scoort Pieter Bas wel. Dordt doet anders: Godfried Bomans schreef zijn eerste boek over de in 1851 in Dordrecht geboren Pieter Bas, die later minister van onderwijs  werd. Andere plaatsen waar Pieter Bas in de  verbeelding van Bomans woonde, geven aan Pieter Bas wel een herdenkingsplek in de openbare ruimte.

Zo is er in Zaandam, Wageningen en Oosterhout wel  een Pieter Bas straat voor de geboren Dordtenaar.

Toen Pieter Verhoeve in Gouda als burgemeester werd geïnstalleerd reisde Pieter Bas in de toespraak van de oud-Dordtenaar mee, want door naar Gouda te gaan volgde hij de voetsporen van Pieter Bas.

'Eindelijk begin ik aan mijn blijde intocht als burgemeester van Gouda’. Verhoeve refereerde daarmee aan het leven van politicus Pieter Bas, de hoofdpersoon in het gelijknamige boek van van Godfried Bomans uit 1936.

Zie ook:

Deel dit bericht met je vrienden!