maandag 8 maart 2021

Alles over Dordrecht

Herman van Duinen wil ds. Johannes Lippius zichtbare plek geven in collectief geheugen van Dordrecht

20 februari 2021 (door De redactie)

DORDRECHT - De eerste protestantse predikant van Dordrecht, Johannes Lippius, verdient een plek in het collectief geheugen van de stad.

Volgend jaar - 2022 - is het daar een uitstekend moment voor. Dit pleidooi houdt Herman A. van Duinen, die in het verleden werd geridderd voor zijn niet aflatende inzet om belangrijke historische gebeurtenissen onder het stof van de geschiedenis te halen.

“In 2022 zal stil worden gestaan bij gebeurtenissen uit 1572, 450 jaar geleden. De herinnering aan ds. Lippius hoort dan ook een plek te krijgen. Ik heb me in het verleden uitgesproken om bijvoorbeeld de Kerkstraat in de binnenstad te veranderen in Lippiusstraat of Lippiusgang.

Een goed alternatief zou ook kunnen zijn dat op een historische plek een infobord komt over Lippius met daarop ook een QR code. Hierdoor komen belangstellenden met meer facetten in aanraking die samenhangen met de Tachtigjarige Oorlog van 1568 tot 1648, waarbij Dordrecht ook een grote rol speelde", aldus Herman A. van Duinen. 

Museum
Hij ziet kansen als bij de herinrichting van het museum Hof van Nederland ook Lippius meer aandacht krijgt in relatie tot zijn Dordtse periode. Ook was er in 1574 een synode in Dordrecht, van groot belang voor de vaderlandse kerk. Voorzitter was ds. Caspar van der Heyden; ook ds. Lippius maakte deel uit van deze vergadering, die werd gehouden in de refter (nu Statenzaal geheten) van het Augustijnenklooster.

Synode
Herman van Duinen zegt verder: Vol trots wordt Dordrecht ‘de stad van de Synode’ genoemd. We denken dan aan 1618‐1619. We kunnen ook zeggen ‘de stad van de Synoden’. Binnen nog geen 50 jaar zijn er drie belangrijke Synoden gehouden – in 1574, 1578 en 1618‐1619 – die zowel nationaal als internationaal van blijvende betekenis zijn geweest. Dat deze synoden hier gehouden konden worden is te danken aan de keuze van Dordrecht voor het calvinisme in 1572.

Het is dan ook verwonderlijk dat er in de stad niets zichtbaars herinnert aan deze belangrijke periode, dan de namen van twee basisscholen (de Johannes Bogermanschool en de Johannes Polyanderschool) en een plaquette in de Doelstraat m.b.t. tot de synode van 1618‐1619, maar geen enkele straatnaam.

JULI 1572 ‐ JOHANNES LIPPIUS, DE EERSTE PROTESTANTSE PREDIKANT VAN DORDRECHT
Herman A. van Duinen

De geboortedatum en plaats van Jan Lippens, later bekend onder de naam Johannes Lippius, is niet bekend. Voor 1553 woonde hij in Eeklo, daar hij in dat jaar met zijn gezin vanuit Eeklo in Vlaanderen naar Axel vertrok. Hij had daar 11 augustus een akte getekend om voor drie jaar een huis met hof te huren. In Axel had Lippius, van beroep chirurgijn, zich definitief tot het protestantisme bekeerd. In 1556 keerde hij als weduwnaar terug naar Eeklo, waar hij 1 september 1556 werd benoemd tot schepen. 1557 trad Johannes Lippius opnieuw in het huwelijk, met Martyne Ymans, dochter van oud‐baljuw Claies.
1 september 1557 werd Lippius tot burgemeester benoemd. In dat jaar brak een pestepidemie uit waarbij Lippius zich ontfermde over de pestlijders. Ondanks de zwakke economie gaf hij de stad opdracht geld voor verzorging ter beschikking te stellen. Ook liet hij vlees en vis leveren aan de cellebroeders die de pestlijders verzorgden. De heersende pest en de grote criminaliteit, kind van de armoede, baarden hem grote zorgen.
In dit verband maakte hij, samen met schepen Franchois Kervyn, ook protestantgezind, diverse reizen naar Gent, voornamelijk naar zijn broer Pieter Lippius, raadsheer bij de Raad van Vlaanderen en raadsman van Eeklo.
De winter van 1564‐65 was de koudste van de eeuw, gevolgd door mislukte oogsten. Door de oorlog met Scandinavië verminderde de invoer van graangewassen. 1566 werd dan ook het hongerjaar genoemd. De heersende armoede ten gevolge van honger en werkeloosheid was oorzaak van grote onvrede onder de bevolking.
De calvinisten lieten zich publiekelijk gelden door overal in de Nederlanden, vooral in Vlaanderen,
Henegouwen en Brabant openluchtbijeenkomsten, zogenaamde hagenpreken, te houden buiten de stad. Deze diensten werden het eerst gehouden in het Westerkwartier rondom Kassel, Hondschote en Veurne, verpauperde textielstadjes. Op 30 juni 1566 namen circa 30.000 mensen deel aan een bijeenkomst rond Antwerpen, bijgestaan door gewapende burgers.
In de woning van Lippius aan het Spriet kwamen calvinistische leiders bijeen om hagenpreken te organiseren.
11 juli 1566 werden de eerste hagenpreken bij Eeklo gehouden. ‘La première preche quy se faisoit par les sectaires fuist I’unzoesme de juillet 1566, du soir bien tard, comme à six ou dix heures, peu hors de la ville d'Eecloo, verklaarde de recent benoemde pastoor M. Pasia. Naar schatting bedroeg het aantal toehoorders tussen de 500 en 600, in de wetenschap dat op het bijwonen van dergelijke preken de doodstraf stond. De toehoorders waren hoofdzakelijk afkomstig uit Eeklo, waarvan sommigen gewapend.
Maar de preken waren slechts voorbode van een buitengewone ernstige opstand, de Beeldenstorm. Op 10 augustus brak de storm in Poperinge los en breidde zich snel uit: 20 augustus 1566 in Antwerpen ‐ 22 augustus in Gent en 23 augustus in Eeklo. In Eeklo stond een grote menigte klaar om het klooster van O.L.V ten Doorn binnen te dringen, maar de katholieke baljuw, Franchoys de Baets, kon de plundering tegenhouden. In Eeklo werden slechts een paar beelden en een kruisbeeld vernield. Kostbare stukken werden in veiligheid gebracht.

Op 5 februari 1667 kwam Graaf Egmont, Gouverneur‐generaal van Vlaanderen, die in zijn functie de hervorming moest tegengaan, naar Eeklo om de Magistraat, waaronder de calvinisten Johannes Lippius en Jooris Kervyn, op het stadhuis uit te horen met de vraag of zij toestemming hadden gegeven Hagenpreken te houden.

Daarop antwoordden Johannes Lippius en andere calvinisten dat zij van geen verbod afwisten en toonden zelfs aan de Graaf een door de overheid geschreven toestemming. Hierop vertrok Egmont en liet honderd krijgslieden in Eeklo achter om verder preken te beletten. In april ging baljuw Franchoys de Baets naar Brussel om Egmont in te lichten over het feit dat de calvinisten hun activiteiten niet staakten. Eind mei 1567 kwamen krijgslieden uit Gent en arresteerden enkele Eeklose calvinisten. Velen hadden echter de vlucht genomen, onder wie Johannes Lippius, die zich naar Emden (D) had begeven. Op godsdienstig gebied was Emden tijdens de Reformatie van groot belang voor de Nederlandse protestanten, die hier een veilig heenkomen vonden.

Wanneer Lippius theologie heeft gestudeerd of preekbevoegdheid heeft ontvangen, is niet bekend. In 1568 was hij als predikant werkzaam in Breda, daar zijn naam genoemd wordt in het vonnis van de Bloedraad d.d. 17 augustus 1568. Een jaar later werd hij predikant van een Nederlandse vluchtelingengemeente in Wezel. Hier was hij, naast onder meer Marnix van Sint‐Aldegonde, aanwezig op het Convent van Wezel, waar besluiten werden genomen die van invloed waren op het ontstaan van de eerste Nederlandse gereformeerde kerkorde. Ook nam hij deel aan de Synode van Emden, gehouden van 4‐13 oktober 1571.

Op de synode waren afgevaardigden aanwezig van kerken uit de Nederlanden en van Nederlandse
vluchtelingengemeenten in Duitsland. Hier werd een kerkorde opgesteld met 53 artikelen en besluiten genomen m.b.t de organisatie van de kerk.

Juli 1572 werd Lippius predikant in Dordrecht. In de kerkenraadsnotulen staat te lezen: ‘Anno 1572 in Julio soe is D. Johannes Lippius van Wesel binnen Dordrecht gecomen in sijnen dienst’. Lippius was hiermee de eerste predikant van de Nederduits Gereformeerde Kerk van Dordrecht. De eerste
gereformeerde kerkdienst werd zondag 27 juli 1572 gehouden in de kloosterkerk van de Augustijnen, de Augustijnenkerk.

5 juli 1573 werd voor de eerste maal het Heilig Avondmaal met de gemeente gehouden: ‘Den 5sten Julii is het Nachtmael voer d’eerste reyse gehouden binnen deser stede Dordrecht ende het getal der
communicanten is geweest 368’. Een half jaar later vond er weer een Avondmaalsdienst plaats: ‘Den 13sten Decembris soe is die gemeinte het Nachtmael des Heeren doer Joannem Lippium wederom angedient ende het getal der communicanten is geweest 463’. Een toename van bijna 100 avondmaalgangers.

21 maart 1574 nam prins Willem van Oranje deel aan het Heilig Avondmaal: ‘Ten selvigen dage heeft die Princelicke Exellentie met ons het broodt gebroken. Het getal der communicanten is alsdoen geweest 536’.
Van 15‐28 juni 1574 vond in Dordrecht in de refter van het Augustijnenklooster de eerst synode van de vaderlandse Gereformeerde Kerk plaats op bevrijd gebied. Ook Lippius, die al eerder het Convent van Wezel en de synode van Emden had bijgewoond, was als Dordts predikant aanwezig. ‘De besluiten van deze synode hebben voor eeuwen het kerkelijk leven in Nederland gestempeld’ ‐ (dr. R. H. Bremmer ‐ 1971).

In de notulen wordt Lippius voor het laatst genoemd in maart 1575, als hem wordt gevraagd de kleine catechismus van Calvijn uit het Frans te vertalen; 26 juni wordt zijn naam nog genoemd als notulist.
Wanneer Lippius predikant werd in Hulst en Hulster‐Ambacht is niet duidelijk. Zijn tweede vrouw,
Martyne Ymans overleed begin 1577 in Hulst, waarna Lippius 8 augustus 1577 opnieuw in het huwelijk trad, nu met Betteke Schoutet.

De naam van Lippius als predikant van Hulst komt nog voor in 1579, daarna wordt niets meer van hem vernomen.

Deel dit bericht met je vrienden!