Vader van cabaret JEAN-LOUISE PISUISSE schreef eeuw geleden historie in Dordrecht

21 november 2022 • 19:26 door Hans Berrevoets
Vader van cabaret JEAN-LOUISE PISUISSE schreef eeuw geleden historie in Dordrecht
Kunstmin in hedendaagse beeld

DORDRECHT - In Dordrecht en in het bijzonder in schouwburg KUNSTMIN werd een eeuw geleden cabarethistorie geschreven.

Jean-Louis Pisuisse (1880-1927), die vaak de vader van het Nederlandse cabaret wordt genoemd, werd zo boos op een publicatie in de Nieuwe Dordtsche Courant, dat hij bij Justitie een aanklacht indiende.

Pisuisse vond een waarschuwing tegen zijn voorstelling in schouwburg Kunstmin in de krant een grote belediging. Het was volgens hem een opzettelijke aantasting van zijn goede eer en naam.

Daarom poogde de artiest - die als journalist was begonnen - samen met zijn toenmalige vriendin Jenny Gilliams via de rechtbank aan het Steegoversloot zijn recht te halen. De eisen tegen de krant werden echter afgewezen.

In de Geschiedenis van het Nederlands cabaret van Wim Ibo - dat de periode 1895-1936 beschrijft - wordt deze Dordtse cabarethistorie genoemd.

,,En nu de moraal" is de titel van het in 1981 verschenen boek. Een cabaretpionier zoals Pisuisse werd vaak door fatsoensrakkers ,,schuin" genoemd. omdat ze geen vijgenblad voor hun mond namen, aldus Wim Ibo (1918-2000). Hij wordt nog steeds gezien als cabarethistoricus.

Journalist

Een journalist in Dordrecht nam in 1922 ook geen blad voor de mond en schreef: ,,Wees zo verstandig en breng des avonds geen bezoek aan het cabaret. Want hetgeen Pisuisse en zijn volgelingen daar aan het Dordtse publiek voortzetten moeten we beslist afkeuren. Voeg daarbij nog de walgelijke kleding der soubrettes en de maat die al vol was loopt schuimend over."

Toen Pisuisse liet weten zich beledigd te voelen, werd het ook landelijk nieuws. Daarin werd De Nieuwe Dordtsche Courant als een katholiek dagblad omschreven.

Krant

Het stak de krant dat Pisuisse - die ook journalist-liedjeszanger werd genoemd - naar Dordrecht was gehaald om enkele keren op te treden tijdens wat toen bekend stond als Dordtse Algemene winkel etalage tentoonstelling (afgekort als D.A.W.E.T.). Het evenement werd in 1922 voor de derde maal gehouden in Kunstmin.

De voorrecensie in de krant werd later door het tijdschrift Mannenadel en vrouweneer; orgaan van de Vereeniging "Voor Eer en Deugd" omschreven als een terechte waarschuwing van wat kan worden verwacht van een katholieke uitgave. De waarschuwing had volgens deze bron gewerkt, want de opkomst bij de voorstellingen in Kunstmin wordt omschreven als schraal.

Pisuisse zou ook rekening hebben gehouden met het publiek waarvoor hij in Dordrecht optrad, zo wordt nog gemeld. Daarover ontstond ook weer discussie.

De DAWET was voor de krant ook commercieel een belangrijke gebeurtenis. Er werden speciale reclame-bijlages gemaakt om het publiek te interesseren.

Failliet

Het conflict tussen de Dordtse krant en het cabaret-gezelschap van Pisuisse stond niet op zichzelf. Via twitter reageerde de voorzitter van de sticting historisch Platform, Arjan de Zeeuw op de volgende manier:


En op 8 december 1922 is het cabaret Pisuisse failliet verklaard. De invloed van de main stream media was een eeuw geleden al niet te onderschatten..




WIKIPEDIA:

Jenny Gilliams had een affaire met een ander lid van het gezelschap, Tjakko Kuiper, maar brak uiteindelijk met hem. Dat was voor Kuiper kennelijk niet te verteren: op 26 november 1927 schoot hij op het Rembrandtplein in Amsterdam zowel het echtpaar Pisuisse als zichzelf neer. Kuiper overleed ter plekke. Pisuisse werd nog naar het politiebureau aan de Halvemaansteeg gebracht, maar stierf daar, terwijl Gilliams een uur later in het Binnengasthuis bezweek.
Uitvaart
Op 1 december 1927 werden de Pisuisses onder grote belangstelling overgebracht van Amsterdam naar Den Haag, waar zij op de begraafplaats Oud Eik en Duinen werden begraven. Door een meningsverschil tussen de families Pisuisse en Gilliams werd Jenny Gilliams op 27 maart 1928 uit het graf van Pisuisse verwijderd en in het naastgelegen graf herbegraven. Fie Carelsen, die in 1970 het eigendomsrecht van het graf van Pisuisse verwierf, nam in haar testament op dat ze in zijn graf wilde worden bijgezet. Na haar overlijden in 1975 gebeurde dat daadwerkelijk.



Meer over:
Cookies

Deze website gebruikt noodzakelijke cookies voor een correcte werking en analytische cookies (geanonimiseerd) om de statistieken van de website bij te houden. Marketing cookies zijn nodig voor laden van externe content, zoals YouTube-video's of widgets van Sociale Media. Zie ons cookiebeleid voor meer informatie, of om je instellingen later aan te passen.