Joods overleg heeft kritiek op stelling: "Gemeente Dordt heeft geen joods vastgoed geroofd of aangekocht"

17 januari 2022 door de redactie

DORDRECHT - Het Centraal Joods Overleg (CJO) heeft kritiek geuit op de uitkomst van een gemeentelijk onderzoek naar de roof van joods vastgoed in Dordrecht.

CJO-voorzitter Ronny Naftaniel vindt dat het gemeentebestuur er zich te makkelijk vanaf heeft gemaakt.

Hij zegt dat op de website van het KRO-NCRV-platform Pointer, dat deze roofhandel al jaren vasthoudend onderzoekt.

De website Stolpersteine Dordrecht besteedt aan dit vervolg op het gemeentelijke onderzoek ook uitgebreid aandacht.

Website: www.stolpersteine-dordrecht.nl

 

(eerder bericht op basis van onderzoek gemeente)

DORDRECHT - Het gemeentebestuur van Dordrecht heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog geen joods vastgoed geroofd of aangekocht.

Dit is vast komen te staan na een recent onderzoek in opdracht van het college van B&W in de gemeentelijke archieven.

Of de gemeente na de oorlog aan teruggekeerde joden achterstallige gemeentelijke heffingen heeft opgelegd, is 'niet met honderd procent zekerheid' vast te stellen. Een 'groot deel van de financiële administratie' is namelijk vernietigd.

Roofhandel van Joodse Dordtenaren zou vooral door particulieren zijn gedaan.

Dit nieuws brengt de website Stolpersteine Dordrecht. Het complete verhaal is te vinden op de website. Met toestemming meldt Dordrecht.net slechts enkele delen daaruit.

Navraag bij de afdeling voorlichting leerde dat aan het onderzoek ook geen ruchtbaarheid was gegeven. Of zoals M.J.A. (‘Marc’) van Wijnen, woordvoerder van burgemeester Wouter Kolff (VVD), het uitdrukt: “We hebben hier niet proactief over gecommuniceerd.” Verontrustende bevindingen van het KRO-NRCV-programma Pointer brachten het college ertoe een onderzoek te laten uitvoeren. Pointer is in 2020 een groot onderzoeksproject gestart naar onteigend en doorverkocht joods onroerend goed. Op zijn website, maar ook in tv-programma’s werden de uitkomsten bekendgemaakt. Op basis van de zogenoemde Verkaufsbücher, waarin de Duitsers nauwgezet de handel bijhielden in 7108 panden en stukken grond van 1891 veelal joodse eigenaren, kon de vastgoedroof in kaart worden gebracht, 75 jaar na de oorlog.
        
De roofhandel betrof 224 gemeenten, waaronder Dordrecht. Volgens Pointer zijn in Dordrecht, verspreid door de stad, 44 panden van joden afgepakt en doorverkocht aan ‘oorlogskopers’: louche ondernemers, makelaars en vastgoedhandelaren, veertien van hen waren NSB’ers. Op de website van de Dordtse werkgroep Stolpersteine is over die transacties een uitvoerig, gedetailleerd, tweedelig dossier gepubliceerd. Daarin wordt gespecificeerd om welk huis op welk adres het ging, wie de eigenaar was, wie de koper werd, en op welke datum welke verkoopprijs ermee gemoeid was, zie Roof joodse huizen.
        
Gealarmeerd door Pointer zijn sinds de eerste onthullingen steeds meer gemeentebesturen nagegaan of zij zich destijds soms ook schuldig hebben gemaakt aan roofhandel in joods vastgoed. Begin december 2021 was volgens Pointer dit de actuele stand van zaken: 80 van de 224 Nederlandse gemeenten zijn een onafhankelijk onderzoek begonnen, zestien hebben het inmiddels afgerond. Nog eens 21 zeggen onderzoek te overwegen. Op haar website is via een kaart met verschillende kleuren te volgen welke gemeenten onderzoek doen, ermee klaar zijn en welke vooralsnog niet meedoen, zie pointer.kro-ncrv.nl/onderzoeken/de-vastgoedboeken.

Het onderzoek, in opdracht van het college van B&W uitgevoerd in de gemeentelijke archieven, blijkt ook al te zijn afgerond. Van Wijnen laat weten dat het voor het college cirkelde om twee vragen. De ene vraag (en het antwoord daarop luidde):

Vraag 1: In hoeverre heeft de gemeente Dordrecht tijdens de bezetting onroerend goed aangekocht dat eigendom was van Joodse burgers en zo ja, heeft er nadien rechtsherstel plaatsgevonden?

Het antwoord: “Volgens de publicatie van Pointer over de Verkaufsbücher betreft het in Dordrecht 29 woningen*. Deze waren eigendom van Joodse burgers en zijn in de oorlogsjaren, met name in 1943 en 1944, aan particulieren verkocht. De verkoop werd geregeld door het landelijk opererende ANBO (Algemeen Nederlandse Beheer van Onroerende Goederen). Uit de in de gemeentelijke archiefbewaarplaats berustende archieven blijkt uit niets dat de gemeente Dordrecht directe bemoeienis heeft gehad met de verkoop en dat ze ook geen van de woningen heeft aangekocht.”

Vraag 2: Heeft de gemeente Dordrecht na afloop van de Tweede Wereldoorlog naheffingen voor straatbelasting of andere belastingen over onroerend goed gevorderd van Joodse eigenaren, dan wel van hun nabestaanden?

Het antwoord: “In Dordrecht werd geen erfpachtbelasting geheven. Uit de archieven kan ook niet worden vastgesteld of de gemeente naheffingen van andere belastingen aan teruggekeerde Joodse inwoners heeft opgelegd. Er zijn bijvoorbeeld geen bezwaarschriften tegen aanslagen terug te vinden. Aangezien een groot deel van de financiële administratie, waaronder ook de belastingheffing, niet voor blijvende bewaring in aanmerking komt, zijn alle uitvoeringshandelingen conform de Archiefwet vernietigd. Er kan hierdoor dus niet met honderd procent zekerheid gesteld worden dat er geen naheffingen hebben plaatsgevonden.”

Met andere woorden: de conclusie moet zijn dat het uitsluitend particulieren zijn geweest die zich in Dordrecht schuldig hebben gemaakt aan roofhandel.

meer nieuws op de website van de Dordtse stichting Stolpersteine.

 

Meer over:
Cookies

Deze website gebruikt noodzakelijke cookies voor een correcte werking en analytische cookies (geanonimiseerd) om de statistieken van de website bij te houden. Marketing cookies zijn nodig voor laden van externe content, zoals YouTube-video's of widgets van Sociale Media. Zie ons cookiebeleid voor meer informatie, of om je instellingen later aan te passen.