Herman A. van Duinen hoopt nu op Johannes Lippius in omgeving museum Hof van Nederland in Dordrecht

24 december 2021 door de redactie
Herman A. van Duinen hoopt nu op Johannes Lippius in omgeving museum Hof van Nederland in Dordrecht
Augustijnenkerk: De eerste predikant van Dordt, Lippius en Luther-monnik Van Zutphen gingen er voor

DORDRECHT - Dordtenaar Herman A. van Duinen zet zich opnieuw in om Johannes Lippius, de eerste protestantse predikant van Dordrecht in 1572, een straatnaam te geven. Zijn eerste idee om de Kerkstraat daarvoor om te dopen, haalde het niet. Die straat werd onlangs in stilte omgedoopt tot Synodestraat.

Van Duinen hoopt dat de naamgeving van ds. Lippius door de gemeentelijke straatnamencommissie wordt opgepakt nu de stad zich opmaakt voor 450 jaar Eerste Vrije Statenvergadering in 2022 in Dordrecht. Dat is onderdeel van het programma Geboorte van Nederland, waarin ruim veertig gemeentes zijn verbonden.

De leraar van eens het Wartburgcollege is vanaf 2018 bezig om ds. Lippius een plek te geven in; het collectief geheugen van de stad Dordrecht.

Nu doet zich een nieuwe gelegenheid voor. Op 27 juli 1572, volgend jaar 450 jaar geleden, vond in de Augustijnenkerk de eerste protestantse kerkdienst plaats. Deze dienst werd geleid door ds. Johannes Lippius.

Dat is voor Van Duinen de aanleiding om Lippius wederom op de kaart te zetten. De Augustijnenkerk denkt al na hoe in het kader van de Geboorte van Nederland ook de eerste protestantse dienst kan worden herdacht. De Augustijnenkerk was voor 1572 onderdeel van het Augustijnenklooster. Kloosterlingen zoals Hendrik van Zutphen, die rond 1518 al de Nije Leer in Dordrecht verkondigde ook volgens de visie van kerkhervormer Maarten Luther.

De Nije Leer (bron archief Dordrecht)
Hendrik van Zutphen studeerde als augustijner monnik filosofie en enkele jaren later theologie te Wittenberg. Eerst subprior van het augustijnenklooster te Keulen, was hij van 1516 tot 1519 prior van de augustijnen te Dordrecht en later nog te Antwerpen. In die functie hervormde hij de kloosters en verkondigde de Lutherse leer zowel binnen als buiten de kerk. Hendrik van Zutphen was een indrukwekkend prediker die vele toehoorders trok. Hij aanvaardde in 1524 een beroep naar Meldorf (Dithmarschen, Noord-Duitsland) waar hij op aanstichting van kerkelijke tegenstanders werd gemarteld en vermoord.

Hendrik van Zutphen moet op jonge leeftijd ingetreden zijn in één van de zes Nederlandse augustijnenkloosters. In 1508 werd hij namelijk aan de universiteit van Wittenberg ingeschreven onder de naam Fra. Hinricus Gelrie de Zutphania ord. Augustini (Augustijner Orde). In welk augustijnenklooster hij zijn intrede deed, Maastricht, Middelburg, Dordrecht, Haarlem, Enkhuizen of Appingedam, en de reden van zijn keus zijn onbekend. Van 1508 tot 1514 studeerde Hendrik in Wittenberg, waar hij het ‘studium logicale’ en de studie filosofie volgde. Als lector verliet hij in 1514 Wittenberg en werd subprior van het tot de Congregatie van Saksen behorende augustijnenklooster in Keulen. Deze congregatie was een hervormingsbeweging die het oorspronkelijk kloosterideaal opnieuw tot leven trachtte te brengen. In 1516 volgde zijn benoeming tot prior van het augustijnenklooster in Dordrecht. Dit klooster was, na een grote brand in 1512 en wederopbouw, onder dwang van landsheer Karel V en de Dordtse magistraat overgegaan tot de Saksische Observantencongregatie. Hendrik van Zutphen reformeerde het klooster tot de strenge kloosterregels van de congregatie. Luther, op dat moment waarnemend vicaris-generaal, keurde die drastische handelwijze niet goed. Uiteindelijk keerde, door de komst van magister Johannes Spangenberg uit Keulen, de rust weer.

In 1518 ontstonden er weer problemen in Dordrecht, waarbij het zou gaan om een Lutherse reformatie. Vier, volgens predikant en historicus G.D.J. Schotel (1807-1892), augustijner monniken met hun prior maakten ‘de Gemeente van Dordrecht in den Biechte wijs niet alleen tegen die waerachtigheyt, maer ook tegen ´t gemeen welvaren van de Stadt’. In een brief van 8 maart 1518 werd aan de meester-provinciaal in Keulen, Willem van Alkmaar verzocht deze monniken te verwijderen en daarvoor in de plaats ‘Priesters en Biechtvaders van verstande’ in het klooster te plaatsen. Omdat Willem van Alkmaar een ontwijkend antwoord gaf, nam het stadsbestuur, mede op advies van stadspensionaris Floris Oem van Wijngaarden dat ‘men den brant in ’t beginsel most slissen’, zelf een besluit en werden de vier monniken met hun prior uit de stad verbannen en weken zij uit naar Antwerpen.

Meer over:
Cookies

Deze website gebruikt noodzakelijke cookies voor een correcte werking en analytische cookies (geanonimiseerd) om de statistieken van de website bij te houden. Marketing cookies zijn nodig voor laden van externe content, zoals YouTube-video's of widgets van Sociale Media. Zie ons cookiebeleid voor meer informatie, of om je instellingen later aan te passen.