Peter Dillingh 12,5 jaar historisch onderzoeker in Dordrecht

28 februari 2011

DORDRECHT – Historicus Peter Dillingh doet in Dordrecht regelmatig ontdekkingen. Hij is een echte onderzoeker, waarvoor zijn rubriek in het kerkblad KERK OP DORDT nu de rode draad is. Binnenkort is Peter Dillingh zo 12,5 jaar bezig.

Hij is echter ook eindredacteur van het landelijke gereformeerde geschiedenisblad en secretaris van het Platform Stedelijke Herdenking. Verder werkt de Dordtenaar, die in het dagelijks leven beleidsadviseur is van de Kamerfractie van het CDA, aan een boek kerken van Dordrecht. Oud Dordrecht zal dat in de toekomst als jaarboek gaan uitgeven. Peter schreef al eerder enkele boeken over de geschiedenis van de Wilhelminakerk, de Petruskapel en de Maranathakerk.

Jubilaris Peter Dillingh blikt zelf terug op zijn  zoektocht 1998-2011 onder het motto ook: nieuwe bronnen, nieuwe mogelijkheden:

Mijn eerste stukje stond in de gereformeerde kerkbode van 19 september 1998. Ik was lid van werkgroep 100 jaar Wilhelminakerk, die het eeuwfeest in 1999 voorbereidde. Ik was bezig met de geschiedschrijving van de kerk en deed in de kerkbode een oproep voor materiaal.

De mooiste ontdekkingen zijn die, waardoor je dichter bij de mensen van vroeger, bij het leven van vroeger komt. Vaak scheppen kerkeraadsnotulen afstand, als ze vooral een formele weergave zijn van besluiten. Soms ontmoet je in kerkeraadsnotulen mensen van vlees en bloed.

Ik was ontroerd door het verhaal van Hendrik Vermeer in de kerkeraadsnotulen van 1842. Met de kennis van nu zouden we hem de eerste homo in de Afgescheiden gemeente kunnen noemen. Hij was kleermaker, een van de eerste leden van de gemeente, gekozen als collectant. Maar toen er een aanklacht tegen hem werd ingediend, werd hij uit de kerk gezet. Dan heb ik verdriet om wat er is gebeurd, ook al is het zoveel jaar geleden.

Ik verdiepte me in de geschiedenis van het orgel en de eerste organist in 1842, Engel Colin. Hij leek me een lastige man, die zich vanaf de orgelbank bemoeide met de kerkelijke strijd in de Afgescheiden gemeente. Toen ik in de burgerlijke stand zijn vrouw en kinderen natrok, las ik dat ze elf kinderen hadden verloren, van wie er negen doodgeboren waren. Dan moet ik mijn gemakkelijke oordeel over hem loslaten en gewoon even stil zijn.

Het orgelfront verbergt trouwens ook bijzondere sporen uit het verleden. Bij de restauratie van de frontpijpen ontdekte Jan Jongepier een inscriptie in de grootste pijp, ter herinnering aan de plaatsing in de kerk in het Kromhout in 1842. En Wendeline Wilmink ontdekte in potlood de namen van een aantal mensen die hebben gewerkt aan de plaatsing in de Wilhelminakerk in 1900.

Het was een eer om in 1999 een kleindochter van de architect van de Wilhelminakerk, Tjeerd Kuipers, in hun te hebben. Carla Sondaar-Kuipers uit Meppel opende op zaterdag 16 oktober 1999 een fototentoonstelling van het werk van haar grootvader met persoonlijke herinneringen en voorwerpen uit zijn huis. Ze vertelde levendig en met genegenheid over hem. Een mand vol rekwisieten had zij meegebracht: (stereo)foto’s, haar poëziealbum, een flesje Vichy-zout, een deurklopper. Zo kwam Tjeerd Kuipers als grootvader dichterbij.

Dat ik me thuis voelde in de Wilhelminakerk, had zeker ook te maken met Gerard Los die het orgel bespeelde toen ik er voor het eerst binnenkwam in 1997. In 2000 herdachten we in de Wilhelminakerk de honderdste geboortedag van Cor Visser, die jarenlang organist was van de Grotekerk. Een mooie ontdekking was een fuga uit zijn muzikale nalatenschap, die Gerard Los speelde op Open Monumentendag van dat jaar.

Door mijn onderzoek naar de ideeën van Abraham Kuyper, die zijn uitgewerkt in het ontwerp van de Wilhelminakerk, kwam ik in contact met ds. en mevr. G. Kuijpers aan het Van Hogendorpplantsoen. In een chiffonnière bewaarden zij de jaargangen van “De Heraut”, vanaf het Doleantiejaar 1886 tot en met het laatste nummer uit 1945: vijf laden vol.
Op zijn studeerkamer had ds. Kuijpers een gipsen kop van Kuyper staan. En in de kasten tal van boeken en brochures van Kuyper.

Bij de bouw van de Wilhelminakerk is Kuyper niet persoonlijk betrokken geweest. Maar hij heeft wel regelmatig in Dordrecht gesproken. Voor de eerste keer al vrij vroeg in zijn carrière, in 1871, in de schouwburg van Van Peere, waar tegenwoordig Pandora zit. Toen hij in 1874 in de Kamer werd gekozen, kreeg hij een hartelijke felicitatie uit Dordrecht van de leden van leesgezelschap Waarheidsliefde. Met de felicitatie stuurden ze een ledenlijst mee: in Dordrecht is die niet bewaard gebleven, maar in het Kuyper-archief wel.

Nieuwe bronnen openen nieuwe mogelijkheden. De laatste jaren zijn veel kranten digitaal beschikbaar gekomen. Zo vond ik een advertentie uit oktober 1842 voor een brochure waarin Machiel Verhoeven getuigt van zijn bekering, uitgegeven ten bate van de Afgescheiden gemeente: Het eene noodige of eene opwekkende toespraak aan al mijne stad- en landgenooten om Jezus te zoeken. Het was een uitgave van organist Engel Colin, die ik anders niet op het spoor gekomen zou zijn. In Dordrecht is die niet bewaard gebleven, maar gelukkig wel in de Koninklijke Bibliotheek!

Gerelateerde wijken:
Gerelateerde straten:
Meer over:
Cookies

Deze website gebruikt noodzakelijke cookies voor een correcte werking en analytische cookies (geanonimiseerd) om de statistieken van de website bij te houden. Marketing cookies zijn nodig voor laden van externe content, zoals YouTube-video's of widgets van Sociale Media. Zie ons cookiebeleid voor meer informatie, of om je instellingen later aan te passen.