Minstens 850 slachtoffers uit Dordrecht in de tweede weredoorlog

03 mei 2011

DORDRECHT –  Uit Dordrecht zijn minstens 850 mensen slachtoffer geworden door het geweld van de  tweede wereldoorlog. Dit voorlopige cijfer kan op basis van onderzoek als tussen balans worden vastgesteld.

Tot nu toe werd uitgegaan van een slachtofferlijst uit juli 1945 met 408 namen. Vanaf 1989 hebben de namen van 211 Joodse slachtoffers in het Stadhuis een herinneringsplek.

Tijdens de herdenkingsbijeenkomst in de kerk op de hoek Singel/Dubbeldamseweg, 4 mei vooraf gaande aan de dodenherdenking, wordt het getal van minstens 850 slachtoffers voor de eerste keer in het openbaar uitgesproken door de voorzitter Hans Berrevoets van het Platform Stedelijke herdenking.

Rikie Bansberg, coördinator  van centrum de Buitenwacht, zal in de herdenkingsbijeenkomst een aantal namen noemen. Zij zal aangeven waarom het in herinnering houden van namen zo belangrijk is.

De gecombineerde verlieslijst komt zaterdag 7 mei voor in de openbaarheid. Na een toelichting door de voorzitter van het Platform Stedelijke Herdenking, Hans Berrevoets, onthult wethouder Rinette Reynvaan de voorlopige namenlijst op de website van museum 40-45. Dat gebeurt tijdens de plechtigheden rond het 25 jarig bestaan van het museum in het pand aan de Nieuwe Haven.

De voorlopige lijst is een aanzet om slachtoffers een vaste plek in het collectief geheugen van Dordrecht te geven. De historische commissie van het Platform Stedelijke Herdenking heeft de lijst na langdurig onderzoek samengesteld om een ieder de kans te geven te reageren en ook om eventueel met nieuwe namen te komen.  Alle commentaren worden bij het verdere onderzoek betrokken. Het Platform hecht aan  zorgvuldigheid. Als er behoefte is aan openbare bijeenkomst over de namenlijst dan wordt deze gehouden in het najaar.  
Een agendapunt zal dan zijn: "welke normen worden anno 2011 gehanteerd, om namen wel of niet op te nemen in de definitieve namenlijst".  Het beeld van het verleden is minder zwart/wit dan direct na de oorlog en over het grijze gebied daartussen kunnen de meningen verschuiven.

Het Platform Stedelijke Herdenking hoopt vervolgens van de gemeenteraad medewerking te krijgen voor een herdenkingsplek voor de namen. Als mogelijke plaatsen die daarvoor eventueel in aanmerking zouden kunnen komen is gedacht aan: nabij het bevrijdingsmonument van Hans Petri in park Merwesteyn, nabij het Sumatraplein of eventueel in of nabij de oude aula van begraafplaats Essenhof.    
Enkele jaren geleden hebben historici, die lid zijn van het Platform, besloten samen te werken. Het museum 40-45 beschikte inmiddels, vooral door de inzet van voorzitter Theo Berendsen, over een derde lijst met nieuwe namen, die konden worden gecombineerd met de namen van 1945 en 1989.  Bij het werk in de historische commissie van het Platform waren verder betrokken: historicus Cees Weltevrede, de onderzoekers Gert van Bemmel en Peter Dillingh’, de voorzitter van Platform-voorzitter Hans Berrevoets  en de in oktober 2010 overleden Jens van der Vorm de Rijke.

Drs. Cees Weltevrede is gezaghebbend als historicus over de tweede wereldoorlog op het eiland van Dordrecht en ook betrokken bij het erfgoedcentrum DiEP. Hij is vooral bekend als onderzoeker naar de Joodse gemeenschap in Dordrecht. Weltevrede  is nog steeds van plan om te promoveren op de geschiedenis van de Joodse Dordtenaren van 1930 tot heden. Dat hoopt hij definitief te kunnen doen na zijn pensionering in 2015.
Gert van Bemmel kwam achter veel nog onbekende slachtoffers van de bombardementen op Dordrecht, waarbij vooral het bombardement op 24 oktober 1944 op park Merwesteyn veel mogelijkheden tot nader onderzoek gaf. Hij sprak met veel nabestaanden, die hem van nieuwe feiten voorzagen.

Peter Dillingh’ , secretaris van het Platform Stedelijke herdenking,  werkte aan het onderzoek mee en is vooral specialist op kerkelijk gebied.  Hij is landelijk eindredacteur van een kerkelijk historische tijdschrift.
Wijlen Jens van der Vorm de Rijke kon, als  opvolger van zijn vader Jan Andries, een grote deskundige worden genoemd op het gebied van de oorlog in de meidagen van 1940 op het eiland van Dordrecht. Jens keek met name naar de militaire kant aan zowel de Nederlandse als Duitse zijde. De herdenkingsmanifestatie Dordt-open-stad was zijn idee.

De voorzitter van het museum 40-45, Theo Berendsen, zegt dat het onderzoek dankzij nieuwe mogelijkheden via internet nieuwe feiten en nieuwe namen opleverde. De commissie van historici van het Platform Stedelijke Herdenking beschouwt de normen  op basis waarvan namen zijn toegelaten tot de lijst van minstens 850 slachtoffers als voorlopig. Hierover zal, mede op basis van commentaren, in het najaar nog nader overleg worden gevoerd.

RTV Rijnmond besteedt zowel op radio als op TV aandacht aan de verlieslijst vanuit Dordrecht. In het gesprek met verslaggever Thijs Blom worden drie herdenkingsplekken genoemd voor de namen. Naast park Merwesteyn en oude aula Essenhof wordt ook het Stadhuis een mogelijkheid genoemd.
 

Meer over:
Cookies

Deze website gebruikt noodzakelijke cookies voor een correcte werking en analytische cookies (geanonimiseerd) om de statistieken van de website bij te houden. Marketing cookies zijn nodig voor laden van externe content, zoals YouTube-video's of widgets van Sociale Media. Zie ons cookiebeleid voor meer informatie, of om je instellingen later aan te passen.