Saneringsplan 1962 staat uitgebreid in boek Geschiedenis van Dordrecht

30 december 2011

DORDRECHT - Het eiland van Dordrecht heeft een historisch hart, dat niet centraal ligt. Daarom is in het verleden op allerlei manieren over verkeerscirculatie nagedacht. 

In het standaardwerk Geschiedenis van Dordrecht 1813-2000 wordt de door de meerderheid van de gemeenteraad van Dordrecht op 17 januari 1962 radicaal afgewezen. Dordrecht zou meer dan andere steden te ver zijn doorgeschoten en pas onder PvdA-wethouder Nico Lamers werd het roer omgegooid. Dat was in 1976. De geschiedenis van Dordt is via internet na te lezen.

Ook Jaap Bouman van www.dordt.nl zette gegevens op een rij

Andere waarnemers geven weer als visie op saneren toen:

In 1949 vroeg gemeente Dordrecht het bureau van Van Tijen en Maaskant een saneringsplan voor 'Groot-Dordrecht' te maken. In de werkenlijst van het bureau staat het Sanerings- en Reconstructieplan Binnenstad Dordrecht op naam van Wissing. Hij kreeg deze opdracht vanwege de ervaring die hij had opgedaan met de stedenbouwkundige plannen voor Vlaardingen.

De moeilijkheid van de opgave was om met behoud van karakter en de historische en architectonische waardevolle elementen van de stad een saneringsplan te maken dat het stadshart weer goed zou laten functioneren.

De provinciale adviescommissie waar onder andere S.J. van Embden deel van uitmaakte, bekritiseerde het plan omdat het geen rekening hield met de structuur van de stad en de stad niet goed in groter verband bracht. De gemeente schakelde in 1957 Van Embden in om Wissing bij te staan. Het Basisplan voor de Sanering van Dordrechts Binnenstad werd in mei 1958 goedgekeurd en diende als basis voor het in 1961 goedgekeurde Sanerings- en Reconstructieplan Binnenstad.Het Sanerings- en Reconstructieplan Binnenstad is een goed voorbeeld van cityvorming. Het plan richt zich vooral op de verbetering van de verkeerscirculatie.

Als uitgangspunt diende de historische binnenstad zoveel mogelijk behouden te blijven. Maar de binnenstad was sterk vervallen. Het verval werd tegengegaan door verkeersverbindingen tussen de binnenstad als winkelcentrum en de gebieden die het centrum bediende: de uitbreidingswijken, het platteland en de nieuwe stedelijke woongebieden aan de overzijde van het water zoals Papendrecht, Zwijndrecht, Hendrik-Ido-Ambacht en 's-Gravendeel. Gezien vanuit het perspectief van deze agglomeratie zou de binnenstad van Dordrecht centraal komen te liggen. De binnenstad moest vanuit de periferie goed bereikbaar worden.

Verbetering van de verkeerscirculatie zou geschieden door verkeersdoorbraken en het openhouden van aansluitingsmogelijkheden in verband met de toekomstige oeververbindingen. Dit was mogelijk binnen de bestaande, historisch gegroeide structuur van radiale wegen. Om de aan- en afvoer soepel te laten verlopen, was een gordelweg nodig, aangevuld met een extra radiale verbinding tussen het centrum en het station. Als eindpunt van twee nieuwe doorbraakwegen projecteerden Wissing en Van Embden een plein.De binnenstad werd als city in zones geherprogrammeerd. De oude havens werden gecombineerd met kantoren, ambachtsbedrijven en woningen.

Het rivierfront was bestemd voor horeca. De winkelstraten bleven gehandhaafd. Men dacht erover de winkelstraten autovrij te maken en bedieningsstraten en -hoven achter de winkelstraten aan te leggen. Langs de weg van het station naar het centrum en de gordelweg, die als brede boulevards werden gedacht, zouden openbare gebouwen, kantoren en een enkele hoge woonflat verrijzen.Om de doorbraken en nieuwbouw te kunnen realiseren, moest historische bebouwing worden gesloopt.

(Grote Pollerdebat over verkeerscirculatie anno 2012 op 18 januari Dordrechts Museum)

Meer over:
Cookies

Deze website gebruikt noodzakelijke cookies voor een correcte werking en analytische cookies (geanonimiseerd) om de statistieken van de website bij te houden. Marketing cookies zijn nodig voor laden van externe content, zoals YouTube-video's of widgets van Sociale Media. Zie ons cookiebeleid voor meer informatie, of om je instellingen later aan te passen.