Eerste sanering historisch Dordrecht was al in negentiende eeuw

16 januari 2012

DORDRECHT – Het is een historische datum in de boeken is 17 januari 1962 en dus een datum voor de Dordtse historische kalender. Vijftig jaar later – in de week van het Grote Stadsdebat rond pollers – past een terugblik. Het gaat dan niet alleen om de twintigste eeuw, maar ook de negentiende eeuw betekende veel voor de historische uitstraling van de gemeente Dordrecht als oudste stad van Holland.  Journalist Kees van Tol maakte daarom al een zogeheten Tijdreis voor Ad De Dordtenaar (6 januari 2012). Dordt Centraal opende er een vrijdagkrant mee om 17 januari 1962-2012 te verbinden.

Statenplein, Spuiboulevard en Grote Markt horen niet tot het historisch stratenpatroon van de oudste stad van Holland. Deze beeldbepalende plekken in het Dordrecht van nu zijn geboren op de tekentafel. De gemeenteraad van Dordrecht besloot op 17 januari 1962 tot sloop van panden om ruimte te maken voor (auto) wegen, economische ontwikkeling en nieuwe pleinen.   Dat is vijftig jaar geleden dus, zo meldt de Dordtse Historische kalender van erfgoedcentrum DiEP.

Het feit over het Dordrecht van toen  is weer actueel nu op woensdag 18 januari 2012 vanaf zeven uur het Grote Pollerdebat losbarst in het Dordrechts Museum. Het woord Poller staat symbool voor mogelijkheden om het verkeer door de binnenstad te laten circuleren of juist om halt te laten houden.
Het is een populaire vertaling van hoe gaat je om met het historische Dordrecht en de belangen van nu.  Het debat in het museum zal circa vijf kwartier duren. Daarna is er volop gelegenheid om onderling door te praten in het museum en om te verkennen, hoe de meningen in de politiek en bij belangenorganisaties liggen.
Het debat staat niet op zichzelf. De gemeente is druk bezig om het verkeerscirculatieplan, waarvan de pollers een onderdeel zijn, tegen het licht te houden. Na 18 januari 2012 zal er nog veel discussie en debat volgen, totdat er een besluit in de  gemeenteraad kan worden genomen.

De discussie over het autoluw of autovrij maken van de binnenstad van Dordrecht heeft anno 2012 een andere toon dan in de jaren vijftig van de vorige eeuw. De gemeenteraad van Dordrecht concludeerde toen- al in 1958 -  dat de zwijgende meerderheid van de bevolking vond dat het autoverkeer alle ruimte moest krijgen door de historische binnenstad om de stad economisch goed te laten functioneren. De Spuiboulevard moest uitgroeien tot een grote Rondweg tussen de grens van de historische stad en wat met name in de negentiende eeuw is bijgebouwd. Dat heet dan ook de negentiende eeuws schil om het oude Dordrecht.

Overigens: De sanering in de jaren zestig van de vorige eeuw geniet in het geheugen van mensen de grootste bekendheid. Dat komt ook mede dat de sloop van bijvoorbeeld het oude gymnasium aan de Spuiboulevard/Cornelis de Wittstraat  en het oude Postkantoor aan het Bagijnhof tot de recente geschiedenis wordt gerekend. Echter ook van de Joodse buurt in de stad is niks meer over. Dat heet nu Varkemmarkt en Grote Markt.  Aan een flatmuur aan de markt wordt dat nog in herinnering gehouden.

Het uiterlijk van de stad is niet alleen in de twintigste eeuw, maar ook in de negentiende eeuw stevig veranderd. Na de Franse tijd (1813) kwamen schilders naar Dordrecht toe, dat zich nog liet kennen als de  stad van schilder Albert Cuyp (1620-1691). Oude gebouwen zoals de Doelen en het gasthuis, de stadsmuren en poorten werden gesloopt. Zelfs de plek waar de Dordtse synode van 1618-1619 werd gehouden ging van de kaart. De grachten werden gedempt uit oogpunt van hygiëne. Dordrecht krijgt een nieuw uiterlijk op sommige plekken door fabrieken. In 1872 werd het station geopend.
Grote Kerk, Groothoofd, het historische Hof, waren gebouwen, die toen buiten de discussie bleven staan.
Stedenbouwkundigen van toen vonden de veranderingen ook nodig, want Dordrecht kon zich niet meer binnen de oude muren uitbreiden als stad aan het water van Oude Maas en Merwede.

De historische binnenstad kwam na de tweede wereldoorlog opnieuw scherp op de tekentafel te liggen. Historicus Jaap Bouman heeft de geschiedenis meermalen beschreven in zijn rubrieken in het Vrije Volk en Dagblad De Dordtenaar. Ook voor de serie Dordt zoals het was maakte hij een reconstructie. Hij dateert het begin van de discussie, die dertien jaar duurde, in 1949. ,,B en W had toen de beslissing genomen dat er wat aan de binnenstad moest gebeuren. Het commerciële hart van de stad was ontoegankelijk voor het moderne autoverkeer. Er werd een aantal deskundigen benaderd en na een wat schimmige schifting viel uiteindelijk de keus op het Rotterdamse bureau Van Tijen en Maaskant dat ook de uitbreidingsplannen van Velsen en Vlaardingen had ontwikkeld.

De grote man van het saneringsplan werd ir. W. Wissing, de rechterhand van Van Tijen.  B en W gaf het bureau de opdracht om uit te gaan van een Groot-Dordrecht, als kloppend hart van het hele Drechtstedengebied. Wissing meende binnen anderhalf jaar met uitgewerkte plannen te kunnen komen. Dat zou achteraf heel wat langer zijn.”.
Het gebrek aan parkeergelegenheid in de binnenstad was toen rond 1952 al een onderwerp en is dat anno 2012 nog steeds.
 
Jaap Bouman noemt nog een belangrijke datum in zijn reconstructie: Op 20 februari 1952 plofte er een brief van V&D-directeur Berentzen in de stadhuisbus, twee jaar voordat hij de Grote Markt lanceerde. Berentzen had zitten broeden op een totaal vernieuwend idee. In de verre toekomst zouden Dordrecht, Dubbeldam, Zwijndrecht en Papendrecht één stad worden en er moesten dus goede vaste oeververbindingen komen met de laatste twee gemeenten. Dat was behoorlijk vooruitziend van de V&D-directeur. Bruggen naar Papendrecht en Zwijndrecht dienden zo dicht mogelijk in de binnenstad te beginnen, bij voorkeur noordelijk van V&D”, zo memoreert Jaap Bouman.  De Nieuwe Haven werd toch niet gedempt, want dat ging blijkbaar een stap te ver toen.

De Dordtse Historische kalender noemt in het bijzondere 17 januari 1962, toen na veel jaren discussie een politiek besluit viel. Dat is pakweg vijftig jaar voor het grote poller debat in het Dordrechts Museum. Kees Sigmond, scheidend vice-voorzitter van de vereniging Oud Dordrecht, legde  de datum in de kalender met de volgende tekst vast:
Op 17 januari 1962 werd door de gemeenteraad het saneringsplan voor de Dordtse binnenstad goedgekeurd. Met dit plan in de hand begon de rigoureuze afbraak van grote delen van het historische centrum van Dordrecht. De fijnmazige structuur die teruggaat op de Middeleeuwen moest wijken voor een verkeerscirculatieplan en grootschalige sloop en nieuwbouw. Zoals zo vaak waren de belangen van het autoverkeer allesoverheersend: men vond het commerciële hart van de stad slecht toegankelijk voor auto's. Ondanks een aantal wijzigingen t.o.v. het basisplan was de Dordtse bevolking het in hoge mate oneens met de plannen: er werden 271 bezwaarschriften ingediend, maar het plan ging gewoon door. Pas eind jaren 60, na kritiek van de eigen ambtenaren, werden de plannen afgezwakt en later deels ingetrokken. Er was toen echter al grootschalige, onherstelbare schade toegebracht aan grote delen van het historisch centrum, aldus Kees Sigmond.

In sommige bronnen wordt aangegeven, dat aan het begin van de jaren zeventig van de vorige eeuw burgemeester mr. J.J. van der Lee definitief afstand nam van het saneringsplan 1962. Anderen dichten PvdA wethouder Nico Lamers vanaf 1976 een grote rol toe. Toen hij in 1990 ereburger van Dordrecht werd, kreeg die verdienste ook alle aandacht. Dat valt ook te lezen in de geschiedenis van Dordrecht 1813-2000. 

Meer info: Dordrecht Zoals het Was, deel 3: stad in de steigers / door Jaap Bouman (Waanders 1994) en http://www.dordt.nl/stad/straten/statenplein/geschiedenis/ontstaan.htm




 

Meer over:
Cookies

Deze website gebruikt noodzakelijke cookies voor een correcte werking en analytische cookies (geanonimiseerd) om de statistieken van de website bij te houden. Marketing cookies zijn nodig voor laden van externe content, zoals YouTube-video's of widgets van Sociale Media. Zie ons cookiebeleid voor meer informatie, of om je instellingen later aan te passen.