Dordtse Geus Leendert Keesmaat werd 75 jaar geleden doodgeschoten met psalm 43 op zijn lippen

10 maart 2016
Dordtse Geus Leendert Keesmaat werd 75 jaar geleden doodgeschoten met psalm 43 op zijn lippen

door Hans Berrevoets

DORDRECHT -  De tijd van de tweede wereldoorlog trekt weer in herinneringen voorbij in herdenkingen rond 75 jaar later. De Dordtse verzetsstrijder en onderwijzer Leendert Keesmaat (1911-1941) krijgt zeker ook aandacht. In 1945 werd hij herbegraven in Dordrecht op het ereveld van de algemene begraafplaats.

Op 13 maart 1941 viel hij met zeventien anderen voor een vuurpeloton op de Waalsdorpervlakte nabij Den Haag.  De achttien namen van de mannen, ook bekend uit het beroemde gedicht van Jan Campert, klinken altijd elk jaar bij de herdenking van de Geuzengroep op of rond 13 maart in Vlaardingen.

Aanstaande maandag is Koningin Maxima erbij als ook zijn naam weer klinkt. Ze reikt ook de Geuzenpenning uit.

Dordrecht en Leendert Keesmaat hebben veel met elkaar. Ze hoorden vooral tot de gemeente rond de Wilhelminakerk. Zijn zoon, kleinzoon Leendert en achterkleinkinderen wonen nog steeds in Dordrecht.

In de  eerste verzetsgroep de Geuzen waren naast Leendert ook zijn broers Wim en Arie actief. Studenten spraken in 1940 nog openlijk in de trein op weg naar de universiteit over de mogelijkheden om via Leendert Keesmaat in het verzet te gaan. ,,Het moest dus wel fout lopen”,  verklaarde verzetsman Batenburg, die zowel Keesmaat als de andere bekende verzetsman Aart Alblas al voor de oorlog kende. De Duitsers rolden dan ook de Geuzengroep op en Leendert kreeg drie keer de doodstraf.  Hij ging zijn laatste aardse gang niet alleen.

De naam van Leendert Keesmaat is ook verbonden met psalm 43 vers 4. Hij zong die, toen hij uit zijn cel werd gehaald in Scheveningen:
Dan ga ik op tot Gods altaren,
Tot God, mijn God, de bron van vreugd;
Dan zal ik, juichend, stem en snaren
Ten roem van Zijne goedheid paren,
Die, na kortstondig ongeneugt',
Mij eindeloos verheugt.

Vanaf 4 mei 2008 wordt op veel plaatsen in Nederland tijdens de dodenherdenking psalm 43 gezongen. In Vlaardingen  gebeurt dat binnenkort 75 jaar na de eerste massale executie van verzetsstrijders weer op de nationale herdenking van het Geuzenverzet.  Op 4 mei zal op de christelijke herdenking in de Singelkerk (19 uur) ook psalm 43 weer klinken voordat de mensen naar de dodenherdenking om acht uur op het Sumatraplein gaan.

(achtergrond op internet over Leendert Keesmaat en de Waalsdorpervlakte)

Leendert Keesmaat werd geboren te Dordrecht op 20 april 1911. Hij was gehuwd en vader van twee zoontjes. Beroep : leraar.
Een intelligente, levenslustige en humoristische jonge vent die onrecht slecht kon verdragen.
Vandaar zijn deelname aan het ondergrondse verzet vlak na de bezetting en zich daarom aansloot bij de verzetsgroep ‘’De Geuzen’’.

Hij werd verraden en gevangen gezet in het ‘’Oranjehotel’’ te Scheveningen in November 1940.
Daarna werden zijn broers Arie en Wim opgepakt en eveneens gevangen gezet in het ‘’Oranjehotel’’
In december 1940 werd Leendert zijn vrouw ‘’bezocht’’ door Die Polizei onder voorwendsel dat zij haar echtgenoot mocht bezoeken. Ook zij werd gevangen gezet in het Oranjehotel.

Zonder ooit verhoord te zijn geweest werd zij na enkele maanden vrijgelaten.

Ook zijn broer Arie werd vrijgelaten.

Tijdens de officiële verhoren werden Leendert en Wim gegeseld en mishandeld! Zij bekenden niet! Zij waren moedig en sterk.

Aan het einde van het proces , dat maanden duurde, volgde de uitspraak:
Leendert kreeg 3 x de doodstraf.
Wim kreeg 2 x de doodstraf.

Op 13 maart 1941 kregen zijn vrouw en ouders bericht dat zij afscheid konden nemen van hun man en zoons.
Zij waren in de veronderstelling dat zij vrijspraak zouden krijgen en naar Duitsland getransporteerd werden.
Bij aankomst bleek echter dat Leendert gefusilleerd zou worden en dat de doodstraf van Wim werd omgezet in ‘’levenslang’’ i.v.m. zijn minderjarigheid.

Zij zagen hun geliefde man en zoon lichamelijk zwaar gehavend maar geestelijk zeer sterk. Hij was bereid zijn leven te geven en ging met het zingen van Psalm 43 vers 4: ‘’Dan ga ik op tot Gods Altaren tot God mijn God de Bron van Vreugd’’ naar de fusilladeplaats.

Na het delven van hun eigen graf vond de fusillade plaats.

Het massagraf van de ‘’Achttien Doden’’ is na de oorlog gevonden en Leendert is herbegraven te Dordrecht op de Erebegraafplaats.

De broers Keesmaat en hun medegevangenen gaven elkaar boodschappen door via de verwarmingsbuizen.
Leendert hield een dagboek bij over zijn belevenissen, berichten, groeten en voorzien van tekeningen. Daar gebruikte hij velletjes closetpapier voor.

Hij heeft dit dagboek doorgespeeld aan medegevangene Pronk die het de familie deed toekomen. Ook bij het afscheid heeft hij nog enkele velletjes aan zijn vrouw kunnen overhandigen.

In Schiedam is de 'Leendert Keesmaathof' naar hem vernoemd.

Het beroemde verzetsgedicht van JAN CAMPERT.

Eén van de achttien doden is de Dordtenaar Leendert Keesmaat, die in 1945 in Dordrecht werd herbegraven.

Lied 'De Achttien Dooden'

Een cel is maar twee meter lang
en nauw twee meter breed,
wel kleiner nog is het stuk grond
dat ik nu nog niet weet,
maar waar ik naamloos rusten zal,
mijn makkers bovendien,
wij waren achttien in getal,
geen zal de avond zien.

O lieflijkheid van lucht en land,
van Hollands vrije kust ~ 
eens door de vijand overmand,
vond ik geen uur meer rust;
Wat kan een man oprecht en trouw,
nog doen in zulk een tijd ?
Hij kust zijn kind, hij kust zijn vrouw
en strijd den ijdelen strijd.

Ik wist de taak die ik begon,
een taak van moeiten zwaar,
maar ‘t hart dat het niet laten kon
schuwt nimmer het gevaar;
het weet hoe eenmaal in dit land
de vrijheid werd geëerd,
voordat de vloekb're schennershand
het anders heeft begeerd,

voordat die eeden breekt en bralt
het misselijk stuk bestond
en Hollands landen binnenvalt
en brandschat zijnen grond,
voordat die aanspraak maakt op eer
en zulk germaans gerief,
ons volk dwong onder zijn beheer
en plunderde als een dief.

De Rattenvanger van Berlijn
pijpt nu zijn melodie;
zoo waar als ik straks dood zal zijn,
de liefste niet meer zie
en niet meer breken zal het brood
en slapen mag met haar ~
verwerp al wat hij biedt of bood,
die sluwe vogelaar.

Gedenk die deze woorden leest,
mijn makkers in den nood
en die hen nastaan ‘t allermeest
in hunnen rampspoed groot,
zooals ook wij hebben gedacht|
aan eigen land en volk,
er komt een dag na elke nacht,
voorbij trekt ied're wolk.

Ik zie hoe ‘t eerste morgenlicht
door ‘t hooge venster draalt ~
mijn God, maak mij het sterven licht,
en zoo ik heb gefaald
gelijk een elk wel falen kan,
schenk mijn dan Uw genâ,
opdat ik heenga als een man
als ik voor de loopen sta.

Het lied 'De Achttien Dooden' is een gedicht van Jan Campert (1902-1943), dat hij schreef naar aanleiding van de executie van vijftien Geuzen en drie Februaristakers op 13 maart 1941 op de Waalsdorpervlakte.


      ©2007

Meer over:
Cookies

Deze website gebruikt noodzakelijke cookies voor een correcte werking en analytische cookies (geanonimiseerd) om de statistieken van de website bij te houden. Marketing cookies zijn nodig voor laden van externe content, zoals YouTube-video's of widgets van Sociale Media. Zie ons cookiebeleid voor meer informatie, of om je instellingen later aan te passen.