Interview Marco Westland: Mede-oprichter en bestuurslid van 'Dordt in Stoom'

27 september 2015
Interview Marco Westland: Mede-oprichter en bestuurslid van 'Dordt in Stoom'

DORDRECHT - In het kader van Dordt in Stoom 2016 en 200 jaar stoomvaart in Nederland/Dordrecht (1816-2016) verzorgt Erik Rovers een reeks van publicaties voor Dordrecht.net. Dit interview met Marco Westland, bestuurslid van Dordt in Stoom is de eerste in deze serie.

Hoe is het idee voor Dordt in Stoom ontstaan?
De initiatiefnemers zijn de broers Frank en Jens van der Vorm. Zij bedachten dat het leuk zou zijn om iets met stoom te doen tijdens Koninginnedag 1985. Het Oranjecomité voelde daar wel wat voor en zo ontstond Dordt in Stoom. De broers kregen steun van Piet en zijn vrouw Jacky Bos, voormalig exploitanten van Hotel Bellevue en altijd in om de loop naar het havenkwartier te stimuleren. Erik Zindel, toen nog adjunct-directeur van de VVV en ikzelf vormden feitelijk de mensen van het eerste uur.

Hoe ben je betrokken geraakt bij het evenement en wat is heden ten dage je rol als bestuurslid?
Ik was destijds chef van de afdeling Recreatie en Toerisme en was er toen al van overtuigd dat evenementen een grote waarde hebben voor het bevorderen van het toerisme en de binnenstadseconomie. En trouwens ook voor wat de Engelsen zo mooi “city-pride” noemen. Vanuit de gemeente Dordrecht is daarom alle medewerking verleend om het evenement mogelijk te maken, bijvoorbeeld door de garantstelling van 60.000 gulden voor het gebruik van het NS-spoor voor de stoomtreinritten, het beschikbaar stellen van dranghekken, fietsenrekken, etc. Omdat de ondernemersgeest van de broers Van der Vorm mij aansprak was ik al snel, buiten mijn werk bij de gemeente, ook privé betrokken bij de organisatie van het evenement. Om de kosten van het huren van alle stoommachines beter te kunnen betalen stelde ik voor om een stoomrondje over het eiland te realiseren (het Stoomrondje Dordt is nog altijd een succesnummer), reed ik met Jens met mijn auto rond om affiches plakken, sjouwde net als de andere bestuursleden van de net opgerichte stichting Dordt in Stoom met dranghekken en regelde kolen vanuit zusterstad Recklinghausen.

Na het vertrek van Frank van der Vorm werden de burgemeesters Noorland en later Bandell voorzitter. In de praktijk zat ik de vergaderingen voor en was de rol van de burgemeester vooral vertrouwen wekken bij alle betrokkenen en niet in de laatste plaats de vele sponsors. Al snel had ik de rol als sponsorwerver van het evenement. Noorland ging nog wel eens mee bij het tekenen van een contract, maar later deed ik het sponsorwerk vrijwel alleen. Een niet geringe klus als je bedenkt dat de helft van het 4 ton kostende evenement door sponsoring wordt gedekt. De gemeente subsidieert een ton en het Stoomrondje levert ook een ton op aan kaartverkoop. Vanaf het begin heb ik samen met bestuurslid André Wijbenga de voor sponsoring belangrijke Vlootschouw georganiseerd. Sponsoren willen netwerken met bestuurders en collega ondernemers. Dat gebeurt dan op de vrijdagavond aan boord van een partyschip. Meestal is dat “De Majesteit”, het grootste stoomraderschip van Nederland. Na het vertrek van burgemeester Bandell ben ik voorzitter geworden. Tot mijn taken behoort sinds het overlijden van bestuurslid Piet Visser ook het organiseren van de shantymuziek. Gelukkig kan ik dat met een gerust hart overlaten aan Kees en Mieke van der Pijl. Kees is dirigent van het Dordtse shantiekoor De Kleine Jantjes, waar ik ook zing. Last but not least is het de taak van de voorzittter van een vrijwillig bestuur, althans in mijn ogen, om de sfeer goed te houden. Als we geen lol meer hebben gaat het te veel op echt werk lijken. Vergeet niet dat elk van de bestuursleden in de maanden voorafgaand aan het evenement er een baan van al gauw 20 uur per week bij heeft.
    
Naar mijn weten is Dordt in Stoom qua evenement uniek. Hoe zijn jullie, wellicht zonder enig referentiekader, van start gegaan destijds?
Ons voorbeeld was het inmiddels ter ziele gegane evenement “Vestingdagen Hellevoetsluis”, waarvan stoom een belangrijk onderdeel was. Enkele jaren geleden waren er meer steden die iets met stoom deden, maar Dordt in Stoom is als enige overgebleven en behoort bij de grootste gratis toegangkelijke evenementen. Het unieke van dit stoomevenement is de combinatie van stoom op het water, op het spoor en op het land in een prachtige historische binnenstad.

We zijn gestart als een stel enthousiaste “jonge honden”, die overigens  inmiddels allemaal directeur zijn. Een aantal van ons was ervaren planner of had al de nodige ervaring met het opzetten van evenementen. André Wijbenga bijvoorbeeld was destijds projectvoorbereider en dat helpt wel om planmatig zo’n project voor te bereiden en te managen. In het bestuur zitten een accountant, jurist, logistiek deskundige, communicatiespecialist en een bestuurskundige, maar afgezien van alle deskundigheid is het evenement vooral gebaseerd op gezond verstand en de wil om de stad een handje te helpen. Wij gebruiken eigenlijk stoom als een bij Dordrecht passend middel om de economie en “merknaam” van de stad te bevorderen. Op basis van onderzoek kunnen we stellen dat dit aardig is gelukt. Overigens zijn er nog veel meer oorzaken van de verbetering, maar evenementen hebben wel de deur open gezet.
 
Hoe heeft het evenement zich door de jaren heen ontwikkeld? Welke veranderingen zijn er gaandeweg opgetreden?
We zijn gestart als pioniers. Dat geldt voor ons evengoed als voor het stadsbestuur. Er was nog geen evenementensubsidie en geen subsidieverordening. De eerste gemeentelijke evenementenmedewerker heb ik in 1991 zelf aangesteld. Nu zijn er bij Dordrecht Marketing meerdere mensen full-time bezig met zelf organiseren of het bijstaan van evenementen organisaties. Veel gebeurde in het begin op basis van goede afspraken met wethouders en directeuren van diensten. Nu, jaren later, hebben de overheden evenementen ingekapseld in regelgeving. Dat is een gevolg van ongelukken in Volendam, Enschede, Hoek van Holland of Haaksbergen. Overheden willen hoe dan ook voorkomen dat er iets ernstig mis gaat. Dat geldt overigens ook voor ons als bestuur. We zijn feitelijk professionals geworden en in ons draaiboek zat jaren geleden al een paragraaf over veiligheid. Dat is nu lang niet meer voldoende. Ons Draaiboek (gericht op de organisatie) van 30 bladzijden is inmiddels even dik als het Veiligheidsplan (gericht op het voorkomen van ongelukken) dat een van de eisen is voor het verkrijgen van een evenementenvergunning. Waar we vroeger met enkele ambtenaren van doen hadden zitten we nu in een Veiligheidsoverleg met zeker 8 specialisten van verschillende diensten.
Een flink deel van het budget gaat naar veiligheidsmaatregelen.

Hoe zie je de toekomst van het evenement voor je?
Het evenement is volwassen geworden en behoort bij de meest bekende van het land. Ook internationaal hebben we een goede reputatie opgebouwd. Daar is 30 jaar lang energie en geld in gestoken. Het is zonde als dat verdwijnt, maar er zijn bedreigingen.

Omdat er geen stoom meer bij komt is het risico wel dat het steeds hetzelfde is. Veel Engelse steamfairs zijn een feest van herkenning, maar Nederlanders vragen altijd wat er nieuw is dit keer. We hebben onder andere Stoom in Licht toegevoegd, maar ook de Kruimeltjeskade en de shantymuziek. De mensen blijven komen. Wij zien de belangstelling niet afnemen, maar ook niet meer groeien. Dat hoeft ook niet, maar als we budget hebben blijven we wel waar mogelijk vernieuwen. Ik heb een keer een poging gedaan om een winkel te vullen met eigentijdse stoomtoepassingen zoals stoommaaltijden uit stoomovens, stoomstrijken en stoomreinigen.

Dat werd nog niet echt begrepen door het publiek dat stoom meestal associeert met nostalgie. Ik zou het mooi vinden om in 2016 200 jaar stoom in Nederland te vieren met een tentoonstelling daarover. Het zou ook geweldig zijn om in het kader van de energieproblematiek tijdens het evenement een symposium over energieopwekking te kunnen organiseren en een markt met alle eigentijdse stoomartikelen van stoomstrijkijzers tot stoomturbines. Het probleem is dat we daar als vrijwillig bestuur niet de tijd en de middelen voor hebben. We hebben onze handen al vol aan het evenement zelf. Een grote wens is het permanente stoomrondje tussen Dordrecht en Rotterdam door gebruik te maken van een stoomraderboot en de stoomtreinen, die een circelverbinding vormen tussen de Maasstad en de Merwestad. Dat zou hetzelfde effect kunnen hebben als de cable-cars in San Francisco.

Een ander probleem is het “uitsterven van het ras” van stoommachinsten en –liefhebbers. Er verdwijnt iedere keer weer een stoomschip omdat de vrijwilligers dun gezaaid zijn. Ook voor ons is het een opgave om het bestuur te verversen met jongere krachten. Niet voor niets heeft Europa in 2015 het mobiele erfgoed op de agenda gezet. Eén van de problemen is het vinden van “prettig gestoorden”, die de fakkel willen overnemen. Gelukkig is stoom in de Drechtsteden nog lang niet weg, getuige het enthousiasme van de ploeg vrijwilligers die, onder aanvoering van ons bestuurslid Peter Beekmans, de 123 jarige stoomsleper  “Pieter Boele” in de vaart houdt. Wat mij betreft blijft Dordrecht nog een tijdlang de stoomhoofdstad van Europa.

Auteur: Erik Rovers.
Foto's: Marco Westland.

 

Meer over:
Cookies

Deze website gebruikt noodzakelijke cookies voor een correcte werking en analytische cookies (geanonimiseerd) om de statistieken van de website bij te houden. Marketing cookies zijn nodig voor laden van externe content, zoals YouTube-video's of widgets van Sociale Media. Zie ons cookiebeleid voor meer informatie, of om je instellingen later aan te passen.