donderdag 9 december 2021

Alles over Dordrecht

Persoonlijke nuance van Dordtse Rotterdammer PAUL SEESINK bij Beeldenstorm 2020

16 juni 2020 (door Paul Seesink)

DORDRECHT - De Dordtse Rotterdammert Paul Seesink is tegen racisme en uitsluiting. Hij omarmt het gelijkheidsbeginsel van artikel 1 van de Nederlandse grondwet. Toch wil hij vanuit Dordrecht enige nuance aanbrengen in de discussie over de Nederlandse geschiedenis. Hij doet dat door kort terug te kijken naar twee eeuwen familiehistorie.

"Rond 1800 ondernam mijn oudvader als landarbeider, noodgedwongen door het bewind van Napoleon in Nederland, een zware tocht vanuit de Achterhoek naar het onbekende Hoogvliet. Daar probeerde hij aan de kost te komen als timmerman.

Ook zijn zoon, mijn betovergrootvader, verdiende zijn brood als timmerman, maar stierf vroeg en liet zijn vrouw met twee kinderen achter. Mijn overgrootvader woonde in Rhoon en werkte als riviervisser, maar als er niets te vissen viel werkte hij bij boeren op het land.

Hoewel de zalm misschien vet was, was het ambacht geen vetpot; honger lag altijd op de loer. Daar kwam nog bij dat er praktisch geen onderwijs kon worden genoten en zij noch konden lezen of schrijven!

Mijn grootvader had iets meer geluk. Hij ging als kind in de wintermaanden naar school. In de zomer niet, want dan moest hij met zijn vader op het land werken om wat geld binnen te brengen. Officieel was dit geen slavernij. Toch probeerde hij het hogerop te zoeken en vond werk bij de Rotterdamse Tram als voerman om hooi voor de paarden te vervoeren.

Veel later mocht hij voerman zijn op de paardentram. In de winter was dat geen lolletje. Een winterjas, plus een zware oliejas en kranten om de benen konden de venijnige kou niet tegenhouden. In de crisisjaren van het interbellum moest hij op wachtgeld tot aan zijn pensioen. Ook dát was geen vetpot!

Zijn zoon, mijn vader, mocht leren voor meubelmaker en heeft kort als zodanig in Rotterdam gewerkt. Tijdens het wegbrengen van meubelen op een bakfiets werd hij verkouden, kreeg longontsteking, TBC en moest een long laten verwijderen. In de oorlog even voor controle naar het ziekenhuis betekende vervoer met een handkar. In 1945 stierf hij op 38-jarige leeftijd na nog de hongerwinter te hebben overleefd. Hij werd begraven in een kartonnen doos; hout was er niet. Hij liet een vrouw, een zoontje en een eveneens aan TBC lijdend dochtertje achter.

Daar kwam nog wat anders bij. Zij waren allemaal katholiek en startten daardoor al met een achterstand.
Nochtans gingen deze kwetsbaren met opgeheven hoofd door het leven, trots op wat zij toch bereikt hadden zónder  ‘witte voorrechten’, zónder beeldenstorm.

Dat deze mensen uit de grote Nederlandse onderlaag hun ‘prosperiteit’ te danken zouden hebben aan een ver slavernijverleden is geschiedvervalsing en een grove belediging.

Ondanks twee oorlogen, maar dankzij hún harde werk, voorbeeldig leven en ouders die woonruimte afstonden tijdens de woningnood, mag ik zijn die ik nu ben; links en dwarsdenker.
Begrip dient wederkerig te zijn. Door de ongenuanceerde beschuldigen en beeldenstorm van de laatste tijd zou je er bijna rechts van worden!"

Paul Seesink

Zie ook:

Deel dit bericht met je vrienden!