zondag 28 november 2021

Alles over Dordrecht

Drukke bijeenkomsten in Waalse kerk en Grote kerk in 1918 na onthulling standbeeld broers De Witt op Visbrug

16 augustus 2018

DORDRECHT - Na de onthulling van het standbeeld op de Visbrug van de broers Johan en Cornelis de Witt was er op dinsdagavond 20 augustus 1918 een massaal bezochte herdenkingsbijeenkomst in de Grote kerk.

Tot de laatste plaats was de kerk toen, op loopafstand van het geboortehuis van de broers aan de Grote kerksbuurt, bezet.

Historicus Peter Dillingh beschrijft deze week in het kerkblad KERK OP DORDT over de inhoud van de herdenking honderd jaar geleden in Waalse kerk en Grote Kerk.

Toen - in 1918 - werd erop gewezen dat een dominee eens na een kritische preek werd onderhouden door een zachtmoedige raadspensionaris Johan de Witt en daarna met hem de maaltijd mocht gebruiken.

Aanstaande maandagavond (20 augustus) begint om zeven uur een bijeenkomst op de Visbrug met als aanjager Ben Corino van RTV Dordrecht/Studio De Witt.

Dordrecht stond in 1918 duidelijk stil bij de zwarte dag 20 augustus 1672 toen de broers werden vermoord.

Tekst Peter Dillingh:

rubriek Des tijds

Johan en Cornelis
Op dinsdagmiddag 20 augustus 1918 werd op de Visbrug het standbeeld onthuld van Johan en Cornelis de Witt. In de Waalse kerk sprak prof. H. Brugmans uit Amsterdam. Hij noemde 20 augustus 1672, de dag waarop de broers in Den Haag werden vermoord, “een zwarte dag, zooals onze geschiedenis ze gelukkig slechts weinige kent”.


’s Avonds was er een herdenkingsbijeenkomst in de Grote Kerk, die tot de laatste plaats bezet was. De organist, Joh. A. de Vries, begon met de Triumphmars van M.H. van ’t Kruijs. Daarop volgde samenzang van gezang 259 vers 6a: “Bewaar, o Heer! ons volksbestaan! Zie Neêrland in ontferming aan.”


Ds. F.C. Willekes van Hendrik-Ido-Ambacht hield de feestrede. Eerst sprak hij over Johan de Witt. “Zijn werkkring omvatte het geheele Staatsbedrijf, doch zijn schrandere geest en groote staatkundige talenten kwamen alle moeielijkheden te boven.

Hij maakte een goeden Munsterschen vrede en verlaagde de staatsschuld met een groot bedrag, waardoor jaarlijks 1¼ millioen werd bespaard.”


“Zachtzinnig was hij ook. Een predikant onderwierp het publiek en de overheid dier dagen aan ernstige critiek in zijn predicatie. De Raadspensionaris, die onder het gehoor was, voelde zich gekrenkt en de kerkoverheid zond den predikant naar hem toe om excuus te maken. De Witt noodigde den man, na hem minzaam te hebben onderhouden, aan zijn disch.”


Na een muzikaal intermezzo uit Valerius’ Gedenckclanck sprak ds. Willekes over Cornelis de Witt. Hij schetste “zijn fiere houding bij de toch van Chatham, zijn kranig gedrag bij den slag van Solebay en zijn krachtig, manlijk, eerbiedwaardig optreden tegen de valsche beschuldiging van de barbier uit Piershil, Willem Tichelaar, welke beschuldiging, hoewel van alle bewijs ontbloot, toch leidde tot een vonnis, waarbij Cornelis de Witt vervallen werd verklaard van al zijn ambten en verbannen uit Holland.”


Ds. Willekes eindigde met een gedicht van stadsdichter Thijs van Zanten: “Blijv’ Dordt nog lang in ’t trotsch bezit / Van Jan en Kees de Witt.” Onder de klanken van het Hallelujah van Händel verliet de schare het kerkgebouw.

(Peter Dillingh heeft al meer dan vijfhonderd historische rubrieken geschreven in het blad kerk op Dordt en de voorloper. De uitgave heeft een oplage van circa 3000 exemplaren en gebeurt onder het vaandel van de Protestantse Kerk (PKN) op het eiland van Dordrecht)

Deel dit bericht met je vrienden!