maandag 6 december 2021

Alles over Dordrecht

Voorzieningen kwetsbare groepen zwaar onder druk door Rijksbeleid

6 april 2017 (door Hennie van der Zouw)

DORDRECHT - College stuurt brief met hoge urgentie naar informateur nieuwe kabinet. Het college van B&W van Dordrecht vraagt met hoge urgentie aandacht van het nieuwe kabinet voor de sociaal economische positie van de stad. Dordrecht wil dat het Rijk eerder aangekondigde bezuinigingen op bijstandsuitkeringen, onderwijsachterstandenbeleid en de sociale werkvoorziening terugdraait en investeert in onderwijs, werk en inkomen.

Door bezuinigingen van het Rijk op met name onderwijs en het sociaal domein dreigen in Dordrecht, net als in een aantal andere steden, essentiële voorzieningen onbetaalbaar te worden. Eén van de gevolgen is dat gelijke kansen van kinderen in het geding komen, veel mensen verder achterop raken en weinig kans maken op de huidige arbeidsmarkt.

Krachtig beleid
Dordrecht roept het kabinet dringend op werk te maken van krachtig beleid, gericht op gelijke kansen voor iedereen. Dordrecht maakt hier al volop werk van en wil dat ook in de toekomst kunnen doen.

Wethouder Peter Heijkoop: “Dordrecht heeft samen met onderwijs en ouders flink geïnvesteerd in hoogwaardige voorscholen. Zo pakken we (taal)achterstanden bij zeer jonge kinderen al vroeg aan waardoor ook deze kinderen een goede start kunnen maken in hun schoolloopbaan.”

Op het Leerpark en in de Duurzaamheidsfabriek zijn de programma’s gericht op een ‘leven lang leren’ en toekomstgerichte opleidingen met het bedrijfsleven voor een betere aansluiting op de arbeidsmarkt.

Ook investeert Dordrecht in werk voor kwetsbare groepen. Wethouder Heijkoop: “We zijn effectief en succesvol bij het begeleiden van mensen naar werk, bijvoorbeeld met Baanbrekend Drechtsteden. Maar tekorten op de bijstand nemen toe omdat er veel te weinig geld voor is. Dat brengt onze aanpak in gevaar en zorgt voor onwenselijke bezuinigingen op mensen die het al moeilijk hebben.”

Armoedegrens
In Dordrecht leven te veel mensen onder de armoedegrens: 14,5% van de huishoudens moet rondkomen van een inkomen onder de 110% van het sociaal minimum, landelijk is dat 12,4%. 7,1% is afhankelijk van een uitkering, landelijk is dat 5%.

Zie hier de brief.

Deel dit bericht met je vrienden!