Thursday 16 September 2021

Alles over Dordrecht

DFC trainer Arpad Weisz blijft zeker ook in Bologna in Italië in herinnering

8 februari 2017 (door Hennie van der Zouw)

DORDRECHT - In Dordrecht is nog geen straat naar hem genoemd: De DFC-trainer Arpad Weisz die in de oorlog met zijn gezin door de bezetters in een concentratiekamp werd omgebracht. Zijn naam verschijnt in Italië op steeds meer plekken in het openbaar. Bij het stadion van de voetbalclub Bologna is nu ook een plaquette aangebracht. (zie afbeelding)

Arpad, die maar 47 jaar werd, maakte in de jaren dertig van de vorige eeuw de club twee keer kampioen van Italië. Arie Heijstek, archivaris van DFC, heeft veel onderzoek gedaan naar de oefenmeester, die ook in Dordrecht sporen en herinneringen heeft na gelaten. Hij woonde aan het Bethlehemplein in de binnenstad. Eens zal dat woonhuis gemarkeerd worden, zo is de verwachting.

Bij DFC herinnert wel een plaquette aan zijn Dordtse tijd.

Kees Thies schreef over Arpad vier jaar geleden op zijn vaste plek in AD De Dordtenaar: "Het is 15 januari 2013. Het trotse voetbalelftal van Inter stapt in het in het Milanese Giuseppe Meazza-stadion de grasmat op voor een wedstrijd in de kwartfinale van de Coppa Italia tegen Bologna. De spelers van beide teams dragen een wit shirt met daarop de tekst ‘No al razzismo’, of wel ‘Nee tegen racisme.’ Boven die tekst pronkt een foto van een knappe man met pikzwart haar. Zijn naam: Arpad Weisz… uit Dordrecht.

In jaren dertig ‘bezorgde’ voetbaltrainer Weisz zowel Milan als Bologna de scudetto, dat felbegeerde schildje, dat alleen landskampioenen mogen dragen en op deze kille januaridag herdenken spelers en publiek hun held van weleer, die in Auschwitz zo tragisch aan zijn einde kwam.

Arpad Weisz, joods, geboren in Hongarije, is vandaag de dag nog altijd een legende in zijn geboorteland en een begrip bij voetballiefhebbers in Italië. Wat veel minder mensen weten, is dat hij óók Dordtenaar was, want als gevolg van door dictator Mussolini uitgevaardigde rassenweten, reisde hij in het jaar 1940 af naar Dordrecht om hier in dienst te treden bij Eerste Klasser DFC, dat een moeilijk seizoen doormaakte.

Lang mocht zijn tijd hier niet duren, want zijn joodse afkomst was ook in bezet Dordrecht niet onopgemerkt gebleven. In september 1941 ontving DFC een brief van de Dordtse politiecommissaris waarin fijntjes duidelijk gemaakt werd, dat de club toch beter maar geen joden in dienst kon nemen. Nog geen jaar later werd Weisz, samen met zijn vrouw en kinderen gearresteerd en (nota bene vanaf het Betlehemplein) op de trein naar Westerbork gezet om uiteindelijk gedeporteerd te worden naar Auschwitz. Bij aankomst in dat kamp werd hij gescheiden van zijn vrouw Ilona, van zijn zoontje Roberto en zijn dochtertje Clara. Hij zou ze nooit meer terugzien, want drie dagen later werden zij daar vergast.

Omdat Weisz kon werken mocht hij nog zestien maanden leven, maar uiteindelijk overleed ook hij, op 31 januari 1944, in Auschwitz. Vanavond is de naam Arpad Weisz de laatste in een rijtje van tien namen die tijdens de herdenkingsplechtigheid in de Singelkerk zullen worden uitgesproken. Dat is om stil van te worden......"

Tot zover het verhaal over Arpad Weiss van Kees Thies uit de Dordtenaar van ongeveer vier jaar geleden.

Zie ook:

Deel dit bericht met je vrienden!