donderdag 24 juni 2021

Alles over Dordrecht

Beroemd gedicht van Buddingh' over schaakpartij Timman - Jansen werd halve eeuw geleden geboren

7 december 2016 (door Hennie van der Zouw)

DRECHTSTREEK  –  De schaakverenigingen Dordrecht en Sliedrecht besteden aandacht besteed aan een schaakvers van de Dordtse dichter C. Buddingh’ (1918-1985).

Buddingh' ontdekte de latere grootmeester Jan Timman vijftig jaar geleden. Dat was op zaterdag 10 december 1966 in Delft tijdens een partij van de nog net geen vijftien jaar oude Jan Timman tegen Leo Jansen van Dordrecht 1. Timman werd toen al een groot talent genoemd.

Jansen behoorde met Pank Hoogendoorn en Henk van Donk tot de sterkste spelers van de regio Drechtstreek. Bij het jubileum van Sliedrecht in 2010 gaven Timman en Jansen elkaar voor de laatste keer een hand (zie foto met distriktsbestuurder Teun Koorevaar op de achtergrond)

Uiteraard werd dat vastgelegd als historie moment. Leo speelde het Jansen systeem, maar Timman was alert en won na bijna 45 jaar.

Toen gingen de gedachten ook verder terug in de (schaak) geschiedenis.

,,Bij een vroege partij van Jan Timman" was immers een dierbaar gedicht van Buddingh'. Hij was een enthousiaste schaker in het eerste team van Dordrecht, dat speelde in de landelijke competitie. Toen hij in 1978 tot ereburger werd benoemd van Dordrecht, werd het gedicht gepubliceerd bij zijn Hollands Dagboek in het NRC/Handelsblad. Ook op andere momenten in zijn leven was de schaaksport nabij, zoals tijdens zijn verblijf in sanatorium Zonnegloren in Soest eind 1942. Twee bedden van hem vandaan lag Constant Orbaan, de latere IM en internationale schaakscheidrechter.

Ook Leo staat in een bijzondere historie en wordt geëerd bij Sliedrecht en Dordrecht. Hij was vijftig jaar geleden voorzitter van schaakclub Dordrecht en beleefde een creatieve tijd. Leo koos ook voor de jeugd en de toekomst. Zo vond hij dat er altijd iemand vanuit de jeugd in het senioren bestuur moest zitten. Dirk Dooren was de eerste jeugdbestuurder in een verkiezing die door de jeugd zelf was georganiseerd.

Het erelid van Dordrecht speelde kort daarna (januari 1967) voor de eerste keer een nieuwe opening, die later te boek is gezet door zijn leerling van scholengemeenschap de Lage Waard in Papendrecht, Jerry van Rekom. Het Jansen Systeem werd de naam. De eerste schriftelijke weergave telde 35 pagina's.

Daarna ging het snel.

,,De Leeuw, het Zwarte Wapen" beleefde vanaf 1997 vier herziene drukken en ging in een Engelse vertaling de wereld rond. Vooral vanuit schaakclub Sliedrecht werd veel werk verzet voor de opening van Leo Jansen. Dat legde de vereniging onder voorzitterschap van inmiddels Jerry van Rekom geen windeieren. Door de inzet van Jerry en anderen gingen zelfs Leeuwentemmers meehelpen om de opening te promoten.

Daarom zijn historische data ook van belang.

De clubs beschouwen aandacht voor de gebeurtenissen vijftig jaar geleden als schaakpromotie. De archivaris van Dordrecht, Ton Slagboom, stelde na onderzoek vast dat Leo Jansen op 10 december 1966 tegen Timman speelde. Buddingh' keek vanaf het achtste bord mee en kreeg inspiratie voor een gedicht.

De wedstrijd tegen Delft ging overigens voor de Dordtenaren verloren.

In november 2010 speelde Leo Jansen in Sliedrecht dus de erepartij tegen Jan Timman, toen de vereniging Sliedrecht het 75-jarig bestaan vierde. Timman was intussen 45 jaar ouder geworden, maar stond ook in de historie te boek als sterkste schaker na de Nederlandse wereldkampioen van 1935, Max Euwe. Hij was ditmaal wel Leo Jansen de baas.

Uiteraard kende Jan Timman, een liefhebber van poëzie, het Buddingh' gedicht. Volgens Leo Jansen benutte Buddingh' bij het beschrijven van zijn partij ook zijn literaire vrijheid, maar hij was wel trots om zo literaire geschiedenis te zijn geworden. Jansen leeft nog en daarom zullen schaakvrienden aandacht besteden aan 10 december 1966-2016. Buddingh' (1918-1985) blijft overigens ook in het nieuws, want inmiddels wordt nagedacht over hoe aandacht kan worden besteed aan zijn honderdste geboortejaar. Het Buddingh' genootschap is de aanjager daarvan.

(door Hans Berrevoets)

Het gedicht van Buddingh luidt:

BIJ EEN VROEGE PARTIJ VAN JAN TIMMAN
‘k Zag je voor ’t eerst, Jan, bij een wedstrijd tussen
Dordrecht en Delft. Jij speelde aan ’t tweede bord
tegen Leo Jansen. Je was nog maar veertien,
maar al na ’n uur had Leo zó’n rood hoofd.
Zelf zat ik aan bord acht. En telkens als ik
gezet had ging ik even kijken of hij
nog altijd leefde: twee pionnen achter,
maar ongelijke lopers en iets meer tijd.
Je zat erbij als ’n dromerig leerling-beultje,
haast verontschuldigend, alsof jij ’t ook
graag anders had gezien, maar ja: het moest.
Het was je vak, daarvoor was je gekomen.
Toen Leo er toch nog remise uit goochelde
keek je eerder beteuterd dan bedroefd.

Deel dit bericht met je vrienden!