Tuesday 21 September 2021

Alles over Dordrecht

Dordrechts Museum reeds met fijnschilder Godefridus Schalcken de wijk in

25 november 2015

DORDRECHT – Het Dordrechts Museum zoekt soms de wijken op. Daarom gaf conservator Sander Paarlberg vanmorgen een lezing in de Ontmoetingskerk in Sterrenburg.

Ruim tachtig mensen woonden een ,,voorpremière’ bij op een scherm  van de expositie die op 21 februari 2016 wordt geopend rond het werk van fijn schilder Godefridus Schalcken (1643-1706). Momenteel is hij in een museum in Keulen al te zien.

Het museum gaat zo niet alleen naar de mensen toe, maar legt zo ook een basis voor meer bezoek aan het Dordrechts museum van mensen uit de wijken. Al eerder waren schilderijen in groot formaat op affiches in de wijken te zien, toen het Dordrechts Museum een grootscheepse verbouwing en uitbreiding had.

Dat is niet zonder reden. Soms blijkt uit onderzoeken dat bij bepaalde activiteiten in de binnenstad  de helft van de bezoekers uit de buurt komt en vijftig procent uit de andere wijken of de regio.

Schalcken wordt met trots herinnerd in Made waar zijn vader predikant was. Op zijn elfde kwam Schalcken naar Dordrecht toe, toen zijn vader directeur werd van de Latijnse school, het latere Johan de Wittgymasium. In eerste instantie zou hij predikant worden en kreeg hij les in de oude talen van zijn vader. Schalcken ontdekte andere talenten. ,,Hij werd de Hollandse meester van het kaarslicht”,  zo legde Sander Paarlberg zijn gehoor uit.

De belangstelling v oor zijn  komst past bij het succes van het open huis, dat twee keer per maand veel mensen weet te boeien.  Culturele, maatschappelijke, sociale en toeristische onderwerpen wisselen elkaar af in de PKN-kerk.

Godfried Schalcken, zoals zijn naam te vinden is op een deel van de Singel, is verweven met de historie van Dordrecht. Zijn grootvader was een bekende Dordtse predikant – Baltus Lydius  – die verweven is met de Dordtse synode van 1618-1619.
(info)

SCHALCKEN (Godfried), schilder, geboren in 1643 te Made bij Geertruidenberg en overleden te 's Gravenhage op 13 of 16 November 1706. Hij was een zoon van den predikant Cornelis S., die volgt. Zijn moeder, Aletta Lydius, was de dochter van Ds. Baltus Lydius te Dordrecht. Tusschen 1656 en 62 is Godfried hier in de leer geweest bij Samuel van Hoogstraten. Dan gaat hij naar Leiden om bij Gerard Dou te werken. In 1665 wordt hij in Dordrecht vermeld als vaandeldrager bij het 7e vendel der schutterij. 31 October 1679 is hij gehuwd met Françoise van Diemen uit Breda. Hij woont in 1682 ‘op de Boom’ en is vóór of in 1686 naar de Wijnstraat verhuisd. Van zijn 7 kinderen, waarvan er 6 jong zijn gestorven, bleef alleen Françoise in leven, die op 28 Juni 1690 gedoopt werd. Op 20 Februari 1691 heeft hij aan het haagsche gilde ƒ 18 betaald. Het is niet zeker of hij toen zelf in den Haag woonde; mogelijk is ook, dat hij dat geld betaalde om in den Haag vrij de kunst te mogen beoefenen. Hij stond waarschijnlijk toen reeds in connectie met de voorname kringen daar. Op 12 November 1691 vinden wij opgeteekend, dat hij in Dordrecht bij de Gravestraat woonde. 18 Mei 1692 gaat hij met zijn vrouw naar Londen. Volgens Walpole is hij er zelfs 2-maal geweest. Hij maakte hier vooral veel portretten van den engelschen adel. Zijn werk, dat onder invloed van van Dyck staat, is glad en gemaniereerd, wat aanvankelijk zeer in den smaak viel. Doch op den duur kon hij niet concurreeren met Kneller, die in 1680 de opvolger van Peter Lely was geworden.

Op 18 Juni 1698 vestigt hij zich in den Haag, waar hij 31 Augustus 1699 burger wordt. In 1700 krijgt hij opdracht om voor de Raadskamer van de admiraliteit in Rotterdam portretten der Oranjes te schilderen. Hij mocht daarvoor in het paleis copieeren, doch daar dit blijkbaar te lastig was, mocht hij die portretten zelfs mee naar zijn atelier nemen. In 1703 werkt hij aan het hof van den Keurvorst te Düsseldorf, waar enkele jaren later ook Rachel Ruysch (zie dit dl. kol. 856) heeft gewerkt. S. schijnt haar goed gekend te hebben en zij zou zelfs op een van zijn werken een bloemenkrans hebben geschilderd. In 1704 is S. weer in den Haag terug. Er zijn verschillende akten over financieele aangelegenheden en dergelijke over hem bewaard, o.a. het testament, dat hij op 29 Augustus 1705 met zijn vrouw maakte.

Wanneer hij in 1706 overlijdt, laat hij zijn vrouw [p. 880] en zijn dochter in gunstige geldelijke omstandigheden achter. Zijn werk werd goed betaald, terwijl de gunst van den engelschen adel en van den koningstadhouder Willem III, wiens portret hij o.a. maakte, hem veel voordeel zal gebracht hebben. Aanvankelijk heeft hij veel in den trant van Dou gewerkt. Doch naarmate zijn schilderijen grooter worden, wordt hij persoonlijker. Hij maakte vooral studie van lichteffecten, genre-stukken met kaarslicht en een kolenvuur komen herhaaldelijk voor. Zelfs zijn portretten zijn soms op een dergelijke manier verlicht. In de 18e eeuw werd zijn werk zeer geroemd. Hij heeft echter ook nog andere onderwerpen behandeld, o.a. bijbelsche en mythologische voorstellingen. Hij behoort tot het begin van de vervalperiode der hollandsche kunst. Tot zijn leerlingen behoorden zijn zuster Maria, zijn neef Jacob Schalcken en Arnold Boonen.

Geschilderde zelfportretten in de Pinacotheek te Turijn, de Uffizi te Florence, Fitz William Mus. te Cambridge, Genootschap Pictura te 's Gravenhage, en op verscheiden veilingen; eveneens kwamen op verkoopingen voor een geschilderd portret door K. de Moor en door een onbekend kunstenaar; zijn portret werd in prent gebracht door J. Stolker, J. Smith en C. Ploos van Amstel, alle drie naar Schalcken, en voorts door Pazzi, J. Houbraken, S. Freeman. Hesse en P. Schenck.

Zie: A. von Wurzbach Niederl. Künstlerlexikon II (1910), 566; U. Thieme u. F. Becker, Allgem. Lexikon der bildenden Künstler XXIX (1935), 569-571; G.H. Veth in Oud-Holland X (1892), 1; C. Hofstedede Groot, Beschreib. und krit. Verzeichnis der Werke der hervorragendsten Holl. Maler des XVII. Jhdts., V (1912), 325. van Guldener

Lees meer over:

dominee schalcken
Deel dit bericht met je vrienden!