maandag 27 september 2021

Alles over Dordrecht

De honderdste geboortedag van een ereburger, zoals Kees Stek, verdient aandacht

13 mei 2015

DORDRECHT – Een ereburger die het opnam voor de zwakkeren in de samenleving met diep gevoel voor sociale rechtvaardigheid, die volgens VVD-voorman en oud-minister Gijs van Aardenne een echte democraat was.

Binnenkort is de honderdste geboortedag van KEES STEK: (16 mei 1915 - 31 december 2005).

De gemeenteraad van Dordrecht herdacht op de eerste vergadering van 2006 de eind 2005 overleden ereburger KEES STEK. Op 16 mei 2015 is het een eeuw geleden dat dit markante gemeenteraadslid van de CPN (later lid van GroenLinks) werd geboren.

Burgemeester Ronald Bandell bracht als voorzitter van de raad van Dordrecht de betekenis van het sociale, betrokken raadslid onder woorden. Sociale rechtvaardigheid was zijn drijfveer, aldus Bandell.

Alle ereburgers behoren aandacht te krijgen bijvoorbeeld op de honderdste geboortedag. PvdA gaf eerder huisarts en eerste SDAP wethouder STOOP weer aandacht.

Het zou staande gemeentelijk beleid kunnen zijn om een ereburger niet te vergeten als de honderd geboortedag eraan komt:

Een eerste aanzet met KEES STEK:

De burgemeester bracht zijn betekenis op de volgende wijze onder woorden:

Op oudejaarsdag, 31 december 2015 is op 90-jarige leeftijd oud-raadslid en ereburger de heer Kornelis Stek, overleden. De heer Stek maakte met uitzondering van de periode 1962-1966 van september 1946 tot en met maart 1977 deel uit van de gemeenteraad van Dordrecht.

Hij was lid van de Communistische Partij Nederland en werd lid van GroenLinks bij de oprichting van deze partij eind jaren tachtig. Hij maakte deel uit van vele raadscommissies en door zijn langdurig raadslidmaatschap kende hij de gemeente als geen ander.

Kees Stek werd op 16 mei 1915 in Oost-Groningen, in Beerta, geboren en de grote sociale tegenstellingen die hij in zijn jeugd op het Groningse platteland meemaakte, maakten hem al vroeg politiek bewust. Net voor de oorlog sloot hij zich aan bij de toenmalige Communistische Partij Holland, zoals deze partij voor de oorlog werd genoemd.

In het door Frans Westerman geschreven boek “De graanrepubliek” is te lezen hoe de verhoudingen op het Oost-Groningse platteland destijds waren. Als ik aan de CPH denk, moet ik altijd denken aan het enige CPH-lid in de Tweede Kamer, David Wijnkoop, die erop werd betrapt dat hij eerste klas reisde in de trein, waarvan de rechtse pers destijds dacht daarvan een nummer te kunnen maken. David Wijnkoop, een echte volksvertegenwoordiger, zei hierop in zijn commentaar: “Voor het proletariaat is het beste nog niet goed genoeg.”

Ook Kees Stek beschikte over een dergelijk gevoel voor sociale rechtvaardigheid, ook voor hem was het beste niet goed genoeg voor mensen aan de onderkant.

Als metaalbewerker in de scheepsbouw beschikte het lot dat hij naar Dordrecht kwam. Men kan zich voorstellen welk een overgang het moet zijn geweest van Oost-Groningen en de klassenstrijd naar Dordrecht. Gedurende de eerste raadsperiode 1946-1949, de eerste vrije verkiezingen na de bezetting, bestond de fractie van de CPN uit vijf leden en maakte zij deel uit van het college met de heer Smit als wethouder van openbare werken.

Dat betekende dat binnen de CPN, die altijd prima en gezagsgetrouwe bestuurders leverde, gebeurde wat de heer Smit zei. Dat waren nog eens andere tijden!

Als gevolg van de Koude Oorlog en de invallen van de Sovjet-Unie in Tsjecho-Slowakije in 1948, in

Hongarije in 1956 en in Tsjecho-Slowakije in 1968, zegden velen het vertrouwen in de CPN op, wat voor

de CPN tot een groot zetelverlies leidde en maakte dat Kees Stek het grootste gedeelte van zijn

raadslidmaatschap als eenmansfractie beleefde.

Door deze internationale kwesties kwam hij in politiek opzicht geïsoleerd te staan, wat een grote impact op

zijn persoonlijke leven had. Toen de Sovjet-Unie in 1956 de Hongaarse opstand neersloeg, werden bij hem thuis alle ramen ingegooid, omdat hij zich in

eerste instantie achter de standpunten van de Sovjet-Unie had geschaard. De wijze echter waarop hij

aan het raadslidmaatschap invulling gaf, dwong alom respect en bewondering af. Bovendien was het

voor hem psychisch en fysiek heel zwaar alle raadstukken door te nemen en zoveel mogelijk

commissievergaderingen bij te wonen. De een- en tweepersoonsfracties kunnen hierover meepraten. In

maart 1977 moest hij om gezondheidsredenen zijn raadslidmaatschap beëindigen.

 

\Zijn grote verdiensten voor Dordrecht, met name de belangenbehartiging voor de zwakken in onze

samenleving, waren aanleiding hem bij zijn vertrek uit de raad te benoemen tot ereburger van Dordrecht.

 

Gelet op de voorgeschiedenis is dit memorabel. Hij heeft zich op geheel eigen wijze binnen de raad en de bevolking geliefd weten te maken.

 

De VVD, de politieke opponent van de CPN, roemde hem bij monde van oud-Minister Van Aardenne bij zijn afscheid als: “een legendarische figuur die vaak zijn stokpaardjes bereed, maar zich altijd een bijzonder goede democraat toonde, het grootste compliment dat een politicus kan worden gemaakt.”

Zijn stokpaardjes waren de sociale lasten en de hoogten van de huren tijdens de grote naoorlogse woningnood en de grote renovatieprojecten.

Kees Stek is tot aan zijn dood bijzonder geïnteresseerd gebleven in het wel en wee van Dordrecht.

Een aantal maanden geleden heb ik hem nog mogen ontmoeten, waarbij mij bleek dat hij alles nog op de voet volgde.”

Deel dit bericht met je vrienden!