Thursday 23 September 2021

Alles over Dordrecht

Augustijnenklooster Dordrecht herkenbaar verhaal op plein voor Hof van Nederland bij waterput

3 februari 2015

DORDRECHT - Op weg naar de opening van het belevingsmuseum Hof van Nederland in Dordrecht blijft ook het kloosterverleden zichtbaar. Tot 1572 was dat de functie tot de eerste vrije Statenvergadering. Een deksel op een waterput is daarvoor bewust neergelegd. Dat is gedaan mede op verzoek van Herman A. van Duinen, die over het kloosterverleden een boek heeft geschreven.

Over het kloosterverleden valt ook het nodige te lezen op een landelijke website. Dat vertelt de voorgeschiedenis.  Ook kerkhervormer Luther was een Augustijn. De Augustijnenkerk aan de Voorstraat, onderdeel van de Hervormde gemeente Dordrecht wijk 2, herinnert nog aan het verleden.

Het Hof, het voormalige klooster van de augustijnen

Het voormalige augustijnenklooster in Dordrecht

Op 9 april 1256 riep paus Alexander IV in zijn bul Licet Ecclesiae Catholicae de eenwording uit van alle erkende eremietengroepen. Bij deze fusie, bekend als de Magna Unio (Grote Unie), werden de verschillende groeperingen eremieten officieel verenigd tot de Ordo Eremitarum Sancti Augustini. Al spoedig na deze fusie werden ook in de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden augustijnenkloosters gesticht, onder meer in Mechelen (1242), Brugge (1250), Ieper (1263), Dordrecht (1275), Middelburg (1292) en Gent (1296). Vóór 1572, het jaar waarin het Dordtse klooster werd opgeheven, bevonden zich in de Nederlanden zestien augustijnenkloosters.

Ontstaan en uitbreiding van het klooster

Het Dordtse augustijnenklooster werd gesticht op grondgebied, geschonken door graaf Floris V. Over de kloostergebouwen uit de dertiende en veertiende eeuw is weinig bekend. Het klooster zal de gebruikelijke indeling hebben gehad: een kruisgang waar omheen de voor de kloosterbewoning nodige ruimten waren gebouwd. Vanuit de kruisgang was ook de eenbeukige kerk bereikbaar.

 

Oude stadsplattegrond van Dordrecht Dordrecht, luchtfoto met Het Hof en kerk
 Oude tekening van Dordrecht met de Augustijnenkerk, het klooster (pandhof) en de kloostertuin  Luchtfoto van de voormalige kloostertuin (gras), Het Hof (met refter) en de Grote kerk

Tussen 1425 en 1450 vond een verbouwing van het klooster en een uitbreiding van de kerk met een zijbeuk plaats. Kort na de voltooiing van de kerk werden tegen de zijmuur van de zijbeuk vier kapellen gebouwd. De uitbreiding van de kloosterkerk was noodzakelijk vanwege de grote belangstelling van de Dordtenaren voor de prediking van de augustijnen.

Aanzien

Het aanzien van het klooster blijkt ook uit de vele bezittingen en inkomsten die het ontving en in het vidimeren door de prior. De prior had veel invloed in het stedelijk leven. Aan hem was vaak de zorg voor de stedelijke privilegiën toevertrouwd.

Het belang van het Dordtse klooster bleek tevens uit het uitgestrekte termijngebied waar ze mochten prediken, biecht horen en giften inzamelen. De termijngebieden werden tussen de kloosters van eenzelfde orde nauwkeurig afgebakend. Aan de steden waar de Dordtse augustijnen een termijnhuis hadden, valt ongeveer op te maken hoe groot dit gebied was. Dordrecht had, voor zover was na te gaan, een termijnhuis in de volgende steden: ’s-Hertogenbosch, Breda, Brielle, Heenvliet, Delft, Den Haag, Gouda, Tiel, Zaltbommel, Utrecht, Hoorn en Kampen. Verder wordt van hun aanwezigheid als biechtvader ook melding gemaakt van het bekende benedictinessenklooster van Rijnsburg bij Leiden.

In ordesverband was het Dordtse klooster het grootste en belangrijkste van het tegenwoordige Nederland. Het klooster is verschillende malen aangewezen als de verzamelplaats van de kapittelvaders voor het houden van het provinciale kapittel van de Keulse Provincie, waaronder ook het Dordtse klooster viel.

Intellectuele vorming

Het klooster was tevens een provinciaal studiehuis, zoals blijkt uit de benoemingen van diverse lectoren en magisters in de theologie. Wanneer studenten op bevredigende wijze een driejarige cursus aan een Studium logicale hadden voltooid, dan zetten zij, indien mogelijk, de opleiding voort met een driejarige cursus philosophiae naturalis in hetzelfde klooster óf anders in een ander convent. Uit vermeldingen van onder meer ‘broeder lector Jan Bartoudsoon den lesemeester van den Augustinen tordrecht’ en ‘Guileilmum Borremans lectorum Dordracensem’, valt op te maken dar er in Dordrecht een opleiding moet zijn geweest voor bovengenoemde studies.

Na het beëindigen van de filosofische studies werden begaafde studenten in de gelegenheid gesteld hun studie in het buitenland te vervolgen om de titel van magister of lector te behalen. Ook vanuit het Dordtse augustijnenklooster vertrokken studen­ten voor deze studies naar het buitenland, hoewel er een voorbeeld is van een Dordtse augustijn die toestemming kreeg de graad van lector te behalen in het eigen klooster. Diverse afgestudeerden keerden als lector of als magister terug in het Dordtse klooster.

Invloedrijke Dordtse augustijnen

- Jacob Lisse, uit een aanzienlijke Dordtse familie, was prior van 1428-1429 en 1432-1441. In oktober 1440 nam hij deel aan een kerkvergadering in Bazel, waar een conflict moest worden opgelost over de benoeming van een Utrechtse bisschop, het Utrechts Schisma. In 1441 werd Lisse door paus Felix V benoemd tot bisschop van Tripolis. Hij stierf 9 april 1443 en werd begraven in de Dordtse kloosterkerk.

- Een andere Dordtse augustijn was Adrianus van Appeltern. 20 februari 1502 werd hij benoemd tot wijbisschop en enkele maanden later tot bisschop van Sebaste. Hij moet in 1507 zijn overleden.

Hendrik van Zutphen 1489-1534 prior - reformator - martelaar- Een van de bekendste Dordtse augustijnen is prior Hendrik van Zutphen (1489-1524). Van 1508 tot 1514 studeerde hij in Wittenberg. In dat laatste jaar werd hij benoemd tot subprior van het augustijnenklooster in Keulen. In 1516 volgde zijn benoeming tot prior in Dordrecht. Onder dwang van keizer Karel V en de Dordtse magistraat was het klooster overgegaan tot de Congregatie van Saksen. Van Zutphen reformeerde het klooster tot de strenge kloosterregels van de Congregatie. 

Eind 1519 besloot hij de studie theologie af te ronden bij onder meer dr. Maarten Luther te Wit­tenberg. Na het behalen van zijn licentiaat theologie in het voorjaar van 1522 werd hij enkele maanden later prior te Antwerpen. Vanwege zijn Lutherse pre­diking werd hij 29 september 1522 gevangen genomen, maar wist te ontvluchten naar Bremen. Hier nam Van Zutphen de reformatie ter hand, waardoor hij wordt beschouwd als ‘reformator van Bremen’. In november 1524 vertrok hij als predi­kant naar Meldorf, maar werd 9 december gevangen genomen en 10 december op gruwelijke wijze in het plaatsje Heide, nabij Meldorf, om het leven gebracht.

- De laatste Dordtse prior was Jan Crabbe (1540-1598). Aan de universiteit van Leuven had hij theologie gestudeerd. In 1571 werd hij benoemd tot prior, maar werd vanwege de keuze van Dordrecht voor het calvinisme op 25 juni 1572 gevangen gezet en vijftien maanden later op advies van Prins Willem van Oranje uit zijn gevangenschap ontslagen. Van 1579 tot 1589 was Crabbe prior in Leuven en tevens provinciaal. In 1589 stichtte hij in Brussel een augustijnenklooster. Hij overleed 13 oktober 1598.

Het cruciale jaar 1572

In 1572 vond een grote omwenteling plaats. In de jaren zestig van de zestiende eeuw kwamen de Nederlanden in opstand tegen het Spaanse gezag. Dit mondde in 1572 uit in de erkenning van Prins Willem van Oranje als de wettige stadhouder en de overgang van veel steden tot het calvinisme.

Het Klooster in Dordrecht tekening 1585      voormalige refter, statenzaal Het Hof Dordrecht plein en Het Hof Dordrecht
 Tekening van het klooster
(Het Hof) uit ca. 1585
Voormalige refter van het klooster, in 1572 Statenzaal  Het Hof, in 1972 gerestaureerd
naar oude tekeningen


Van 19 tot en met 23 juli 1572 vond in de refter van het augustijnenklooster een vergadering plaats die de geschiedenis is ingegaan als de Eerste Vrije Statenvergadering. Op de vergadering werd Willem van Oranje erkend en in ere hersteld als stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht. Een belangrijk besluit dat werd genomen, betrof de vrije uitoefening van godsdienst voor zoe wel der gereformeerde als der roemssche religie.

Van dit besluit kwam in de praktijk weinig terecht; Roomse, Lutherse en Doperse inwoners zouden voorlopig in het geheim samen moeten komen in zogenaamde schuilkerken. De kloosterkerk werd zondag 27 juli 1572 in gebruik genomen door de gereformeerden en kwam er een einde aan 300 jaar kloostergeschiedenis.

Uit onderzoek naar de geschiedenis van de zestien in de middeleeuwen gestichte kloosters in de Nederlanden bleek, dat alleen van het voormalige Dordtse klooster nog grote delen behouden zijn, waaronder de middeleeuwse kloosterkerk, het pandhof, de refter met de voorraadkelders, het dormitorium en de kloostertuin.

De overige middeleeuwse augustijnenkloosters zijn in de zestiende eeuw óf tijdens de Franse Revolutie omstreeks 1796 verwoest. Het klooster in Gent, herbouwd in de zeventiende eeuw in een klassieke renaissance stijl, is tot op vandaag in goede staat bewaard en wordt nog steeds door augustijnen bewoond.

Erfgoed

De grote historische waarde van het voormalige augustijnenklooster maken het complex tot een van de belangrijkste monumenten van de stad. De gemeente Dordrecht heeft plannen ontwikkeld om in zes zalen van het complex thema’s uit de Dordtse geschiedenis te presenteren. Als alles volgens plan verloopt, zal de uitvoering van de bouw en inrichting plaats vinden tussen eind 2012 en begin 2015.

Tekst: Herman A. van Duinen
Literatuur:
• Bovenstaande tekst is een samenvatting van het boek : Een augustijnenklooster van aanzien, conventus sancti augustini dordracencis, 1275-1572 Historische Vereniging Oud-Dordrecht, 2011. ISBN 978-90-812135-6-1
Augustijnenkerk en klooster Het Hof Dordrecht: zeven eeuwen in woord en beeld / Herman A. van Duinen. Stichting Behoud Augustijnenkerk Dordrecht. 2005.
Hendrik van Zutphen (1489-1524): prior - reformator - martelaar / H.A. van Duinen. Blassekijn, 2004. - ISBN: 90-77234-09-8

Deel dit bericht met je vrienden!