woensdag 8 december 2021

Alles over Dordrecht

,,Wetenschappelijk onderzoek naar Vlaardingen of Dordrecht is nooit afgerond"

17 september 2014

DORDRECHT / VLAARDINGEN - In de jaren vijftig van de vorige eeuw claimde Dordtenaren dat Dirk III bij Dordrecht slag had geleverd. Dat gaf veel media aandacht, want Vlaardingen claimde ook de rechten. Aanstaande vrijdag is er een symposium over in Vlaardingen. Volgens gemeentearchivaris van Vlaardingen Harm Jan Luth zou toen een wetenschappelijke commissie onderzoek doen naar de vraag:

Vlaardingen of Dordrecht?

Dat rapport is er nog niet. Luth hoopt dat Dordtenaren accepteren dat Vlaardingen de juiste feiten heeft.  Vijftig jaar geleden bracht de kwestie nog veel pennen in Dordrecht in beweging.

Luth wijst op de volgende tekst:

De slag bij Vlaardingen moet zich hebben afgespeeld in of in de directe omgeving van de stad. De middeleeuwse bronnen noemen immers Vlaardingen als locatie van de strijd. (43) Bovendien was de stad het hoofdkwartier van Dirk III, dus is het logisch dat de keizer zijn expeditie hierheen stuurde. Ondanks deze duidelijke aanwijzingen werd in de achttiende en negentiende eeuw hardnekkig beweerd dat niet Vlaardingen maar Dordrecht het strijdtoneel is geweest. De ‘Slag bij Dordrecht’ is te vinden bij diverse geschiedschrijvers uit die tijd, en wordt soms ook nog door een moderne historicus gesuggereerd. (44)

Deze visie is onhoudbaar, niet alleen omdat de bronnen over de veldslag uit 1018 wel Vlaardingen en niet Dordrecht noemen, maar ook omdat uit andere gegevens naar voren komt dat Dordrecht in die tijd slechts de naam van een riviertje was en dat er daar nog geen nederzetting van betekenis bestond, en zeker geen burcht. De naam Thuredrech of Thuredriht verschijnt voor het eerst halverwege de elfde eeuw, in de berichten over de moord op Dirk IV (1049) (45) en in een oorkonde van koning Hendrik IV (1064), die gewag maakt van een capella noviter constructa: een nieuw gebouwde kapel in Dordrecht. (46) Deze oorkonde is weliswaar onecht, maar de geografische beschrijvingen kunnen wel betrouwbaar zijn. Dat zou kunnen betekenen dat er enkele decennia na 1018 in Dordrecht een kerkje werd gesticht. (47) Echter, van een militaire vesting is nergens sprake. De stad zou pas na de overstromingen van circa 1150, die de loop van de rivieren aanmerkelijk wijzigde, enige betekenis krijgen. Daarna stichtte graaf Floris III er een tol en zou Dordrecht geleidelijk uitgroeien tot de belangrijkste stad van het graafschap Holland. (48) Maar dat was lang na 1018.

Opgravingen in de Dordtse binnenstad, tussen 1968 en 1971, hebben geen enkel bewijs opgeleverd voor het bestaan van een elfde-eeuwse nederzetting. (49) In Vlaardingen zijn wel vroeg-elfde-eeuwse vondsten gedaan. Er is hier rond het jaar 1000 een grafelijke hof aangelegd. (50) Het grafveld op de Vlaardingse Markt, ontdekt in 2002, bevatte skeletten van mensen die rond 1050 zijn overleden en die in redelijke welstand hadden geleefd. Dit wijst erop dat de elite zich destijds in Vlaardingen ophield. (51) De bovengenoemde geo-fysische vondsten kunnen een aanwijzing zijn dat er in de elfde eeuw op de kerkheuvel een burcht heeft gestaan. Er werd al opgemerkt dat dit laatste niet bewezen is, maar ook zonder die gegevens zijn er voldoende redenen om vast te stellen dat de Slag bij Vlaardingen in 1018 inderdaad bij Vlaardingen en niet bij Dordrecht plaatsvond. Jansen zegt het als volgt: “Niets wettigt de veronderstelling dat de gebeurtenissen in 1018 zich bij Dordrecht hebben afgespeeld. Dordrecht bestond toen nog niet”. Ook andere moderne historici verwijzen de verhalen over Dordrecht naar het rijk der fabelen. (52)
 

Afb. 7. Het midden/westen van Nederland in de elfde eeuw. Naar Henderikx (1997, p. 104) en Mostert (2002, p. 152).

Hoe komt het dan toch dat Dordrecht lange tijd als locatie van de Slag bij Vlaardingen is beschouwd? In 1910 achterhaalde Poelman dat de oorsprong van de misvatting in de al eerder genoemde vervalste Rymchronyk ligt. Klaas Kolyn dichtte dat Dirk III aan de Merwede een vesting en een dorp stichtte, dat hij de nederzetting Dordrecht noemde, en dat zich daar in 1018 de beroemde slag afspeelde. De historicus Jan Wagenaar nam dit verhaal voor waar aan, en hij bedacht bij de stichting van Dordrecht nog het jaartal 1015. (53) Wagenaar is vervolgens door velen gevolgd. (54)


Het feit dat de rivieren in de loop der tijd andere namen kregen heeft bijgedragen aan de verwarring. In de Middeleeuwen werd de naam ‘Merwede’ gebruikt voor het riviertracé van Woudrichem tot aan de Noordzee. Tegenwoordig heet alleen het eerste stuk nog Merwede; het gedeelte van Dordrecht naar IJsselmonde draagt nu de naam Noord en het laatste stuk staat bekend als de Nieuwe Maas. (55) Bij ‘Merwede’ denkt men nu eerder aan Dordrecht, maar 1000 jaar geleden lag de nederzetting Vlaardingen wel degelijk aan de Merwede, aan de scheepsroute van Tiel naar de Noordzee. Langs deze route voer de keizerlijke vloot in 1018 naar de burcht van Dirk III, in Vlaardingen.

Kometen in 1018

Grote veldslagen zijn vaak omgeven door kosmische verschijnselen. Het bekendste voorbeeld is wel de verschijning van de komeet van Halley, kort voor de slag bij Hastings (1066). Ook in de verhalen over Vlaardingen komen kometen voor: een kort voor de slag van 29 juli 1018, en een kort daarna.
De eerste komeet had een langgerekte vorm en was lange tijd te zien: gedurende bijna 4 maanden. Hij wordt genoemd in de Bisschopskroniek van Kamerijk. Dit bericht is later (onder het jaar 1017) overgenomen door Sigebert en in de Annalen van Egmond en van Keulen. Een onafhankelijke vermelding van dezelfde komeet staat in de Annalen van Quedlinburg.

De tweede komeet verscheen na de veldslag, in de herfst, en was 2 weken lang te zien. Deze komeet stond in het sterrenbeeld de Grote Beer. Hij is beschreven door Alpertus en Thietmar. Dezelfde komeet is waargenomen in Ulster en zelfs in China, Japan en Korea. De Oosterse bronnen noemen 3 of 4 augustus als begindatum, en de noordelijke hemel (waar ook het sterrenbeeld Grote Beer staat) als plaats. (56)

Op een Angelsaksische munt uit het begin van de elfde eeuw staat een afbeelding die misschien de komeet uit augustus 1018 voorstelt. Het betreft een zilveren penning, geslagen in Norwich tussen 1017 en 1023. De Engelse koning Cnut staat op de kopzijde van de munt, met rechts van hem een dolk-achtige vorm. Marshall Faintich suggereert dat, wegens het ontbreken van een pareerstang, deze afbeelding in plaats van een dolk ook een komeet zou kunnen voorstellen. Kometen werden in de Middeleeuwen gezien als voorteken wisseling van de macht. Als de ‘dolk’ inderdaad een komeet voorstelt, dan moet dit volgens Faintich de komeet van augustus 1018 zijn. Cnut werd koning van Engeland in 1016 en verwierf in 1018 ook de Deense kroon. (57)
 


Afb. 8. Angelsaksische penny met de afbeelding van koning Cnut en, wellicht, de komeet uit 1018.

Behalve de kometen noemt Alpertus ook nog een zonsverduistering met Pasen in het jaar 1018. Hiervoor is elders geen bevestiging gevonden. De Annalen van Keulen vermelden in de elfde eeuw diverse zonsverduisteringen en kometen, maar niets in augustus 1018.

Lees meer over:

Harm Jan Luth
Deel dit bericht met je vrienden!