woensdag 1 december 2021

Alles over Dordrecht

Pleidooi voor vernoeming van sportmensen uit Dordrecht in openbare ruimte

28 augustus 2013

In de nabije toekomst zijn er historische gelegenheden om Dordtse sportmensen terug te halen in het collectief geheugen. Een pleidooi om in de openbare ruimte namen en herinneringen een plek te geven, zoals Dirk Lotsy, Eef Dolman en Arpad Weisz.

Door Hans Berrevoets

DORDRECHT -  Mensen die van betekenis zijn in de Dordtse sportgeschiedenis, zijn niet vernoemd met een straat, plein of brug in de stad Dordrecht. Misschien komt er verandering in. Archivaris Harm Jan Luth, lid van de gemeentelijke straatnamencommissie, wil zich erin gaan verdiepen.

Hij laat weten dat weliswaar drie landelijke sportmensen (atlete Fanny Blankers-Koen, schaatser Jaap Eden en zwemster Rie Mastenbroek) dankzij de straatnamencommissie rondom de sportboulevard een plaats in het collectief geheugen hebben gekregen, maar dat de commissie openstaat voor Dordtse suggesties om die op een groslijst te plaatsen. Deze lijst wordt dan geraadpleegd als er nieuwe straatnamen nodig zijn. En dat geldt dus ook voor Dordtse sportmannen en -vrouwen die het waard zouden kunnen zijn om ergens een plek te krijgen.

De gemeentelijke Sportraad, met voorzitter Andries de Graaf voorop, wil in 2014 komen tot een heldenboulevard (Hall of Fame) rond de Dordtse sportgeschiedenis. Vorige jaar organiseerde de Sportraad, in samenwerking met het archief, daarvoor zelfs een speciale dag. De opzet is om ook te komen tot een boek vol sportgeschiedenis.

Archivaris Harm Jan Luth, lid van de straatnamencommissie van de gemeente, is bereid serieus naar sport-naamkandidaten te kijken. De regel is wel dat zij minstens tien jaar overleden moeten zijn. Luth zegt op voorhand: ,,De uitvoering kan ook lastig zijn, want het is ook een kwestie van geschikte plekken zoeken en er wordt niet zo heel veel gebouwd.” 

Dordtse sporters, die een straat, brug, laan of andere openbare herinneringsplek krijgen, zouden de historische plannen van de sportraad een extra impuls geven.

Sissi Dolman, vrouw van de in 1993 op 47-jarige leeftijd overleden wielrenner Eef Dolman, vroeg de gemeente al eens om een straatnaam. Verder dan een brief aan de gemeenteraad en een artikel in Dagblad de Dordtenaar kwam dat niet.

Dolman was op 18-jarige leeftijd in Tokio één van de vier Nederlanders, die goud wonnen in de ploegentijdrit over honderd kilometer. Het Nederlands goud was toen een sensatie en het is in 2014 op 14 oktober een halve eeuw geleden. Eef haalde het Dordt boek 1200 – 2005 en is ook één van de vijfhonderd sportmensen die in het standaard sportboek met een terugblik op de twintigste eeuw zijn opgenomen.

De voetbalfamilie Van der Gijp zou ook kandidaat kunnen zijn voor een straatnaam. De vraag is alleen: hoe zit het met de afspraak, dat sportlieden pas tien jaar na hun overlijden zo kunnen worden geëerd? Uitzonderingen bevestigingen de regel, want zwemster Rie Mastenbroek overleed in 2003 en kreeg enkele jaren later in Dordrecht al een plek in het collectief geheugen. Bij Van der Gijp zou het passend zijn om alle voetballers een plek te geven, die deze naam een sportklank hebben gegeven.

Pank Hoogendoorn, de schaker die in 1965 de eerste Dordtenaar was in het Nederlands kampioenschap en daarvoor al twee keer open kampioen van Nederland was, kan ook een kandidaat zijn.

Arpad Weisz, rond 1940 de Joodse trainer van DFC, heeft wel in andere landen een plek, maar nog steeds niet in Dordrecht. Columnist Kees Thies van AD De Dordtenaar heeft voor hem reeds een pleidooi gehouden, waarbij hij gelijk het baanbrekend onderzoekswerk van DFC-archivaris Arie Heijstek steunde. Als Dordrecht in november 2013 stilstaat bij de 75-jarige Kristallnacht, de eerste openbare vernietiging van Joden in Duitsland, verdient Arpad Weisz zeker een plaats, maar dan moet er natuurlijk wel een mogelijkheid zijn.

Arpad Weisz was trainer toen DFC voetbalde aan de Markettenweg. Deze plek schrijft ook sportgeschiedenis, want de eerste interland van Nederland in bewegend beeld kwam van dit DFC-veld in april 1912. Deze belangrijke plek in de sportgeschiedenis van toen verdient een actueel accent, als Dordrecht er tenminste trots voor uit wil komen.

De eerste voorzitter van de gemeentelijke sportraad, Wim Kruijs, heeft ook zijn plaats in de Dordtse sporthistorie. Hij was in veel sporten belangstellend en betrokken. Mede door zijn inzet is de sportraad de enige inspraakcommissie bij de gemeente gebleven. Jeugdraad en Culturele Raad zijn door de politiek pakweg dertig jaar geleden opgeheven.

Voetballer Dirk Lotsy (1882-1965)  was er bij in 1905, toen Nederland zijn eerste interland tegen de Belgen speelde in Antwerpen. De middenvelder van DFC was de eerste Dordtenaar, die een medaille haalde op de Olympische spelen (brons in 1912).

Ook Dirk heeft geen straat in zijn stad. Zijn achterneef Karel wel, ongetwijfeld omdat deze nationaal en internationaal een grote rol speelde. Dirk – en hij niet alleen – vond dat Karel Lotsy in de jaren 40-45 te meegaand was met de bezetter en zo de naam van de familie had belast. Over de taxatie van diens rol wordt al lang van mening verschild. Nog in 2009 verscheen een biografie van Karel Lotsy van de hand van Frank van Kolfschooten die concludeerde dat hij niet ‘fout’ was, maar daar is ook veel kritiek op gekomen.

Dirk overleed in 1965. Hij zou in 2015 kunnen worden herinnerd via een straat in de stad. De Lotsyweg is er dus al, maar misschien passen er dan twee namen op!

Het e-mailadres van archivaris Harm Jan Luth: luth@solcon.nl

Deel dit bericht met je vrienden!