Alles over Dordrecht...
Afbeelding bij nieuwsitem 'Boek van ds. den Dekker 'leest als een trein''
23mei 2013

Boek van ds. den Dekker 'leest als een trein'

UPDATE

De Grote Kerk in Dordrecht werkt volgens de formule van het citypastoraat. Voorganger Ries den Dekker , die vanaf 1992 aan deze kerk is verbonden, deed zijn (eerste) ervaring op in de Domkerk van Utrecht. De twee kerken zijn beeldbepalend voor hun stad en meer dan dat.  Kerken kunnen een afdak zijn en een pleisterplaats. Ds. Jan Belder, die zelf ook al veel boeken heeft geschreven, nam het boek van zijn collega grondig door.

DORDRECHT - Ds. Ries den Dekker van de Grote Kerk uit Dordrecht schreef een meer dan zeshonderd pagina's tellend boek over zijn geestelijk leermeester in de Utrechtse Domkerk. Hij bedoelt daarmee dr. Hans van der Werf. Dordrecht.net en de kerkelijke pers in Utrecht en Dordrecht besteden tot nu toe aandacht aan het boek.

Ds. Jan Belder hield het boek tegen het licht voor het kerkblad Kerk op Dordt::

“Een kerk is niet maar een afdakje om naar een stichtelijk woord te kunnen luisteren; een kerk is een pleisterplaats in de jungle van de stad, een tankstation, een teken van God; zonder sprake van Israëls God en Zijn Zoon Jezus zal de stad instorten en zullen de mensen elkaar nog meer verscheuren dan ze al doen.”

Bovenstaande woorden trof ik aan op bladzijde 306 van de vuistdikke biografie over Dr. Hans van der Werf. Veertig jaar geleden rondde ds M. den Dekker zijn leervicariaat af bij de bekende Utrechtse Dompastor, die een en ander maal genoemd werd in verband met een hoogleraarschap, maar het nooit werd. Een bevlogen theoloog met altijd vele ijzers tegelijk in het vuur. Een man die veel in beweging zette en velen wist te inspireren; die een hele generatie jonge theologen bezielde en een blijvend stempel opdrukte. Een van hen is onze eigen dompastor, die jaren geleden besloot een biografie te gaan schrijven over deze zijn leermeester. Na jaren van intensief onderzoek naast en bij zijn eigen drukke ambacht ligt het resultaat vanaf vrijdag in de winkel. Die dag wordt het keurig uitgegeven boekwerk – bijna 600 pagina´s – gepresenteerd in de Utrechtse Domkerk, waar Van der Werf de laatste tien jaren van zijn leven ‘vierde, leerde en diende’. We feliciteren auteur en uitgever met het resultaat dat er zijn mag: een monument voor een man die wars was van elk eerbetoon aan zijn adres. Maar soms is het nodig daaraan voorbij te gaan.

Toch maar een gedenkzuil …?
´Architect van kerkenwerk, ds Hans van der Werf 1926-1979; een biografie´ is geen hagiografie geworden. Gelukkig maar. Het boek wil ook meer zijn dan een hommage aan een bevlogen theoloog die ‘Citypastoraat Domkerk Utrecht’ heeft opgebouwd. De schrijver ervan neemt ons mee terug in een tijdsgewricht met aanvankelijk veel kerkelijk elan. De Nederlandse Hervormde Kerk was in de vijftiger en begin zestiger jaren nog voluit overtuigd
van haar missie om het volksleven te kerstenen. Dat betekent present zijn ook op terreinen van cultuur en politiek. Meedenken in maatschappelijke vraagstukken die op dat moment relevant zijn. Van der Werf was één van de 25 predikanten die in die tijd in Utrecht het gemeentewerk voor hun rekening namen, zij het dat hij predikant was met een bijzondere opdracht. Eerst voor het jeugdwerk vanuit de Buurkerk, later voor het citypastoraat dat
plaatsvindt vanuit De Dom.

Wie was Van der Werf …?
Gevraagd om in enkele woorden Van der Werf te typeren, antwoordt zijn biograaf: “Een gedreven mens. Een rastheoloog, een liturg, een prediker, een graver, een organisator, een bijbelvertaler. Kortom: een bevlogen mens die overal werk van maakte en altijd aan het werk was. Die je diep wist te raken. Wat wij als studenten van de Utrechtse faculteit Godgeleerdheid op college als losse brokjes meekregen, vloeide bij van der Werf tot een
geheel samen. Een bouwwerk dat gedegen in elkaar stak en waarin je kon wonen en leven. Vandaar die titel, ontleend aan een brief die Prof. Dr. J. Hasselaar aan Prof. Dr. A.J. Bronkhorst schreef en waarin de eerste een vurig pleidooi voert voor de benoeming van Van der Werf tot hoogleraar in Amsterdam. Hij typeert hem in dat schrijven als ‘architect van liturgie, eredienst, gemeentewerk, kringwerk, etc.’” Bedoelde brief is afgedrukt op bladzijde 490. Al helemaal in het begin horen we Van der Werf zeggen: “Tijd is kostbaar. Je kunt die maar een keer besteden. Doe het daarom goed”.

Het boek dat ds Den Dekker schreef is goed gedocumenteerd. Veel bronnen werden geraadpleegd. Dat viel niet altijd mee. Van der Werf was geen archivaris. Weinig werd bewaard, veel weggegooid. Dat is jammer. Niet alleen voor de biograaf. In de loop van zijn werkzame leven verschenen veel vertalingen van Bijbelgedeelten die behandeld werden in de eredienst of bij andere gelegenheden. Ook die werden direct weggedaan; wanneer
hetzelfde gedeelte nog eens aan de orde kwam, wilde hij opnieuw door de grondtekst zelf heen kruipen en er met frisse ogen naar kijken. Een ander moest er vanuit deze leerschool zelf maar mee aan de gang gaan. Ds P.Oussoren – eveneens blijvend geïnspireerd door Van der Werf – verleent hem daarom postuum wel de eretitel: ‘grootvader van de Naardense Bijbel’.

Van der Werf stelt kritische vragen omtrent de Kerk. Wat is de Gemeente? Wat is haar taak? Waar sta je als christen voor? Ben je zout en licht? Zo ja, hoe dan? Hij studeerde onder andere bij Karl Barth in Basel, maar kerkte als scholier en student eerder ook veelvuldig bij Dr. K.H. Miskotte in Amsterdam. Van beiden draagt hij de sporen. Van de laatste zijn liefde en aandacht voor het Oude Testament, van de eerste de concentratie op het Woord als Godsopenbaring.

Ds Den Dekker: “Barth heeft een blijvend stempel gedrukt op zijn denkrichting en wijze van theologiseren: altijd vanuit het Woord, vanuit de Godsopenbaring. Wars van alle subjectivisme, van menselijke vromigheid met zijn appel op ervaring en gevoel. Dat programma sluit trouwens ook karakterologisch goed bij hem aan.” 

Meeslepend geschreven.

‘Architect van kerkenwerk’ leest als een trein. Het is verleidelijk om veel en vaak te citeren.

Omwille van de ruimte die beperkt is moet ik dat nalaten. Beter is het boek zelf ter hand te nemen, te lezen en je oordeel te vormen. Maar sta mij een enkel citaat toe: “De Doop is niet los van de kerk verkrijgbaar.” (p.59) Concreet: niet alles dat het doophuis wordt binnengebracht wordt gedoopt. Daar is het sacrament te heilig voor. Of deze - na het bedanken van een nieuw verkozen ouderling, met nauwelijks verholen verontwaardiging
vanaf de kansel!: “We kunnen niet zomaar voor een ambt bedanken! Dat kan alleen wanneer er iets bijzonders aan de hand is! Want het is een roeping van Godswege!” (p. 85)

Of deze: “We hollen, pezen en doen veel dingen maar half! We vergaderen veel te veel! We doen mee in alle raden en commissies en mogen daar tot vervelens toe opdraven, maar wat levert het op? We zijn helemaal niet gebaat bij deze kletsclubs. (..) Bevrijd ons van alle rompslomp van kletsende commissies …” (p. 122) En: “Het hart van het geloofsleven klopt in het gebed.” (p. 164) Het valt op welke grote plaats Van der Werf geeft aan het gebed, thuis, in de kerk, overal! Nog een rode lijn in zijn leven – en dus ook in het boek: “Het moet ergens over gaan!” Ds Den Dekker: “Van der Werf leerde je onderscheid te maken tussen hoofd- en bijzaken. Maar ook tussen Kerk en Koninkrijk van God. Het laatste was het doel, het eerste
het middel. Maar dat betekende niet dat ‘dat middel’ er niet zoveel toe deed.” Dat is de lezer na bijna 600 bladzijden wel duidelijk.

Karakter
Had Van der Werf ook uitgesproken zwakke kanten? “Ja, duidelijk”, reageert zijn oud leervicaris. “Hij kon soms heel nukkig en ongedurig zijn. Hoekig, bijna onuitstaanbaar. Opgesloten in zichzelf, moeilijk benaderbaar. Alhoewel …” Den Dekker stopt even en vervolgt dan: “hoewel hij pastoraal ook heel dicht bij kwam. Hij kon intens meeleven in verdrietige situaties en momenten. Op de kansel, achter de tafel, in het leerhuis, kringwerk, catechese kon hij heel stellig zijn terwijl hij in de persoonlijke ontmoeting verlegen over kon komen. Hij was geen gezelligheidsmens. Hij had haast. Het werk wachtte en moest doorgaan. Er was altijd nog zoveel te doen.”

Tot slot
In vijf omvangrijke hoofdstukken wordt ons een goed doorwrochte in- en doorkijk gegeven in een tijd waarin kerkelijk en maatschappelijk veel gebeurde. De hoofdpersoon is tegen wil en dank Dr. Hans van der Werf. De man die altijd maar terugwilde naar de bronnen en vanuit daaruit de vertaalslag zocht te maken naar de eigen tijd. Een maatschappijkritisch – maar ook daar - zeer betrokken mens. Niet iedereen zal hem in alles kunnen volgen. Ik denk dan aan zijn liturgische en politieke keuzes, aan de verbinding die hij legt tussen kerk en cultuur waarbij bibliodrama en toneel bepaald niet tot verboden vruchten verklaard worden. Dat laat echter onverlet dat er veel waardevols in dit boek van ds Den Dekker ons geboden
wordt. Men leze bijvoorbeeld de profielschets voor een te beroepen predikant op bladzijde 101/102. Of de waardevolle opmerkingen over bijbelvertaalwerk vanaf bladzijde 263. Ten slotte valt in het laatste hoofdstuk alles wat we in eerdere capita tot ons namen op zijn plaats. Ik sluit af met de samenvattende opmerking dat dit een boek is om te lezen en in rust nog eens te herlezen, geschreven om goed en grondig kennis te nemen van zijn inhoud.

De uitgever is Skandalon in Vught en de winkelprijs bedraagt: 44,50 euro.
Jan Belder



Deel dit bericht met je vrienden!