maandag 12 april 2021

Alles over Dordrecht

Kees Thies belicht bijzondere betekenis van omgekomen DFC trainer Ärpad Weisz

7 mei 2013

DORDRECHT -    Italie werd in 1934 en 1938 wereldkampioen voetbal en in die tijd was de latere DFC trainer ARPAD WEISZ daar een erkende kampioenen maker.  De twee clubs die hij landskampioen maakte in de zogeheten serie A eren hem met een plaquette om hem niet te vergeten. Hij moest vluchten met zijn gezin uit Italië  en vond politiek asiel in Dordrecht en werk bij één van de oudste clubs van Nederland:DFC.

Zijn naam en die van zijn vrouw en twee kinderen klonk in de avond van 4 mei op de christelijke herdenkingsbijeenkomst in de Singelkerk in het uur voor de dodenherdenking van acht uur. Ds. Kees Streefkerk nam hem in zijn slotgebed op als voorbeeld van een asielzoeker toen in 1940 en direct als voorbeeld anno 2013.

DFC begon met archivaris Arie Heijstek in 2007 aan historisch onderzoek. Inmiddels hebben dankzij Heijstek voetbalbladen in Hongarije en ook in Nederland (VI) uitgebreid over de befaamde trainer geschreven. In Dordrecht is er nog geen vaste plek waar het gezin Weisz wordt herinnerd. Kees Thies schreef voor Ad De Dordtenaar zijn gebruikelijke 4 mei artikel op zijn vaste plek in de krant.

Moment van stilte voor Arpad Weisz, trainer van DFC

Het is 15 januari 2013. Het trotse voetbalelftal van Inter stapt in het Milanese Giuseppe Meazza-stadion de grasmat op voor een wedstrijd in de kwartfinale van de Coppa Italia tegen Bologna. De spelers van beide teams dragen een wit shirt met daarop de tekst ‘No al razzismo’, of wel ‘Nee tegen racisme.’ Boven die tekst pronkt een foto van een knappe man met pikzwart haar. Zijn naam: Arpad Weisz… uit Dordrecht.

In jaren dertig ‘bezorgde’ voetbaltrainer Weisz zowel Milan als Bologna de scudetto, dat felbegeerde schildje dat alleen landskampioenen mogen dragen en op deze kille januaridag herdenken spelers en publiek hun held van weleer, die in Auschwitz zo tragisch aan zijn einde kwam.
Arpad Weisz, joods, geboren in Hongarije is vandaag de dag nog altijd een legende in zijn geboorteland en een begrip bij voetballiefhebbers in Italië. Wat veel minder mensen weten is dat hij óók Dordtenaar was, want als gevolg van door dictator Mussolini uitgevaardigde rassenweten reisde hij in het jaar 1940 af naar Dordrecht om hier in dienst te treden bij Eerste Klasser DFC, dat een moeilijk seizoen doormaakte.

Lang mocht zijn tijd hier niet duren, want zijn joodse afkomst was ook in bezet Dordrecht niet onopgemerkt gebleven. In september 1941 ontving DFC een brief van de Dordtse politiecommissaris waarin fijntjes duidelijk gemaakt werd dat de club toch beter maar geen joden in dienst kon nemen. Nog geen jaar later werd Weisz, samen met zijn vrouw en kinderen gearresteerd en (nota bene vanaf het Betlehemplein) op de trein naar Westerbork gezet om uiteindelijk gedeporteerd te worden naar Auschwitz.

Bij aankomst in dat kamp werd hij gescheiden van zijn vrouw Ilona, van zijn zoontje Roberto en zijn dochtertje Clara. Hij zou ze nooit meer terugzien, want drie dagen later werden zij daar vergast. Omdat Weisz kon werken mocht hij nog zestien maanden leven, maar uiteindelijk overleed ook hij, op 31 januari 1944, in Auschwitz. Vanavond is de naam Arpad Weisz de laatste in een rijtje van tien namen die tijdens de herdenkingsplechtigheid in de Singelkerk zullen worden uitgesproken. Dat is om stil van te worden.

(publicatie met toestemming van Kees Thies. Elke ochtend Kees Thies bij het ontbijt is alleen mogelijk door Ad De Dordtenaar als abonnee te lezen. Hij verschijnt in beginsel zes keer in de week in de krant, die is voortgekomen uit Dagblad De Dordtenaar dat in een historie staat vanaf 1 april 1946)

Foto DFC selectie met staande rechts in 1939 Arpad Weisz

 

 

Deel dit bericht met je vrienden!