woensdag 16 juni 2021

Alles over Dordrecht

Verslag informatiebijeenkomst ondernemersfonds Dordrecht

29 april 2013

DORDRECHT - Presentatie plan van aanpak zoals vastgesteld door het Platform Binnenstadsmanagement op 24 april 2013.

Dagvoorzitter: Hans Berrevoets
 
Sprekers:
Kees van Netten, Platform Binnenstadsmanagement
Anneke Maagdenberg, DOV
Herman Koekkoek, voorzitter Activiteiten op zondag en betrokken bij Voorstraat Noord
Arien van Pelt, voorzitter Stichting Centrum Management
Antoon de Kamper, Vereniging Binnenstadondernemers Vastgoed (VCOD)
Boy van Prooijen, voorzitter Koninklijke Horeca, afdeling Drechtsteden
Kees van Netten, voorzitter platform BSM heet iedereen van harte welkom.
 
Het plan voor het Ondernemersfonds komt voort uit een convenant dat is gesloten in 2010 tusse de gemeente en de ondernemerspartijen in de binnenstad, met de afspraak om activiteiten te ontwikkelen die de binnenstad verder tot bloei moeten brengen, waaronder het vergroten van het
financieel draagvlak voor activiteiten in de binnenstad. Toen is het platform opgericht en daarbij is een aantal partijen betrokken: de ondernemersvereniging, horeca, ambulante handel, culturele organisaties, stichting Centrum Management, de onroerend goed eigenaren in de binnenstad, Kamer van Koophandel, Stichting Dordrecht Marketing en de gemeente Dordrecht.
 
In 2012 is een startnotitie gemaakt; die is uitvoerig besproken en in oktober is er een hoorzitting georganiseerd door de gemeenteraad. Op 18 februari 2013 is uiteindelijk het plan van aanpak unaniem vastgesteld in het Platform. 
 
De input vanuit de informatierondes is zo goed en volledig als mogelijk verwerkt. Daardoor is nu bijvoorbeeld de afspraak dat de helft van de opbrengst van de reclamebelasting terugkomt naar de straten, waar het door de ondernemers zelf besteed kan worden aan activiteiten. De voorkeur gaat uit naar een stichting voor het beheer van het fonds en niet naar een vereniging, aangezien die laatste rechtsvorm met 700-800 leden niet werkbaar gaat worden. Er moet een overeenkomst komen met de gemeente, met toezicht van de gemeenteraad op de besteding van de middelen die
uiteindelijk beschikbaar komen via subsidie in het fonds. Er is in de nota uitleg gegeven waarom wordt uitgegaan van de WOZ waarde. Er zijn nog andere opties zoals een opslag op de WOZ waarde, maar die werd niet redelijk geacht omdat die dan betaald zou moeten worden door alle
ondernemers in de stad, terwijl de bestemming vooral de binnenstad is.
 
Een andere methode zou zijn een bedrijven investeringszone, die met heel veel regels is omgeven; de middelen moeten dan vooral besteed worden aan Schoon, Heel en Veilig en dat is een ongewenste beperking. De Experimentenwet Bedrijven Investeringszone is overigens inmiddels geschorst; er moet eerst een evaluatie gedaan worden. Reclamebelasting is dan de enige optie die overblijft, althans in de visie van het platform.
 
Het platform vertegenwoordigt een aantal partijen. De DOV vertegenwoordigt 53 ondernemers, horeca 75 ondernemers, SCD 136 winkeliers en de onroerend goedclub heeft meer dan de helft van de winkelruimte in de binnenstad in eigendom. Uiteraard is niet iedereen die lid is, vóór het plan,
maar de besturen zijn dat wel. De tariefopbouw staat in de nota en wordt getoond. Recent zijn gegevens beschikbaar gekomen uit onderzoek; 800 van de ruim 1000 objecten vallen in de waardeklasse tot 300.000 euro en betalen dus de laagste bijdrage van 250 euro. Als panden leeg staan, worden de eigenaren aangeslagen voor de reclamebelasting.
 
Anneke Maagdenberg, bestuurslid DOV en ondernemer in de Vriesestraat spreekt.
Haar startmoment is 2009, het moment waarop de intentieverklaring is getekend voor oprichting van het Platform Binnenstadsmanagement. Het was duidelijk dat er iets moest gebeuren aan de binnenstad. Het platform is begonnen met veel ideeën spuien en uiteindelijk kwam het
Ondernemersfonds naar voren. Iedere deelnemer apart vertegenwoordigde zijn groep, maar ook het algemeen belang. Haar vereniging is er enthousiast over, omdat je met elkaar de problemen en de uitdagingen aan moet pakken. Er waren initiatieven vanuit winkeliersverenigingen, maar er
waren ook niet-leden die wel overal van meeprofiteerden. Als iedereen meebetaalt, kun je meer  activiteiten ontwikkelen omdat je meer geld binnenkrijgt. Daarbij is het altijd geven en nemen.
 
De DOV is in principe nog steeds voorstander van het Ondernemersfonds, maar het draagvlak onder de leden is de laatste tijd wel iets minder geworden en dat heeft met name te maken met de financiering van het fonds. Er is nu een begroting opgezet op basis van het aantal deelnemers en het management van het fonds. De DOV ziet liever dat er een jaarplan en een lange termijnplan opgezet wordt met daarin alle activiteiten, dat op basis van de begroting wordt opgesteld en dat op basis daarvan de bijdrage wordt vastgesteld. Het bestuur over dat fonds en de organisatie van de activiteiten moet naar haar mening worden gevoerd door ondernemers en kan voor ondersteunende werkzaamheden een coördinator benoemen. Vanuit het oogpunt van maatschappelijk verantwoord ondernemen kan die coördinator vervolgens mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt inzetten, of mensen die werkloos zijn en dolgraag iets willen aanpakken.
 
Met het beginsel van het Ondernemersfonds is niets mis, maar de uitvoering behoeft nog overleg. Bovendien moet nog goed worden bekeken of de kosten tegen de baten opwegen. Er zal een draagvlakmeting komen in opdracht van de gemeenteraad. Als er onvoldoende draagvlak blijkt te
zijn voor een Ondernemersfonds, dan komt het er niet. Ze vraagt alle tegenstanders om in dat geval wel met een beter plan te komen, want met alleen
nee zeggen bereik je niets.  
 
Een mooi voorbeeld is de Vriesestraat waar geweldige initiatieven worden ontwikkeld, maar dat is wel dun ijs omdat het gedragen wordt door een aantal enthousiaste ondernemers die zich niet laten weerhouden door kritiek van de beste stuurlui, die altijd aan wal staan.
 
Als men geen Ondernemersfonds wil is dat prima, maar dan dus wel graag een alternatief, want met negativiteit bereik je helemaal niks. Ze roept op tot samenwerking en het nemen van de eigen verantwoordelijkheid. Dordrecht moet immers weer een mooie, gezellige aantrekkelijke stad
worden waar je met plezier naartoe gaat. Met betrekking tot zondagsopening is de DOV voor, maar de winkeliers moeten daar wel vrij in zijn. Iedere zondag open; het beleid moet eenduidig zijn en als je als winkelier niet open wilt zijn, dan is dat prima. Respecteer echter ook de anderen die dat wel willen. Ze hoopt van harte dat samenwerking haalbaar is, met een Ondernemersfonds of op een andere manier.
 
Herman Koekkoek geeft complimenten voor de hoge opkomst. Hij is voorzitter van het Kunstrondje Dordrecht en spreekt ook namens de ondernemers van de Voorstraat Noord en de 'georganiseerde ongeorganiseerden' rond Jochen Tiele en Chocolate. Voorstraat Noord en
Kunstrondje Dordt zijn niet op voorhand tegen een Ondernemersfonds, maar wel tegen dít Ondernemersfonds. Er is eerder in de vergadering van Voorstraat Noord en Kunstrondje Dordt uitvoerig gediscussieerd en het vorige plan is integraal afgewezen. De nieuwe versie is bekeken en
daarin is te weinig gedaan met de mening van zijn achterban. Het woord is wat hem betreft aan de ondernemers.
 
Arien van Pelt, kapper op de Vriesestraat spreekt als ondernemer en als onbezoldigd voorzitter van de Stichting Centrum Management. Hij woont en werkt met veel plezier in Dordrecht. Een Ondernemersfonds is belangrijk voor de Dordtse binnenstad. 20% van de ondernemers betaalt nu
100% van de gezamenlijke activiteiten en dat kan niet meer. Collectieve budgetten in bijvoorbeeld winkelcentra zijn hem bekend; daarbij gaat het om vele malen hogere bedragen dan waar bij het Ondernemersfonds sprake van is. Hij is voorstander vanuit de wens om activiteiten met elkaar te
willen dragen en wil ook niet steeds achter het geld aan moeten gaan dat is beloofd voor bepaalde activiteiten. Een ondernemer moet kunnen ondernemen en niet verzanden in de randverschijnselen van het actief zijn.
 
Vanuit de stichting Centrummanagement is er een belangrijke stap gezet in het belang van de binnenstad; een stap opzij om ruimte te maken voor nieuwe initiatieven; nieuwe mensen die deze taak gaan uitvoeren en nieuwe ideeën in het belang van Dordrecht - maar wel in fasen. Er is
gesproken over een kostenverhoging, maar dat is in vele gevallen niet juist. De contributie voor Stichting Centrum Management vervalt en velen gaan er zelfs iets op vooruit. Datzelfde is ook van toepassing op het Palladium en Drievriendenhof.
 
Het is een feit dat mensen beleving een belangrijke factor vinden in de stad. Hij roept op om met elkaar de beleving te verbeteren, mee te
denken en samen te werken om dat tot stand te brengen.
 
Antoon de Kamper vertegenwoordigt Vereniging Binnenstadondernemers Vastgoed (VCOD).
Vastgoed betreft alles wat aard- en nagelvast is, dus ook grond. De workshop Red de Winkel van Da Vinci College was in zijn optiek zeer zinvol en die beveelt hij dan ook van harte aan. Geen enkele ondernemer wordt blij van belasting, maar toch roept hij op om mee te doen met het
Ondernemersfonds; verander desnoods de vorm, maar doe wel mee, want zonder samenwerking gaat de neergaande lijn door. De concurrentie van Internet en georganiseerde winkelcentra verdwijnt niet. Hij heeft bij de workshop geleerd dat er winkelcentra zijn die je aankopen thuisbezorgen; de omzet is daarmee verhoogd, want mensen blijven dan langer en bezoeken meer winkels. Als je samen investeert, kun je meer dingen winnen.
Het Ondernemersfonds is van en voor ondernemers; zij zitten in het bestuur en bepalen hoe de belasting wordt besteed. De solidariteit van de ondernemers in de binnenstad wordt er door bevorderd; iedereen betaalt mee en iedereen kan meepraten. De kosten worden niet hoger dan
5%; 95% blijft in het fonds en de gemeente draagt uit eigen middelen nog eens 65.000 euro bij. Er komt een nieuwe stichting met een nieuw bestuur, voor een frisse start en een goede finish. Met een toezicht door de gemeenteraad is het democratisch functioneren gewaarborgd. Hij nodigt
eenieder van harte uit om mee te doen. 
 
Boy van Prooijen spreekt namens Koninklijk Horeca Nederland, afdeling Drechtsteden.
Hij woont en werkt in Dordrecht. Gaten schieten in plannen die het beste met de binnenstad en de ondernemers voor hebben is gemakkelijk. Helaas wordt er pas na een mondelinge uitleg aan de betrokkenen ineens heel anders tegenaan gekeken. Hij was destijds als enige van de bestuursleden
tegen het Ondernemersfonds; hij vond de inmenging van de overheid in private bedrijfsvoering te ver gaan en had minder goede ervaringen opgedaan met vrijwillige overeenkomsten tussen ondernemers en de overheid, de PPS (Public Private Partnerships); overigens niet in Dordrecht. De
inhoud van het convenant deed hem daar toen sterk aan denken. Inmiddels is hij tot een ander inzicht gekomen en misschien geldt dat voor meer mensen. Zijn mening veranderde hoofdzakelijk door de talrijke besprekingen die leidden tot het voorliggende concept. Vrijwel alle voorwaarden die
de ondernemers stelden, zijn door de overheid gevolgd.
 
Overigens zijn ook binnen zijn vereniging mensen te vinden die minder positief zijn dan hijzelf. Zonder samenwerking geen sterke binnenstad. Free Riders zul je helaas altijd houden; daar gaat hij vanavond niet op in. De ondernemers zijn leidend en bepalen via hun zelf samen te stellen
bestuur vrijwel alles. Ook de kosten van beheer hebben de ondernemers zelf in de hand en zullen daardoor nooit de wel eens gesuggereerde 50% van het totaalbudget gaan bedragen. Hoe lager de kosten, hoe meer tijd ingezet zal moeten worden door de betrokkenen.
 
Koninklijke Horeca Nederland is voorstander van een professioneel kader en dat kan gemakkelijk in deeltijd.
De gemeentelijke bijdrage aan het fonds onder aftrek van de kosten voor inning is correct, zeker als je weet dat deze gemeentelijke bijdrage niet ten koste gaat van andere bijdragen. Het fonds zal verantwoording moeten afleggen aan de grootste vuller van de pot, de gemeentelijke overheid.
Het fonds, waarvan de heffing helaas als belasting door het leven gaat, kan zichzelf altijd opheffen. De baten kunnen alleen aangewend worden voor het beoogde doel, het aantrekkelijk maken van de binnenstad middels acties en dergelijke en zullen nooit voor iets anders gebruikt kunnen
worden. Bij het staken van het fonds zal de heffing vervallen; dat is duidelijk vastgelegd.
 
Je kunt op vele manieren tegen de opzet aankijken, maar zijn oproep is om het eens on-Dordts te doen: positief dus. Ga niet op elke slak of woord van het plan zout leggen. Vele on-Dordtse initiatieven van de laatste jaren geven velen voortdurend ongelijk. Het Scheffersplein was ongeschikt als
terraslocatie, Villa Augustus lag veel te ver buiten de stad, zalen voor disco en pop zijn uit de tijd; het Dolhuis en het Energiehuis bewijzen het tegendeel. Hij hoopt van harte dat het Ondernemersfonds er zal komen en dat een beetje out of het box denken, innovatief en positief
dus, tot hele mooie dingen leidt, zelfs in Dordrecht. Als de zaak alsnog niet doorgaat, zal de gemeente 65 mille in de knip houden en dat zou toch jammer zijn. 
 
De voorzitter hoort iedereen zich uitspreken voor samenwerking, alleen zijn de wegen om te komen tot samenwerking verschillend.
 
Hij vraagt de zaal of de wens tot samenwerking onderschreven wordt. 
 
In de zaal zijn twee mensen tegen, die vervolgens worden uitgenodigd om hun mening te geven.
 
Ed Vermeulen is tegen samenwerking omdat hij van alles hoort over winkels en horeca, maar niets over kantoren, praktijkruimten en opslag. Hij heeft als eigenaar van een kantoor op de Voorstraat niet eens een uitnodiging gehad voor vanavond, maar is wel onderdeel van de bijna
50% van dergelijke ondernemers die mee moet gaan betalen. Hij zou graag horen wat de baat zal zijn van een Ondernemersfonds voor zijn kantoor. Hij herkent zich niet in het Ondernemersfonds en is tegen.
 
Jan Rijsdijk, Voorstraat Noord is ook tegen. Hij is dik tevreden met de gang van zaken op de Voorstraat Noord en heeft verder niks met de binnenstad. Het Kunstrondje Dordrecht is prima, maar waarom moet hij met de binnenstad mee gaan doen, omdat daar maar 20% betaalt? Op de
Voorstraat Noord betaalt misschien wel 85% van de ondernemers. De straten waar het wel goed gaat, worden geannexeerd door de straten waar het minder gaat en daar heeft hij geen enkel belang bij.
 
Han Elzerman merkt op dat de contributie voor Voorstraat Noord dan toch vervalt; dat gaat naar het Ondernemersfonds. Dat is vestzak-broekzak.
 
De heer van Netten merkt op dat het de bedoeling is dat niemand dubbel gaat betalen. Uiteraard kunnen allerlei winkeliersverenigingen nog voor zichzelf voor andere activiteiten een heffing vragen. Stichting Centrum Management compenseert met de contributie die nu betaald wordt. Het
is ook nadrukkelijk de bedoeling dat er door Voorstraat Noord en Kunstrondje Dordt betaald wordt aan het Ondernemersfonds, waarna die straks op straatniveau geld terugkrijgen.
 
Remco Valkman heeft een bedrijf aan de schil. Er wordt gedaan alsof het Ondernemersfonds de enig mogelijke vorm van samenwerking is. De Vereniging van de Nederlandse Detailhandel geeft aan dat veel winkeliers financieel klem zitten; dat betreft wel 40% van de winkels en daar zou
rekening mee gehouden moeten worden. Hij wil geen belastingheffing voor een afgedwongen solidariteit.
 
Kees Sengers, juwelier Voorstraat sluit zich daar bij aan. De leden die aanwezig zijn vormen slechts een klein percentage van het totale aantal winkeliers en horeca mensen, maar zijn toch het aanspreekpunt voor de gemeente. De gemeente neemt beslissingen, samen met die kleine groep
mensen over een totaalgroep van 80% die geen stemrecht heeft omdat ze geen lid zijn. Hij voelt zich daar toch een beetje verantwoordelijk voor, want welke kant ga je daarmee uit? Heeft de kleine winkelier in de kleine straat ook nog rechten, of bereiken de mensen met de grootste mond
het meest, en dat juist in deze tijd? 
 
Piet Kingma verhuurt al 45 jaar onroerend goed. Hij mist een inventarisatie van de problematiek.
Er is sprake van afnemende bedrijvigheid en er is minder geld te besteden. Rotterdam concurreert, de welvaart neemt af, er is internet concurrentie. Er zijn simpelweg te veel winkels, dan wel te weinig klanten. Er worden nog steeds winkels ontwikkeld voor leegstand; de Voorstraat kent al
jaren leegstand, maar toch mag er in het postkantoor een supermarkt worden ontwikkeld. Maak liever een plan om opnieuw mensen vanuit omliggende steden en dorpen aan te trekken. Maak eerst een plan en vraag dan om geld.
 
De voorzitter merkt op dat er is gevraagd of de 80% van de mensen die niet zijn vertegenwoordigd, wel worden gehoord. De gemeente heeft tot een draagvlakmeting besloten, dus die weg wordt ook bewandeld.
 
Corinne Vermeij van de Vriesestraat heeft er aanstoot aan genomen dat door mevrouw Maagdenberg van de DOV zojuist werd meegelift op het succes van de Vriesestraat om haar punt duidelijk te maken. Ze is inderdaad gevestigd in de Vriesestraat, maar met een zorgmanagement
kantoor. In de Vriesestraat is ruim drie jaar hard gewerkt om de zaak op de rit te krijgen, bottom-up. Ze krijgt bij dit Ondernemersfonds het gevoel van top down. Andere straten gaan kijken naar de Vriesestraat, om te kunnen aanhaken. Er moet, zoals de heer Kingma zegt, inderdaad eerst een
goed plan komen waardoor ondernemers bereid zijn om daar aan mee te betalen. Dan weten ze wat ze er mee kopen, want dat is volledig onduidelijk. De straten moeten ook op eigen niveau activiteiten kunnen blijven ondernemen. Een deel van de belasting zal inderdaad terugvloeien naar
straatniveau, maar nu heeft de Vriesestraat met 50% free riders méér dan wanneer alles betaald zou worden aan het Ondernemersfonds en daarvan de helft op straatniveau mag worden besteed. Aan de basis van het verhaal moet nog enorm gesleuteld worden en dan moet bottom-up en niet
top down. 
 
Kees van Netten merkt op dat hij blij is dat het prima gaat in de Vriesestraat. Hij bepleit solidariteit voor de hele binnenstad. Als de ondernemers de handen in elkaar slaan en de binnenstad als totaalproduct benaderen, zal iedereen er op zijn straatniveau voordeel van gaan hebben. Er is in de Dordtse binnenstad een transitie gaande van alleen winkelen en op straatniveau, naar een totaalproduct en een totaalaanpak; hij is er van overtuigd dat dat voor iedereen een voordeel oplevert. Als het je goed gaat, wordt het nog beter en als het niet zo goed gaat, wordt het ook beter. Er is gevraagd om eerst een plan te maken.
 
Er is een plan gepresenteerd; daarin zijn vier categorieën genoemd waaraan het geld zal worden uitgegeven. Dat is een plan op hoofdlijnen. Het op te richten bestuur gaat het plan concretiseren, naar de behoeften die de ondernemers aangeven. Het is verder aan de ondernemers als het Ondernemersfonds er eenmaal is. Het bestuur kan het plan zoals gezegd modelleren naar de concrete behoefte die er is.
 
Sylvia Landa, voorzitter Voorstraat Noord merkt op dat haar leden 75 euro per jaar betalen en geen 250 euro.
 
Herman Koekkoek merkt op dat het probleem free riders ook afhankelijk is van de kwaliteit van de winkeliersvereniging; in de Voorstraat Noord is geen enkele free rider.
 
Saskia Wind, Windsister Warehouse, Voorstraat Noord merkt op dat voor samenwerking van winkeliers een van de het belangrijkste dingen is dat je je winkeltijden op elkaar afstemt. Op dinsdag is de helft van de winkels dicht en mensen van buiten de stad zijn dan zwaar teleurgesteld.
Winkels open is minstens zo belangrijk als geld om activiteiten te ondernemen.
 
Kees van Netten merkt op dat de minimum heffing inderdaad 250 euro is. Voor activiteiten op straatniveau is de helft daarvan beschikbaar en als je er van uitgaat dat nu ongeveer de helft beschikbaar is voor de binnenstad en na invoering van de heffing twee keer zoveel, dan is in ieder
geval het hele bedrag dat nu al beschikbaar is, dan ook nog steeds beschikbaar. Het zal nooit minder zijn, maar hij erkent dat de heffing minimaal 250 euro is en niet 75 euro.
 
Ferry de Klerk, Merz merkt op dat je er wel geld in kunt steken, maar je hebt ook mensen nodig die er tijd en energie in willen steken. Hij is van mening dat de ondernemers bepalen of een straat mensen trekt en vindt dat de gemeente zich daar niet in moet mengen.
 
Hugo Klaus, Vriesestraat, vraagt wat de ondernemers er voor terugkrijgen. Hij is voorstander van de zondagsopening. Je moet het toch terugverdienen.
 
Kees van Netten antwoordt dat de gemeente faciliterend is in de zin dat zij de reclamebelasting opleggen en innen, als die er komt. Na aftrek van 5% inningskosten bemoeit de gemeente zich er niet meer mee.
 
Vanessa Bernhart, Bubblethee merkt op dat het inderdaad sterk samenhangt met de energie die mensen er in willen steken. Ze is benieuwd welke vijf ondernemers in het bestuur kunnen gaan zitten, qua beschikbare tijd en professionaliteit. Wie gaat het bestuur dan controleren? Als een
bestuurder van de stichting zijn werk niet goed doet, wat gebeurt er dan?
 
Frans Faasen, Petit Commerce merkt op dat de Vleeschhouwersstraat al heel lang dood is; geen enkele instantie doet daar iets. De winkeliers daar doen alles zelf, maar worden nooit genoemd. Hij vraagt of er garantie is dat ook deze straat meeprofiteert. Als er in de Vriesestraat een paraplu
opgehangen wordt, dan staan er grote stukken in de krant, terwijl de Vleeschhouwersstraat nooit aandacht krijgt. Het gaat trouwens om hobbywinkels.
 
Corinne Vermeij van de Vriesestraat antwoordt dat de paraplu's er inderdaad hebben gehangen; de straat heeft alles zelf geregeld, zonder hulp van gemeente of Dordrecht Marketing. De straat heeft geen subsidie gekregen, maar heeft alleen de vergunning mogen betalen. De persberichten
worden door de straat zelf geschreven en daardoor is er veel publiciteit; dat is een resultaat van eigen inspanningen.
 
Ed Vermeulen hoort graag een antwoord op zijn vraag, als eigenaar van een kantoorpand. Er is een activiteitenplanbegroting opgesteld die met diverse logo’s is ondertekend, maar in de toelichting hoort hij alleen afwijkingen van de organisaties die dit plan zouden onderschrijven. DOV
zegt: dit is het fonds nog niet; een andere spreker vindt ook dat het net iets anders moet, maar hun logo's staan er wel onder en hij vraagt om uitleg. Hij vraagt wat het mandaat is van de besturen ten opzichte van de leden die zij vertegenwoordigen en of dat onderzocht is.
 
Kees van Netten antwoordt dat het idee is, als duidelijk is dat het fonds doorgaat en dat wordt duidelijk als de raad besluit tot heffing, dat er een interim bestuur van drie leden komt dat het definitieve bestuur moet vinden, en wel voor 1 januari 2014. Dat zal nog niet meevallen, want het is inderdaad best een flinke taak, maar als je ziet dat er nu ook verschillende besturen draaien met bestuurders die dat in hun vrije tijd doen, dan moet dat mogelijk zijn.
 
Op 1 januari moet er dus een AB en een DB zijn. Het DB komt voort uit het AB. In het AB kunnen allerlei verenigingen van ondernemers een plek vinden, in totaal vijf mensen. Het platform gaat daar niet over; de invulling geschiedt door de ondernemers. Het platform heeft alleen de structuur aangereikt. Als je geen bestuurders vindt, gaat het niet door. Een kantoor op de Voorstraat West dat zijn naam op de pui zet, wordt beschouwd als een reclame-uiting in de openbare ruimte.
 
Ed Vermeulen merkt op dat het bij het Ondernemersfonds ook gaat om kantoren, opslagruimten en overige bedrijven; die vormen een groot deel van de begroting en hij vraagt opnieuw wat de toegevoegde waarde is voor deze partijen. Als kantoor zijnde heeft hij alleen maar last van een, best gezellige, Kerstmarkt. Wat krijgt een kantoor voor de bijdrage? Kees van Netten antwoordt dat het merendeel horeca en winkeliers betreft; kantoren en
opslagruimten vormen geen meerderheid.
 
De heer Vermeulen merkt op onder verwijzing naar het overzicht dat alleen al 156 kantoren samen 39.000 euro betalen. Dat is 250 euro per kantoor; wat hebben die er aan? 
 
Kees van Netten antwoordt dat kantoren er inderdaad weinig tot niets aan hebben.
 
Vraag: onderschrijven de organisaties het Ondernemersfonds volmondig, gezien het feit dat hun logo's onder het rapport staan, of zijn er voorbehouden?
 
Antoon de Kamper antwoordt dat Vastgoed vindt dat je dit zo moet doen.
 
Boy van Prooijen merkt op dat de horeca in 2010 het convenant al getekend heeft; het kan zijn dat er na drie jaar inmiddels minder animo voor is. Het is sindsdien niet meer aan de orde geweest, maar de ledenvergadering heeft het bestuur in ieder geval niet teruggefloten.
 
Arien van Pelt merkt op dat de Stichting Centrum Management natuurlijk voorstander is, want de leden gaan er op vooruit. Ze staan niet meer alleen en gaan in sommige gevallen ook minder betalen. Ook als Stichting Centrum Management vindt hij dat de activiteiten wel door het nieuwe
bestuur moeten worden ingevuld en niet vooraf. Een andere vertegenwoordiger van de DOV, de heer Honing van McDonalds vindt het ook een
goed plan. hij begrijpt niet dat veel mensen hier moeite mee hebben; teruggerekend gaat het om 68 cent per dag voor een fantastisch plan. Dat moet ook voor een kleine ondernemer op te brengen zijn. Er moeten allerlei activiteiten ontplooid worden voor een aantrekkelijke binnenstad.
 
Herman Koekkoek merkt op dat 68 cent per dag op jaarbasis voor veel mensen een heleboel geld is; hij vindt die opmerking dan ook belachelijk. Mede namens Voorstraat Noord merkt hij op dat het oorspronkelijke plan integraal is afgewezen. Vervolgens is gekeken naar het plan zoals het er
nu ligt. Op de wezenlijke kritiekpunten: de stichtingsvorm, de belastingheffing, de problematiek rond huizen in gemengd gebruik, beneden winkel/boven wonen is niets veranderd. De groten betalen niet in verhouding veel meer dan de kleintjes. Het plan zoals het er nu ligt is gewoon een
slecht plan. 
 
Kees van Netten wil de genoemde amendementen best meegeven aan het oprichtingsbestuur, om die bij de uitwerking van het plan vorm te geven.
 
Herman Koekkoek doet enkele simpele aanbevelingen. Neem een vereniging, geen stichting, anders hebben de leden niets te vertellen. De rechtspersoon is gewoon slecht.
 
Kees van Netten antwoordt dat een vereniging met 700, 800 leden een pandemonium wordt. De bestuurskracht wordt dan heel gering en het zal geen lang leven beschoren zijn.
 
Herman Koekkoek is dat niet met hem eens en geeft voorbeelden zoals Vrienden van het Dordrechts Museum en de Vereniging Oud Dordrecht, met meer dan duizend leden en die functioneren prima.
 
Kees van Netten merkt op dat een Vereniging Vrienden van het Dordrechts Museum niet te vergelijken is met een vereniging van 700, 800 ondernemers, met misschien wel honderden verschillende meningen. Dat laatste gaat echt niet werken.
 
Mark Klein, Kunstmagazijn Voorstraat Noord merkt op dat de samenwerking in de Voorstraat Noord is gebaseerd op vrijwilligheid. Een aantal mensen richt een vereniging op met een bewust lage bijdrage, zodat je mensen gerust kunt vragen of ze meedoen aan bepaalde activiteiten. Nu gaat alles in een grote pot en daar zie je misschien helemaal niets van terug; hij heeft daar geen vertrouwen in. Voorstraat Noord doet het goed, heeft het in de hand, de leden zijn enthousiast en daar heeft hij wel vertrouwen in. Het kan altijd beter met de stad, maar dat is ook een taak voor Dordrecht Marketing. Bijna de helft van de begroting vloeit terug naar Dordrecht Marketing en hij vindt het plan dan ook een bezuiniging van de gemeente.
 
Kees Van Netten bestrijdt dat met klem; van de begroting gaat niets naar Dordrecht Marketing. Hij merkt op dat er een plan is gemaakt in het platform waarover in zijn optiek goed is gecommuniceerd; verder is het aan de ondernemers. Wat hem betreft volgt van onderaf vanuit de
ondernemers de concretisering.
 
De heer Koekkoek schetst hoe het DB van de stichting wordt gevormd. Hij is ondernemer en wordt vrijwillig lid van een winkeliersvereniging. Iemand gaat vervolgens op verzoek van de stichting in het AB en die gaat in het DB. Er zijn dus 4 barrières tussen de ondernemer en het uiteindelijk verantwoordelijke bestuur. Een individuele ondernemer kan het dagelijks bestuur op geen enkele manier ter verantwoording roepen en dat is fundamenteel onjuist. Rapporteren aan de gemeenteraad en daarmee stellen dat het democratisch gehalte is gewaarborgd is onzinnig; de
gemeente is niets anders dan de deurwaarder voor het fonds. 
 
De heer Van Netten merkt op dat als de vier lagen als barrières beschouwd worden, daar iets aan moet gebeuren, want dat lijkt hem niet goed. Natuurlijk houdt de gemeente zicht op het geld, aangezien ze drie ton storten, maar de ondernemers bepalen de acties in de stad. Alleen als de
ondernemers er een zooitje van maken kan de gemeente weigeren om nog langer subsidie in het fonds te storten.
 
De voorzitter vraagt hoe een promotiefonds zich kan bedruipen; hoe vul je dat?
 
Saskia Wind vindt het het belangrijkste dat de mentaliteit onderling goed is. Je moet uit jezelf mee willen werken of mee willen betalen aan activiteiten die de binnenstad nog verder op de kaart zetten. Hoe het dan heet, is verder niet meer belangrijk. Ook dan zou je een communicatieplatform
kunnen hebben dat niet met geld gemoeid is, maar met mentaliteit. Samen werkt het het beste voor de binnenstad, daar is iedereen het over eens, maar dat hoeft niet met een verandering van het systeem.
 
Harry Faber van der Meulen, Kuipershaven, Pop-Up Bookshop merkt op dat als hij straks 250 euro moet betalen, zijnde de helft van het bedrag dat Hema, Kruidvat en Bellevue moeten betalen, hij dat als onrecht ervaart.
 
Herman Koekkoek vindt dat je moet beginnen met een vereniging waar iedereen lid van kan zijn. 1 promille van de WOZ waarde van het pand is voor iedereen eerlijk. Dan betaalt iedereen naar rato van de waarde van zijn pand en is er ook genoeg geld.
 
Vanessa Bernhart, Bubblethee, Vriesestraat merkt op dat de gemeente dus eigenlijk blij is met de Vriesestraat en de Voorstraat. Eigenlijk wil de gemeente dat je allemaal groepjes vormt, dan krijg je geld, maar dan moet dat wel op hun manier: in een stichting.
 
Arien Van Pelt merkt op dat winkelketens als de Hema aangesloten zijn bij een collectief waarbij zij al vele malen meer betalen per vierkante meter aan een fonds voor reclame in hun eigen gebied. Het is in die zin geen oneerlijke situatie.
 
Harry Faber van der Meulen, Kuipershaven, Pop-Up Bookshop vindt dat dat geld dan overgeheveld moet worden.
 
De heer Atasoy ????, Grote Markt merkt op dat het Ondernemersfonds is bedoeld om leegloop in de binnenstad tegen te gaan. Door die verschrikkelijke pollers en de hoge parkeertarieven is er leegloop; daardoor blijven mensen weg. Hij heeft er persoonlijk niets aan als er wat georganiseerd wordt in de binnenstad. Eerst worden er problemen gecreëerd door de pollers en de hoge parkeertarieven en daarna moet er een fonds komen waar hij niets aan heeft.
 
Leonard Jonkers, Stichting Horeca Scheffersplein doet al jaren mee, met 9 leden en betaalt veel hogere bedragen dan nu genoemd worden. Zijn stichting is erg blij met de komst van een Ondernemersfonds omdat dat betekent dat andere partijen ook gaan bijdragen aan de binnenstad.
 
Als de Voorstraat Noord 75 euro aan haar leden vraagt: de leden aan het Scheffersplein betalen 350 euro. Het zou fijn zijn om dit wat gelijkmatiger te verdelen in de stad en uiteindelijk heb je dan ook een veel beter fonds en meer daadkracht.
 
Kees van Netten merkt op dat hij constateert dat er vanavond veel tegenstanders zijn; dat is op zich prima voor het contrageluid en daar kun je je voordeel mee doen, maar hij mist de concrete bijdrage die aangeeft waar je je voordeel dan concreet mee kunt doen. Die suggestie van 1
promille van de WOZ waarde betekent dat je alle ondernemers in de hele stad gaat belasten voor de binnenstad, ook die op bijvoorbeeld de Dordtse Kil. Dat is echt lastiger uit te leggen dan aan die paar mensen in de binnenstad die straks gaan betalen en daar heel weinig voordeel van zullen
terugzien, want dat laatste is ook waar.
 
Herman Koekkoek merkt op dat je die 1 promille ook gewoon kunt heffen bij de ondernemers voor het gebied dat is gekozen: de binnenstad.
Dennis Vecht heeft de juridische en fiscale contouren geschetst van het Ondernemersfonds. 1 promille van de WOZ waarde betekent de vorming van een superfonds, want 1 promille van een WOZ waarde betekent al een bijdrage van 300 euro. Dat is dus nog veel te ruim.
 
De heer Tieman merkt op dat de huur van de winkels die hij verhuurt, door hem verlaagd is van 1.500 naar 850 euro per maand en deze mensen hebben nog steeds moeite om de huur te kunnen betalen.
 
Gerben Baaij, directeur Dordrecht Marketing merkt nadrukkelijk op dat het beslist geen verkapte collecte voor Dordrecht Marketing is. Het geld gaat in een fonds en de ondernemers bepalen waar zij het aan uit willen geven. Als de ondernemers vinden dat zij hulp nodig hebben om dat geld uit
te geven, helpt hij heel graag, maar dat hoeft helemaal niet.
 
Frank Korteweg, De Onderneming, Korte Nieuwstraat is lid van het Kunstrondje Dordt. Dat is een vrijwillige bijdrage. Hij heeft er grote moeite mee dat het Ondernemersfonds wordt opgedrongen. Je moet maar hopen dat je stem en jouw doelgroep gehoord wordt en vertegenwoordigd wordt,
want je wordt op een grote hoop geveegd. De stichtingsvorm is een probleem, want in die zin is het niet controleerbaar en niet af te rekenen. Hij ziet zichzelf niet vertegenwoordigd in een bestuur van vijf mensen.
 
De heer Hermsen, kunstgalerij Europ Art aan de Grotekerksbuurt merkt op dat het draagvlakonderzoek pas in mei wordt uitgevoerd; hij had graag daarna pas deze discussie gevoerd.
 
In de Kunstkerk is onlangs een bijeenkomst gehouden over de winkelpuien; hij roept ondernemers op om hun panden niet te laten verpauperen.
 
De voorzitter vraagt enkele raadsleden om een reactie; mevrouw Koene en de heer Bevers, VVD geven aan hier als toehoorder bij aanwezig te zijn en te luisteren naar wat er leeft.
 
Mevrouw de Klerk, GroenLinks merkt op dat het voor de raad belangrijk is dat er voldoende draagvlak is om dit door te laten gaan.
De voorzitter vraagt wat als voldoende wordt beschouwd; is dat de helft plus één?
 
Mevrouw De Klerk antwoordt dat die discussie nog wordt gevoerd in de raad.
 
De heer Heijkoop, CDA merkt op dat dat draagvlak inderdaad een absolute voorwaarde is; de ondernemers moeten er achter staan en niet als minimale meerderheid. Hij is er nog niet van overtuigd dat de handen hiervoor op elkaar gaan.
 
Mevrouw Rusinovic, PvdA sluit zich daar bij aan. Dit moet je alleen doen als er voldoende draagvlak is en wanneer het verzoek vanuit de ondernemers zelf komt. Alles aanhorend vanavond, is er nog wel wat meer over te zeggen. Het draagvlakonderzoek is cruciaal. 
 
De heer Gündogdu, BETER VOOR DORDT wil een draagvlakonderzoek waarbij ondernemers duidelijk kunnen aangeven of zij voor of tegen zijn en zo is het ook afgesproken. 
 
Frans Winterwerp, OCD (Onderzoeks Centrum Drechtsteden) merkt op dat er allerlei vooroverleggen zijn geweest, waarin is besloten om dat onderzoek juist ná de informatieavond te doen om eventueel zaken in de vraagstelling mee te kunnen nemen. Eind volgende week gaat het
onderzoek starten en dat zal ongeveer 12 vragen omvatten. Er wordt niet alleen om een ja of nee gevraagd, maar ook om eventuele alternatieven als men het Ondernemersfonds geen goed idee vindt.
 
Het onderzoek wordt in principe toegestuurd aan de gehele doelgroep in de historische binnenstad. Hij weet niet uit zijn hoofd hoeveel adressen dat zijn. Het idee was eigenlijk ook om de kantoren op de Voorstraat niet te bevragen, zoals dat van de heer Vermeulen, omdat je van te voren kan
vaststellen dat die geen voorstander zullen zijn van het fonds. (commotie in de zaal)
 
Frans Winterwerp merkt op dat dat wil niet zeggen dat er in de rapportage geen aandacht voor zal zijn, want het is uiteraard bekend welke vestigingen er in de binnenstad zijn. (hier wordt cynisch op gereageerd in de zaal.)
 
Remco Falkman dankt voor de aandacht.
 
Frans Winterwerp merkt op dat de vraag is wie zal gaan reageren op zo'n onderzoek. De uitslag zal eind mei, begin juni bekend zijn en vervolgens aan de politiek worden voorgelegd.
 
Herman Koekkoek merkt op dat hij er van uitgaat dat er niet geselecteerd wordt en dat alle ondernemers in het draagvlakonderzoek betrokken worden.
 
Sylvia Landa, Voorstraat Noord merkt op dat als er zo geselecteerd wordt, ze er persoonlijk voor zal zorgen dat de ondernemers die overgeslagen worden per direct dezelfde brief bezorgd krijgen, want een dergelijke handelwijze pikt ze niet. Ze vraagt of de uitkomsten van het onderzoek gepubliceerd worden, zodat iedereen er kennis van kan nemen. Ze vraagt wie de resultaten analyseert en of de stem van een V&D of een Hema
gelijkgesteld wordt aan die van een bakkertje op de hoek.
 
Dirk Pols, VVD merkt desgevraagd op dat de gemeenteraad verantwoordelijk is voor de vragenlijst. Daarbij gaat het om het centrumgebied zoals aangegeven, met uitzondering van het havengebied. Dat is het gebied wat door de onderzoeker wordt aangegeven.
 
Remco Falkman vraagt of alle ondernemers er nu bij betrokken worden. Vanavond is in feite ook een draagvlakpeiling. Zijn boodschap is: neem alle ondernemers mee in het draagvlakonderzoek en niet op zijn Noord-Koreaans enkel de voorstanders.
 
De heer Heijkoop merkt op dat hij het liefst beide Korea's bij elkaar ziet komen, maar hij is het er volledig mee eens dat er geen willekeur mag zijn. Iedereen moet er bij betrokken worden. Hij kan zich niet voorstellen dat er bewust ondernemers worden uitgesloten. Als dat tot op heden wel
gebeurd is, is dat een enorme misser.
 
Kees van Netten adviseert de gemeenteraad ook om iedereen die reclamebelasting zou moeten gaan betalen, te betrekken in het onderzoek. Dat is het hele bestemmingsplan Binnenstad.
 
Herman Koekkoek deelt die mening. 
Ellen Veldman ???? C&A merkt op dat het ook voor grote winkels merkbaar is dat er minder mensen komen en dat er minder besteed wordt. Het gaat om samenwerking; ook voor C&A is het belangrijk dat alle winkels open zijn. Zelf gaat ze ook liever winkelen in Alexandrium, omdat ze zeker weet dat daar alles open is. Waarom het stemgewicht voor een grote winkel anders zou moeten zijn dan voor een kleine, begrijpt ze niet.
 
Corinne Vermeij van de Vriesestraat merkt op dat als C&A en Hema enzovoort hun landelijke acties beperken omdat ze overal aan Ondernemersfondsen moeten bijdragen, zij dat heel jammer zou vinden. Ze is heel blij met de V&D Prijzenslag, want die haalt zelfstandig mensen naar de stad. 
 
Je hebt free riders; wat versta je daaronder? Daar zou je een avond mee kunnen vullen. Ook met het Ondernemersfonds zoals het er nu ligt krijg je free riders.
 
Joyce ?????, Voorstraat Midden is free rider, maar dat wil ze helemaal niet zijn. Zij is voorstander van een Ondernemersfonds. De Vriesestraat draait goed en dan begrijpt ze ook wel dat de mensen daar het niet willen, maar als iedereen gaat betalen, komen er misschien meer mensen naar
Dordrecht en dat is de bedoeling.
 
De heer Groen, Achmea, vastgoedbelegger is groot voorstander van een Ondernemersfonds vanwege de samenwerking. Leiden is een goed voorbeeld. Dat is ook een stichting en dat gaat heel goed. Hij kent trouwens geen enkel Ondernemersfonds dat een verenigingsvorm heeft als
rechtsvorm. Met een fonds komen activiteiten tot stand en gaan mensen ook de verbinding zoeken.
 
Het gaat om het collectief en niet om die of die straat. Het is in het begin lastig en het is even zoeken, maar geef het de kans, want als je niks doet en allemaal voor je eigen straatje gaat, dan glijdt Dordrecht weg en gaan de mensen naar Rotterdam of Breda. Die komen ook niet meer terug.
 
Hester Sigtermans, De Onderneming, Korte Nieuwstraat merkt op dat het in Leiden werkt en vraagt of daar ook gekozen is voor een reclamebelasting.
 
De heer Groen antwoordt dat daar is gekozen voor een opslag op basis van de OZB belasting en dat is meer dan 250 euro. Het is net waar je voor kiest.
 
Hester Sigtermans merkt op dat dat zo kan zijn, maar dat je als ondernemer geen keus hebt; je wordt gewoon gedwongen doordat enkele organisaties hiertoe hebben besloten. Haar is nooit gevraagd om lid te worden van een binnenstadvereniging; ze zit al meer dan tien jaar in de
binnenstad. Ze is naar haar doelgroep gaan kijken en dat is voor haar het Kunstrondje Dordrecht. Dat werkt. Waarom komt zo'n vereniging uit het centrum niet naar haar als ondernemer toe? Waarom zit de gemeente er tussen? Reclamebelasting wordt geïnd, daar wordt een subsidie van
gemaakt die naar het fonds toe gaat. Wie zegt dat er op subsidie niet bezuinigd wordt; een stichting kan altijd opgeheven worden. Dan weet je nog niet wat er met de reclamebelasting gebeurt, of dat die verhoogd zal worden, of wat dan ook.
 
De voorzitter constateert op dat de zaal vindt dat het rapport van het draagvlakonderzoek maximaal beschikbaar moet komen als het klaar is.
 
Antoon de Kamper merkt op dat op 15 mei de onroerend goed vereniging naar Den Haag gaat en hij nodigt iedereen van harte uit om mee te gaan.
 
De heer Van Prooijen merkt op vast te stellen dat er helemaal niet gelezen wordt en heel zelden geluisterd. Hij verwijst naar de vragen en opmerkingen van mevrouw Sigtermans; dat is vier keer uitgelegd en hetgeen ze stelt is gewoon onjuist. Als het fonds geen bestaansrecht meer heeft,
wordt het opgeheven.
 
Arien Van Pelt is uiteindelijk blij met de discussie, omdat iedereen het beste voor heeft met de stad. Hij heeft wel zorgen over een aantal dingen. Kijk in ieder geval naar de feiten. Er zit een hoop emotie bij. Er wordt geroepen dat iedereen in de Vriesestraat lid is, maar niet iedereen is lid; dat is
niet waar. De Voorstraat Noord gaat bijvoorbeeld heel goed, maar het ligt soms wat genuanceerder. Ga voor de waarheid, kijk heel kritisch naar waar het eigenlijk echt om draait en bepaal waar je je druk over moet maken.
 
Drie jaar geleden is stichting DOCK langs geweest en die had een goed idee voor de uitzendbranche in de straat. Zij hebben in de Vriesestraat de langste banenmarkt georganiseerd. Misschien is er ook iets creatiefs te bedenken voor de mensen die nu denken er niets aan te
hebben. Hij begrijpt de zorg duidelijk wel, maar vraagt om wel de feiten te checken in dit verhaal. Dingen roepen die niet kloppen, is makkelijker dan de discussie aangaan op grond van de feiten.
 
Herman Koekkoek vraagt wie van de aanwezigen voor de invoering van een Ondernemersfonds is zoals dat nu voorligt.
 
Kees van Netten merkt op dat de heer Koekkoek veel achterban vanuit de Voorstraat Noord in de zaal heeft en is van mening dat je die vraag dan eigenlijk niet hoeft te stellen.
 
Een deel van de zaal is voor, een deel van de zaal is tegen en een deel is neutraal.
 
Kees van Netten sluit af met een felicitatie aan het adres van voorzitter Hans Berrevoets vanwege zijn afvaardiging naar de inhuldiging van de nieuwe Koning. Hij dankt de voorzitter voor de wijze waarop hij deze avond in goede banen heeft geleid; het vervolg is aan de gemeenteraad.
 
De bijeenkomst wordt gesloten.
 
Verslag: Erna Verveer
Deel dit bericht met je vrienden!