woensdag 16 juni 2021

Alles over Dordrecht

Peter Dillingh beschrijft troonwisseling vanuit het Dordtse perspectief vanaf 1898 tot 2013

25 april 2013

DORDRECHT - Peter Dillingh, zowel landelijk als in Dordrecht historisch onderzoeker zet enkele troonswisselingen op een rij. Hij heeft vooral gekeken hoe in de stad daarmee werd omgegaan en ook hoe kerken de nieuwe Koning (in) een plek gaven. Het verhaal staat ook in het kerkblad  Kerk op Dordt.

door Peter Dillingh

1898
De feestelijkheden op de dag dat koningin Wilhelmina de regering aanvaardde, woensdag 31 augustus 1898, werden aangekondigd met klokgelui van half acht tot acht uur ’s morgens. Om negen uur trad het muziekkorps van de dienstdoende schutterij aan op het Scheffersplein voor een koraaluitvoering. Onder een baldakijn voor het Waaggebouw (waar tegenwoordig de onderdoorgang naar de Grote Markt is) stond een gelegenheidskoor, samengesteld uit Dordtse mannenkoren. Van Psalm 118 zong het koor vers 7, ‘De HEER is mij tot hulp en sterkte’. Vers 14, ‘Gij zijt mijn God, U zal ik loven’, zongen koor en publiek. Het koor zong aansluitend het eerste couplet van het Wilhelmus, koor en publiek zongen het zesde couplet, ‘Mijn schilt ende betrouwen’.

Om tien uur waren er godsdienstoefeningen in alle kerken, behalve in de rooms-katholieke Bonifatiuskerk, waar de dienst al om half negen was begonnen. In de synagoge op de Varkenmarkt preekte rabbijn Samuel Dasberg over Psalm 100. Hij zette uiteen, ‘hoeveel dank de Israëlieten verschuldigd zijn aan Oranje en Nederland, dat de om hun geloof vervolgde Joden niet verstooten, maar vertrouwen in hen gesteld heeft, een vertrouwen dat zij niet beschaamd hebben’.

’s Middags om twee uur werd er een vocaal en instrumentaal kerkconcert gegeven in de Grotekerk. Daar werd onder meer een koraal uit Paulus van Mendelssohn ten gehore gebracht, het ‘Salvam fac reginam’, het Hallelujah uit de Messiah van Händel en de Kroningsmars (voor orgel) van Meyerbeer.

Op de dag en op het uur van de inhuldiging, woensdag 6 september 1898, werd aan de Blekersdijk de eerste paal geslagen van de Wilhelminakerk. ‘Op de heistelling wapperde de driekleur, terwijl de paal, de heistelling en de heimachine met groen en oranjebloemen waren versierd. Een tal van menschen woonden deze eigenaardige plechtigheid bij.’ Aan de jonge koningin werd een telegram gestuurd: ‘De Kerkeraad der Gereformeerde Kerk te Dordrecht, A, biedt Uwe Majesteit op dezen voor U en Uwe onderdanen zoo gewichtigen en onvergetelijken dag eerbiedig zijne gelukwenschen aan, onzen God smeekende, dat het regeeren Uwer Majesteit over ons volk moge zijn tot rijken zegen en tot in lengte van dagen. Om dien dag onvergetelijk te doen blijken ook voor de kerk, welke hij vertegenwoordigt, is door hem, op het uur Uwer inhuldiging, de grondslag gelegd voor den bouw eener nieuwe kerk. Hij vraagt U eerbiedig, om deze nieuwe kerk, als dankbare herinnering aan Uwe troonsbestijging, te mogen noemen “de Wilhelminakerk”.’

1948
Aan de vooravond van het vijftigjarig regeringsjubileum van koningin Wilhelmina organiseerde Dordtsch Dagblad op vrijdag 27 augustus 1948 een Wilhelmina-avond in de Grotekerk. Feike Asma leidde de avond in met enkele oud-Nederlandse liederen in een bewerking van Jan Zwart. Ds. H.S.J. Kalf van Rotterdam hield een feestrede: ‘Een lintje voor de Koningin?’ ‘Reikt gewoonlijk de koningin zelf onderscheidingen uit, aldus spreker, thans zijn de rollen omgekeerd. Het gehele Nederlandse volk wil Haar nu danken voor hetgeen zij in deze 50 jaren van Haar Regering is geweest.’ Na deze gloedvolle rede werden twee coupletten van het Wilhelmus gezongen en enkele Valeriusliederen. Feike Asma besloot de avond met zijn Hollandse Rhapsodie.

Op dinsdag 31 augustus 1948 werd het regeringsjubileum van koningin Wilhelmina herdacht met een dienst in de Grotekerk, waarin ds. G.J. de Nie en ds. L. Lagerweij voorgingen.

Het Predikbeurtenblad plaatste op de voorpagina een verklaring van het moderamen van de hervormde synode: ‘Aan het einde van Haar regering danken wij Haar [koningin Wilhelmina] en bidden wij, dat Zij Zich ook in de avond van Haar leven moge weten in de hoede van Hem, Die is de Koning der Koningen.

En nu Juliana Haar regering aanvangt, verheugt zich de Kerk. Zij kent Haar, zoals Zij Zich voor Haar taak voorbereidde en Zij weet, dat Zij de belangen van het volk in het harte draagt.’

De morgendiensten op zondag 5 september 1948 droegen het karakter van een ‘bidstond in verband met de Kroning van de nieuwe Vorstin’. De Waalse gemeente hield een ‘Commémoration du jubilé de S.M. la Reine Wilhelmine’. De bidstond in de hervormde kerk van Dubbeldam werd ingeleid door ds. G. van Doorn: ‘Ieder zal begrijpen, dat daartoe aanleiding bestaat, en vooral in deze moeilijke tijd, die bijzondere wijsheid vraagt om het Schip van Staat te besturen. En dan lees ik in de brief van Jacobus: “Zoo iemand van U wijsheid ontbreekt, dat hij ze van God begere.” Inderdaad, daar ligt de Bron, en nergens anders: bij onze Hemelse God en Vader, die ook deze jonge vorstin moge vervullen met die wijsheid, waarmede Hij haar Moeder in zo rijke mate had gesierd.’

Ds. S. Wouters schreef in de Gereformeerde Kerkbode een vermanend woord: ‘Dordt hult zich in een feestkleed. Elken dag kunnen we constateren, dat de versieringen voortgang hebben. Feestprogramma’s hangen voor de ramen. Het belooft heel wat te worden. Nu mogen we feestvieren. Als God ons gedenkdagen geeft, mogen we verheugd zijn. Het komt er echter wel op aan, dat we ons afvragen, HOE we het doen.
Als we in deze dure tijden in een dollen feestroes ons geld zoek maken, doen we zonde. Wanneer we ons begeven naar plaatsen, waarvan we heel goed weten, dat we daar niet behoren, zijn we niet in de rechte weg. Het is niet waar, dat Gods oog ons niet ziet, als de jolijt aanwezig is. We leven in blijde en droeve dagen onder dezelfde normen van de wet des Heren.’

In de gereformeerde kerkgebouwen werd op zondagmiddag 5 september een biduur gehouden: in de Julianakerk, de Wilhelminakerk, Helpt Elkander (Dubbeldam) en Tweede Tol (Dubbeldam). Ds. Wouters schreef in de Gereformeerde Kerkbode, die op oranje papier verscheen: ‘Hier, in het eigen verband van de plaatselijke kerk, mogen we het neerleggen, dat elke broeder en elke zuster, van Krispijn tot de Staart, tot de Bovenhoek en de Tongplaat, de plicht moet kennen, om Juliana in de gebeden te gedenken. Beseffen we wel, welk een zware taak op haar schouders wordt gelegd?’

1980
In Hervormd Dordrecht mediteerde ds. S. van den Oever over Psalm 72, met een toepassing op koningin Juliana. ‘Met name door haar inspirerend leven en werken werd het Oranjehuis tot symbool van éénheid en onpartijdigheid. Met name van haar inspirerend leven en werken ging warmte, liefde en menselijkheid uit. We spreken het hartgrondig uit: Juliana bedankt!… en vooral Gode zij d’eer!

Voor de nieuwe Koningin Beatrix mogen wij bidden dat zij in de voetsporen van haar moeder moge voorgaan. Misschien op een andere manier, zij is immers van een jongere generatie, maar dat zij toch diezelfde warme uitstraling moge hebben en de waarborg moge zijn voor onze rechtstaat, die toch mede dankzij dit Koningshuis is gegroeid.’

Ds. Van den Oever stipte ook de protesten aan: ‘De gemeente van Christus mag en moet bidden, het gehele volk ten voorbeeld en als “tegengif” voor alle vuilspuiterij die er helaas ook in deze dagen weer was en is.’

Een oproep van de hervormde synode om aan de troonswisseling tijdens de kerkdiensten op passende wijze aandacht te schenken, kreeg een plaats op de achterpagina van Hervormd Dordrecht. ‘Vanouds is in de Nederlandse Hervormde Kerk de band tussen koningshuis en kerk hecht geweest. Al sinds geslachten is de regerend vorst lidmaat van de Hervormde kerk. “Een hartelijk meeleven met alle wel en wee van ons vorstenhuis is alleen daarom al in onze kerk vanzelfsprekend”, aldus de generale synode.’

In de Gereformeerde Kerkbode schreef ds. J. Wilschut in zijn rubriek ‘Kanttekening’:
‘De kracht van het huidige koningschap ligt in het niet-autoritaire. Het ‘koninklijke’ zit juist in het ‘dienende’. David was op en top koning toen hij in zijn hemd danste met zijn volk en krentebollen uitdeelde. De ideale koning uit psalm 72 bezingen we als volgt:

Hij is met koninklijk erbarmen
hun eenzaamheid nabij
Hij helpt, met hun bestaan bewogen
die zijn in vrees verward
Hij draagt hen in zijn hart

De gaande en komende oranjevorstin richten tekenen op van dit koningschap. Daarom verdienen ze ook alle eer en luister. Alle geschreeuw en gejoel en dreigementen ten spijt. Ik hoop, dat we op 30 april een mooie en luisterrijke dag mogen beleven.’

2013
De Raad van Kerken in Nederland heeft geen plannen om rond de troonswisseling dit jaar bijzondere publieke activiteiten op touw te zetten. ‘Het gaat in beginsel om een niet-religieuze verandering, zodat er voor de kerken geen expliciete verantwoordelijkheid ligt rond de dertigste april,’ zo is de gedachte. Wel heeft het moderamen van de Raad van Kerken een persoonlijke brief gestuurd naar koningin Beatrix en naar prins Willem-Alexander en prinses Máxima, om dank te zeggen voor de samenwerking in het verleden en naar de toekomst toe te bemoedigen.

Ook het moderamen van de generale synode van de Protestantse Kerk in Nederland zal in verband met de troonswisseling een dankbrief schrijven aan koningin Beatrix en een felicitatiebrief aan koning Willem-Alexander. Het moderamen hoopt dat de gemeenten van de Protestantse Kerk in de voorbeden onze aftredende koningin, de nieuwe koning en hun gezinnen willen gedenken.

In de basiliek van de H. Nicolaas in Amsterdam wordt op zondag 28 april een bijzondere viering gehouden, die in het teken staat van dankbaarheid voor alles wat koningin Beatrix voor Nederland heeft betekend. Leden van de koninklijke familie en van de ministerraad zullen deze Koningsmis bijwonen, waarin de bisschop van Haarlem-Amsterdam, mgr. Jos Punt, voorgaat.

In Dordrecht zal aan de vooravond van de troonswisseling een interkerkelijke gebedsdienst worden gehouden in de Grotekerk, die georganiseerd wordt door de Raad van Kerken. De voorzitter van de Raad van Kerken in Dordrecht, Hans Berrevoets, zal zelf aanwezig zijn bij de inhuldiging van koning Willem-Alexander in de Nieuwe Kerk, als een van de 550 burgers die zijn uitgenodigd.

Ik hoop, dat we op 30 april een mooie en luisterrijke dag mogen beleven!

Peter Dillingh

 

 

Deel dit bericht met je vrienden!