dinsdag 28 september 2021

Alles over Dordrecht

Het Dordtse drieluik ‘Ecce Homo’ gerestaureerd

10 augustus 2012 (door Liesanne)

DORDRECHT - Door Hermen van Duinen:

"In het J. Paul Getty Museum in Los Angeles is een drieluik gerestaureerd dat eigendom is van het Nationaal Museum in Warschau (Muzeum Narodowe w Warszawie). Het drieluik heeft oorspronkelijk in de Drenckwaertkapel gestaan in de Augustijnenkerk van Dordrecht. Tijdens de reformatie in 1572 is het uit de kerk verwijderd en na een lange omweg in 1946 in het Poolse museum terechtgekomen.

Voor het drieluik terugkeert naar Warschau is het tot 13 januari 2013 tentoongesteld in het Getty Museum. Ter gelegenheid van de restauratie en het 150-jarig bestaan van het Muzeum Narodowe is er een fraai boekwerk uitgegeven met de titel Drama and Devotion, Heemskerck’s Ecce Homo altarpiece from Warsaw. Het boek behandelt uitgebreid de geschiedenis en restauratie van het drieluik dat tot 1572 in de privékapel van de Dordtse schout Jan van Drenckwaert (overleden 1549) stond.

Het drieluik, tentoongesteld in het Getty Musem.
De Ecce Homo, in 1544 geschilderd door Maerten van Heemskerck (1498-1574), is een drieluik, bestaande uit hoofdpaneel en twee zijpanelen, verbonden met scharnieren, zodat deze geopend of gesloten kunnen worden.  

Op het centrale paneel toont Pontius Pilatus Christus, bespot en geslagen, aan de joelende menigte, met de woorden ‘Zie de mens’ (Ecce Homo; Johannes 19: 5). 

Op het  linker- en rechterpaneel zijn schout  Jan van Drenckwaert en zijn tweede echtgenote Margaretha de Jonghe van Baardwijk (overleden 1542) in gebedshouding afgebeeld. Zij worden vergezeld van hun patronen: Johannes de Evangelist en Margaretha van Antiochië. Dezelfde heiligen, geschilderd in grisaille ( grijstinten), zijn afgebeeld aan de achterzijde van de zijluiken.

Het drieluik van Jan van Drenckwaert
Het altaarstuk Ecce Homo is een goed voorbeeld van de schilderstijl van Van Heemskerck.  Zijn snelle lijnvoering en expressie waren te onderscheiden van zijn tijdgenoten door de zorgvuldige toepassing van meerdere verflagen. Zo ontstond bijvoorbeeld de textuur van de bontkraag van Jan van Drenckwaert in slechts twee stappen. Een warmbruin doorschijnend glazuur werd toegepast over de ondertekening, waarbij het bont werd aangebracht met een hardharig penseel. 

In het Gettymuseum werd de Ecce Homo onderzocht met behulp van X-radiografie en infrarood reflectografie. Deze analytische technieken die een schat aan informatie over de structuur van de panelen boden, zorgden voor een goed uitgangspunt voor de restauratie. Infrarood reflectografie toonde duidelijk de ondertekening, gemaakt met houtskool. Ook konden wijzigingen in de opzet van de schildering worden waargenomen. 

Van Heemskercks dynamische composities werden versterkt door zijn gebruik van heldere tinten en geavanceerde kleurcomposities. Kleurencombinaties van sterke tinten, zoals rood en paars, versterken de emotionele waarde van het onderwerp. Het uiterlijk van de Ecce Homo verschilt tegenwoordig van haar verschijning in de zestiende eeuw als gevolg van wijzigingen. Uit bevindingen van de Getty-conservatoren en wetenschappers bleek hoe sommige kleuren in de Ecce Homo na verloop van tijd waren veranderd. 

Verf, gezien onder de microscoop,was ook een buitengewoon belangrijke gids voor het herstel van verschoten en verkleurde gebieden. Een van de meest opvallende aspecten van Van Heemskercks techniek was zijn uitgebreide gebruik van smalt, een pigment met een diepblauwe kleur.

Na de restauratie heeft het drieluik weer zijn frisse kleuren terug. Bijzonder is ook de fraaie originele omlijsting met houtsnijwerk.
Het zou mooi zijn als van het drieluik een digitale kopie zou kunnen worden gemaakt, die een plaats zou moeten krijgen in het nieuwe stadsmuseum in het voormalige augustijnenklooster van Dordrecht.

Toch een kritische noot
Volgens het voorwoord heeft een commissie voor de samenstelling van het boek Drama and Devotion, Heemskerck’s Ecce Homo altarpiece from Warsaw ook Dordrecht bezocht en wordt the staff of Erfgoedcentrum DiEP bedankt voor gegeven adviezen. Het is opmerkelijk dat helaas bepaalde gegevens onjuist zijn. We nemen aan dat the staff  de juiste informatie heeft gegeven. Zou de auteur Anne T. Woollett niet alles hebben begrepen? 

Zo wordt Dordrecht de oudste stad van Nederland genoemd [dat is van Holland en dan nog pas vanaf 1815] en zou Dordrecht de eerste stad zijn die in 1572 de zijde van de Opstand koos. Dordrecht was echter de negende stad waar de Spaansgezinde magistraat gedwongen werd de zijde van de Opstand te kiezen [en dat was voor een tot dan pro-Spaans bolwerk begrijpelijk].

In de eetzaal van het augustijnenklooster kwamen de watergeuzen! en vertegenwoordigers van steden uit de noordelijke provincies in het geheim samen. Waarom in het geheim? Dordrecht had toch de kant van de opstandelingen gekozen? Deze First Assembly (Eerste Statenvergadering) wordt door de auteur vereenzelvigd met de Union (Unie) of Dordrecht, die echter gehouden is in 1575. 

De opvolger van de in 1549 overleden schout Jan van Drenckwaert zou zijn neef Willem zijn. Dit was echter eveneens een Jan van Drenckwaert (1543-1606). 

Volgens de auteur zou keizer Karel V in 1549 Dordrecht hebben bezocht om zijn zoon voor te stellen  als toekomstig Heer der Nederlanden. Karel V was echter achtergebleven in Brussel vanwege hevige jichtaanvallen en werd vertegenwoordigd door zijn zuster Maria van Hongarije, landvoogdes van de Nederlanden.

Bij de komst van de watergeuzen in 1572 zou het drieluik door de deur van de Van Beverenkapel via de binnenplaats naar de Berckepoort zijn gebracht. De deur in de kapel is echter geplaatst in 1835.

Het blijft altijd jammer als bepaalde feiten niet juist worden weergegeven. Door de onkundige lezer zullen ze voor waar worden gehouden.
Ondanks deze onjuistheden is het boek een prachtig naslagwerk met vele fraaie en duidelijke afbeeldingen die tevens een goed beeld geven van de toegepaste restauratietechnieken."

Lees meer over:

kunst Augustijnenkerk reformatie
Deel dit bericht met je vrienden!