zaterdag 4 december 2021

Alles over Dordrecht

Dordrecht herdacht honderd jaar geleden nog de afschaffing van de slavernij

9 juli 2012

DORDRECHT –  Het is op 1 juli 2013 precies 150 jaar geleden dat de slavernij, waaraan Nederland ook goed heeft verdiend, werd afgeschaft. In Dordrecht werd honderd jaar geleden nog bij stil gestaan bij de afschaffing van de slavernij. Peter Dillingh’, secretaris van het Platform Stedelijke Herdenking, roept dat feit in herinnering.

In de Augustijnenkerk was er 19 juni 1913 een herdenking. De herinneringen aan de slavernij zijn zeker niet verstomd en nog steeds zijn er mensen, die dat te herdenken meer dan de moeite waard vinden. Meestal ligt de nadruk op activiteiten in Amsterdam, maar Dordrecht is ook een stad van een verleden. Wie weet is er nog draagvlak in Dordrecht om halfweg 2013 mee te herdenken.

 

 

Peter Dillingh in kerkblad KERK OP DORDT:

Op 1 juli 1863 schafte Nederland de

slavernij af in Suriname en op de Nederlandse

Antillen. Ongeveer 40.000 (Afrikaanse)

slaven kwamen vrij. De dag wordt

sindsdien gevierd als feestdag Keti Koti

(‘gebroken ketenen’).

 

Vijftig jaar ‘Vrijmaking der Surinaamsche

Slaven’ werd in Dordrecht herdacht met

een samenkomst in de Augustijnenkerk

op donderdag 19 juni 1913. Ds. C.L. van

den Broek opende de feestelijke bijeenkomst

met een woord van verootmoediging

en schaamte, ‘omdat Nederland

eerst 30 jaar later dan Engeland de slavernij

in zijne koloniën afschafte’. Gastspreker

was Cornelis Winst Blijd (1860-1921),

predikant van de Evangelische Broedergemeente

in Paramaribo. In de zomer van

1913 sprak hij in tal van kerkdiensten en

op zendingsfeesten.

 

‘Met een heldere stem en in beschaafd

Nederlandsch sprak Zijn Weleerwaarde

onder ademlooze stilte eener aandachtige

schare zijn rede uit. Na de groeten

overgebracht te hebben van velen zijner

stamgenooten aan de Christenen in Nederland,

zeide spreker, dat hij gevoelde,

dat het werkelijkheid is, dat er een gemeenschap

der heiligen bestaat, en dat

de scheidsmuur van alle natiën omvergeworpen

wordt door het Evangelie.’

 

‘Hierna gaf Ds. Blijd een korte levensgeschiedenis

van zichzelf. Hij was 2½ jaar

oud, toen de slaven werden vrijgemaakt,

verloor op 7-jarigen leeftijd zijn

ouders, bezocht de school der Evangelische

Broeders, ontving op de Kweekschool

zijn opleiding tot onderwijzer

in verschillende plaatsen en districten,

werd daarna beroepen tot hulpzendeling,

en eindelijk gevormd tot zendeling.

Als zoodanig is hij lange jaren werkzaam

geweest onder de Boschnegers, vroeger

de schrik van Suriname, maar thans

door den invloed van het Evangelie een

rustig volk.’

 

‘Ds. Blijd hoopte, dat hij door zijn

eenvoudig woord den band tusschen

Nederland en Suriname, een kolonie,

welke, zooals weleens gezegd wordt,

door het moederland stiefmoederlijk

wordt behandeld, nauwer mocht toegehaald

hebben, en dat zijn woord iets

heeft mogen bijdragen tot opbouwing

van Gods Koninkrijk.’

Koningin Wilhelmina nodigde ds. Blijd

uit op het Loo. Voor koningin en prins,

hun gevolg en enkele genodigden sprak

hij op woensdag 30 juli 1913 over de

zending in Suriname, ‘op een schaduwrijk

plekje van het park’.

(Peter Dillingh is ook secretaris van het Platform Stedelijke Herdenking)

Deel dit bericht met je vrienden!