zaterdag 29 januari 2022

Alles over Dordrecht

Dichter/schaker C.Buddingh' beschouwde verliespartijen als niet gespeeld

11 januari 2012

DORDRECHT - Dichters zijn in, ook bij de Dordtse schaaksociëteit de Willige Dame in de historische poffertjessalon Visser. Voorzitter Cor Paans begon de eerste clubavond van 2012 met een gedicht voor de eerste schaakkoningin van de Willige dame: Naomi Snikkers (18). Hij was voor de nieuwe kampioene (de eerste in de historie!!) graag even de poëet.  Dichters hebben dichterlijke vrijheid, maar kunnen soms de werkelijkheid treffen op een anders onzegbare wijze.  Paans vond dat een Snikkers dat verdiende.

Het is dan ook aardig om eens te kijken, hoe onze Dordtse dichter C.Buddingh (1918-1985) iets met schaken en verliezen heeft.

Voordat we bij Kees in gedachten langs lopen, even regionale verliespraktijk.  

Afgelopen jaar werd in het regionale nieuws gebracht, dat een speler uit de Zwijndrechtse waard een keer had verloren. Hij heeft immers altijd een ingebouwde remiseversnelling in zijn systeem zitten. Deze schaakvriend spreekt er Frank en vrij over, maar er zijn meer gevallen. Een schaker liet eens weten beter te slapen van tien remises, dan van zes overwinningen en vier verliespartijen.  Een andere variant is, dat ik een schaakster tegen kwam, die me trots vertelde: ,,Ik heb 3 uit 3”.  Nu dacht ik dat net de vijfde ronde was afgelopen, maar zij klonk heel overtuigend. De geheugenwerking van schakers blijft heel bijzonder, maar verlies moet je dragen of een plek geven!

Zij staat in een mooie traditie. Max Euwe, de enige Nederlandse wereldkampioen, heeft tegen grootmeester Jan Hein Donner in totaal twaalf officiële partijen gespeeld, volgens de overlevering. ,,Ik sta 6 – 6 tegen de grand maître”, betoogde Donner, zoals alleen hij daarop patent leek te hebben. De grootmeester, die in 1983 voor de laatste keer in Dordrecht in winkelcentrum Sterrenburg een simultaan gaf, bedoelde met 6-6: Ik heb zes keer verloren en zes keer remise gespeeld.

Dichter Kees Buddingh’ schaakte vaak op de zondagavond, na sport op de buis, met Roel Leentvaar. Als iemand geen doelpunt maakte in kansrijke positie, dan zeiden de mensen in het Buddingh-huis: Pech gehad. Kees was de uitzondering: niet goed gericht!

Bij het schaken koos hij een andere positie. Kees was in zijn goede jaren een stevige speler op KNSB niveau (tweede klasse). Hij won een keer op het open kampioenschap van Nederland in Kunstmin in Dordrecht (1958) een sterke groep met 9 uit 9! Het staat in de analen van de Dordtse schaakhistorie natuurlijk met hoofdletters vermeld, ook omdat schaakclub Dordrecht zo het 70-jarig bestaan luister bij zette!

In de KNSB competitie was Buddingh’ ook eens goed in Dordrecht 1 voor 9 uit 9, maar dan wel negen remises op rij. Hij werkte in die tijd mee aan het TV programma Poets en had ook een stem om nooit te vergeten als hij over zijn dagremise sprak.

Als v riend Roel Leentvaar eens won, dan gaf dat geen discussie. Kees beschouwde zijn verloren wedstrijden als niet gespeeld. In zijn dagboeken werden alleen echte partijen opgenomen immers.. Daar staat trouwens ook een kampioen van de Willige Dame bij. Erik Wetselaar mocht in 1976 tegen Kees uitkomen in het historische Hof voor het teamschaken.

Dat was geweldig populair in de stad als vorm van recreatieschaak. De supporters uit de deelnemende4 kroegen stonden rijen dik bij de borden te kijken.  Het commentaar ging verder dan de kennis en dat was ook een belevenis.

Kopman Erik speelde volgens de omstanders een knappe wedstrijd namens de Stadsherberg van toen Cees van Eijck.. Kees Buddingh’ merkte in zijn dagboek iets anders op: ,,Al  vanaf de zevende zet had ik het betere spel.” Hij verspreidde daarna de partij.

Zijn opmerking staat niet op zichzelf.  Ik heb eens een grote schaker horen vragen aan een aanstormend talent:  ,,Ik ben benieuwd waar het fout is gedaan.” ,,De opening”, was het antwoord.  

Tweevoudig open kampioen van Nederland, Pank Hoogendoorn (1922-1999) verwerkte het verlies anders. ,,Er is aan mijn opvoeding gewerkt.”  

De vraag blijft dan wel: wil je daar nu wel of juist niet aan worden herinnerd.  Dichters hebben immers altijd in het literaire vrijheid gelijk, maar heeft niet iedereen recht op zijn of haar eigen perceptie op de werkelijkheid?

Een nieuwe dichterlijke variant leverde een enthousiaste, goed smakende warme bakker: ,,Ik ben het fundament van de club. Ik lever immers mijn tegenstanders de punten.”

TEKST: Hans Berrevoets

(meer schaaknieuws ook bij www.tomsschaakboeken)

 

Deel dit bericht met je vrienden!