Wednesday 22 September 2021

Alles over Dordrecht

Donderdag 150 ste geboortedag Theodoor Stoop op Dordtse historische kalender

18 oktober 2011

DORDRECHT -Het is donderdag 150 jaar geleden dat de eerste SDAP-wethouder van Dordrecht en ereburger Theodoor Stoop werd geboren.

Hij is om meerdere redenen historisch van belang en daarom staat hij op de Dordtse Historische kalender. Zijn achterkleinzoon notaris Wery spreekt nog met liefde over zijn overgrootvader. Daarom is 20 oktober voor hem deze week een bijzondere dag.

In Lunchroom den Witten Haen aan de Groenmarkt 19 is een speciale zaal naar Stoop genoemd. Zijn familie wordt in herinnering gehouden door de Stooplaan en Theodoor Stoop is vernoemd via de Stoopbank in 1930.

Info op de Dordtse historische kalender van Erfgoedcentrum DiEP:

Op 20 oktober 1861 wordt in Dordrecht Theodoor Stoop, rijke telg uit een vooraanstaand patriciërsgeslacht, geboren. In 2011 is dat dus 150 jaar geleden. Stoop volgt, als zoon van de bankier Adriaan Stoop en Cornelia Deking Dura, een medische opleiding in Leiden die hij met een promotie afrondt, waarna hij al snel een artsenpraktijk in de stad vestigt. Hij trouwt in 1893 met Adriana Snouck Hurgronje, die hij in Nederlands-Indië heeft ontmoet, en krijgt met haar zeven kinderen van wie er twee erg jong sterven. 

De rustige en beminnelijke Stoop is in zijn volwassen leven niet alleen een zeer gewaardeerd huisarts en chirurg, maar ook een gerespecteerd lokaal en provinciaal politicus. Dat hij in 1900 toetreedt tot de Dordtse afdeling van de SDAP en dus met zijn voorname achtergrond kiest voor de sociaal-democratische beginselen en voor het lot van de arbeiders, en daar ook zijn vermogen voor inzet, is opmerkelijk en uitzonderlijk te noemen. Hij ondervindt in zijn artsenpraktijk, en vooral als arts van het Burgerlijk Armbestuur, in welke slechte maatschappelijke omstandigheden de arbeidersgezinnen leven en ziet meer heil in de energieke arbeiderspartij om hun positie te verbeteren dan in verstarde liberale of bekrompen kerkelijke groeperingen. Hij is van 1901 tot 1927 sociaal-democratisch raadslid en wethouder en ziet zijn politieke beweging groeien tot de grootste in de gemeenteraad.  Hij heeft landelijk nooit een politieke rol van betekenis willen vervullen – hij weigert bijvoorbeeld bij herhaling het aanbod lid van de Eerste Kamer te worden - maar hij treedt wel op als geldschieter binnen de Sociaal-Democratische Arbeiders Partij (SDAP) en aanverwante organisaties en is achter de schermen wel degelijk een invloedrijk man. Als wethouder heeft hij veel weten te bereiken. Om een paar belangrijke zaken te noemen: de stichting van volksbadhuizen; de bouw van het gemeenteziekenhuis aan de Bankastraat; de modernisering van de armenzorg; de oprichting van een schoolartsendienst; de uitdeling van schoolvoeding en schoolkleding; de totstandkoming van een gemeentelijke geneeskundige dienst en de omvorming van de particuliere gemeentereiniging tot een gemeentelijk bedrijf, wat niet alleen de hygiëne ten goede komt, maar ook de arbeidsvoorwaarden van de vuilnismannen. Hij is wethouder in de crisistijd en ontkomt dus ook niet aan het nemen van impopulaire maatregelen. De tewerkstelling van werklozen bij de inpoldering van de Biesbosch wordt hem bijvoorbeeld niet door iedereen in dank afgenomen. Ongeschikte en ongeschoolde werklozen moeten op straffe van het intrekken van hun uitkering, slechts gewapend met een schop, de grond aldaar in cultuur brengen. Het levert Dordrecht wel kostbare landbouwgrond op, maar komt zijn populariteit bij de arbeidende klasse niet ten goede.

Hij vervreemdt zich als rechtgeaarde sociaal-democraat niet van zijn eigen voorname familie en blijft, als welgestelde dokter in zijn herenhuis aan de Singel, een belangrijke rol spelen binnen de gegoede burgerij in de stad en ook maatschappelijk daarbuiten, hetgeen blijkt uit functies zoals: oprichter van het Dordtse Medisch Dispuutgezelschap; voorzitter van de plaatselijke afdeling van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen; begunstiger van de Dordtse Bond voor Lichamelijke Opvoeding, die aan de Bankastraat het eerste volledige sportcomplex van Nederland, inclusief kinderspeeltuin, laat verrijzen; stimulator van de landelijke Centrale Arbeiders Verzekerings- en Depositobank en mede-oprichter van een gezondheidskolonie voor zwakke kinderen (de Boschschool) in Etten-Leur. In 1921, bij het neerleggen van zijn artsenpraktijk, krijgt hij van zijn collega’s een oorkonde met daarop zijn vele verdiensten en een monumentale bank met gedenksteen bij de gezondheidskolonie in Etten-Leur. In 1926, bij zijn 25-jarig raadslidmaatschap, wordt hij tot ereburger van Dordrecht benoemd en krijgt hij een portret aangeboden. In 1930 wordt in polder de Biesbosch de nog altijd bestaande Stoopbank onthuld. In 1931, bij zijn 70e verjaardag, schenkt de Dordtse bevolking hem 5000 gulden voor de verbouwing van de Boschschool in Etten-Leur.  In 1927 neemt hij om gezondheidsredenen afscheid van de actieve politiek, waarna hij in 1933 overlijdt en onder enorme belangstelling in Velsen wordt gecremeerd. 

Bronnen: Erfgoedcentrum DiEP, artikel J. Alleblas in Lifestyle Dordrecht en artikel Jannes Houkes in Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland.

Jacqueline van den Berg

Deel dit bericht met je vrienden!