Wednesday 22 September 2021

Alles over Dordrecht

Verslag symposium Stadsberaad

8 oktober 2011

DORDRECHT - Het symposium, onderdeel van het Stadsberaad, zit erop; een drukbezochte en inspirerende avond. Ongeveer 150 bezoekers vulden de kleine zaal van Kunstmin om te luisteren naar drie sprekers en hun visie op nieuwbouw in de historische binnenstad.
Avondvoorzitter Kim Bruggeman opende de avond met een blik op de geschiedenis van het Stadsberaad en noemde de opkomst ‘enthousiasmerend’.

Karel Emmens:  “Wat we nu lelijk vinden, roept mogelijk over 70 jaar waardering op”

Karel Emmens, oud-voorzitter van de Welstands- en Monumentencommissie was de eerste spreker. Hij zoemde voornamelijk in op de juridische kaders en de toetsing door de Welstandscommissie. Hij waarschuwde de aanwezigen: “Ik wil u niet bang maken, maar als een pand geen status heeft, dan kan het gesloopt worden. En dan heb je het over heel veel panden.” Het Kromhout bestempelde hij als gevarenzone. “Het bestemmingsplan laat daar veel ruimte aan hoogbouw. U kunt wel raden wat daar op termijn mee gaat gebeuren. Ik spreek geen waardeoordeel uit, maar zeg u slechts: let op de consequenties.” Smaak acht de heer Emmens als ondergeschikt in de beoordeling. “Wat we nu lelijk vinden, roept mogelijk over 70 jaar waardering op.”

Vincent van Rossem: “Het allerbelangrijkste is niet slopen”

Vincent van Rossem, hoogleraar Monumenten en Stedenbouwkundige vraagstukken kwam met een geheel andere visie. Met voorbeelden uit de Amsterdamse binnenstad maakte hij zijn boodschap duidelijk. De Welstandscommissie kan op weinig begrip rekenen. “Je vraagt je af waar ze goed voor zijn.” Vooral de samenstelling en benoeming van de commissie vindt Van Rossem vriendjespolitiek. “De gemeente heeft de kans om dit aan te sturen, maak daar gebruik van!” Vooral de maat en de schaal ziet Van Rossem als de kern van het probleem van nieuwbouw in historische binnensteden.  Het pand op de Museumstraat noemde hij: “van een droevigheid die je niet geloven kunt.”

Ook de architecten krijgen ervan langs. “Een van de slechtste dingen aan architecten tegenwoordig is dat ze zo weinig kunnen. Een tijdloos gebouw neerzetten lukt ze niet. Ze doen maar wat. Het gemiddelde gebouw in de gemiddelde stad wordt door een randdebiel gemaakt. Je kunt tegen moderne architectuur zijn, maar je moet vooral tegen slechte architectuur zijn.” Van Rossem sluit af met zijn eindboodschap: “De ‘krotopruiming’ is werkelijk het stomste wat we ooit hebben gedaan. Het allerbelangrijkste is NIET SLOPEN. Dan heb je ook het probleem niet dat je er iets nieuws moet bouwen.”

Paul Meurs: “Beleid moet complementair zijn aan de stad”

Paul Meurs, hoogleraar Restauratie aan de TU Delft, sloot de avond af met een betoog waarin hij vooral de aandacht vroeg voor de context van de stad. “Zorgen maken over andere belangen dan de individuele is uit de mode. Gelukkig zijn er toch mensen die zich het belang van de stad aantrekken.” Hij noemt als oplossing voor de onvrede over de bebouwing vooral het opstellen van een beeldkwaliteitsplan. “Het belangrijkste is dat het beleid complementair aan de stad moet zijn. Waar er geen monumenten staan, daar gebeuren de ongelukken. Het beschermd stadsgezicht heeft gewoon meer emotionele waarde dan juridische.” Hij sluit af met de boodschap: “Het gaat er niet om welke stijl je kiest, als je het maar goed doet en het neerzet waar het past. Past het niet, zet het dan niet daar niet neer.”

Al met al is het symposium een erg boeiende avond geworden. De sprekers hadden een gemeenschappelijke boodschap: kijk goed of het gebouw wat je neerzet past in de omgeving. Wat ik persoonlijk miste is de rol van de burger daarin. Gelukkig komt die volgende week aan bod tijdens het stadsdebat, het laatste onderdeel van het Stadsberaad. Op 12 oktober om 20.00 uur in de kleine zaal van Kunstmin kunt u meepraten over dit onderwerp. Wees erbij, want thuisblijvers hebben ongelijk!

Lees meer over:

symposium stadsberaad
Deel dit bericht met je vrienden!