Alles over Dordrecht...
24jan 2011

Christelijke sociaal voorman Talma heeft banden met Dordrecht

DORDRECHT -Historisch onderzoeker Peter Dillingh vindt dat de Dordtse wortels meer zichtbaar moeten worden van de rode dominee A.S. Talma, die rond 1900 uitgroeide tot een landelijk bekende christelijk sociaal voorman.

Hij werd verliefde en trouwde met de Dordtse Margo van Schaardenburg.

Dillingh, die ook secretaris is van het Platform Stedelijke herdenking, heeft naar aanleiding van een biografie over Talma nader onderzoek gedaan naar de Dordtse wortels van een man, die in Crabbehof een eigen straat heeft.

door Peter Dillingh

Onlangs verscheen een nieuwe biografie van ds. A.S. Talma, De rode dominee. De nieuwe biografie is een intellectuele biografie, die juist voor Dordrecht wel enige historische inkleuring verdient. Want er is meer te vertellen over Talma en Dordt: hier ging hij naar school, hier ging hij op vrijersvoeten en hier hield hij – niet toevallig – zijn eerste politieke toespraak.

Latijnse school
Aritius Sybrandus (Syb) Talma werd geboren op 17 februari 1864 in de hervormde pastorie van Angeren (Gld.). Hij was het derde kind in het gezin van ds. Alijdus Warmoldus Lambertus Talma (1835-1902) en Duifje Hekelaar (1834-1915), dat vijf meisjes en twee jongens zou tellen.

Angeren was de eerste gemeente van ds. Talma, Dordrecht de zesde en laatste. Op 10 november 1878 deed hij intrede in de Grotekerk. Het gezin kwam te wonen in de Blauwpoort.

In Dordrecht ging Syb naar de Latijnse school. Een klasgenoot van hem was Theodoor Stoop (1861-1933), later huisarts en de eerste sociaal-democratische wethouder in Dordrecht. Syb zette zijn schoolopleiding in 1880 voort aan het Erasmiaans Gymnasium in Rotterdam. In 1882 ging hij theologie studeren in Utrecht.

De richtingenstrijd binnen de Nederlandse Hervormde Kerk leidde in deze tijd tot de Doleantie, een uittocht van orthodoxen onder leiding van dr. Abraham Kuyper. Als scriba van het classicaal bestuur was ds. A.W.L. Talma nauw betrokken bij de procedures tegen de dolerenden.

Op vrijersvoeten
Van de Blauwpoort was het niet ver naar de Lange IJzeren Brug. Aan de Nieuwe Haven, op de hoek met de Lange IJzerenbrugstraat woonde Jan Gerrit van Schaardenburg (1840-1900) met zijn gezin. Van Schaardenburg was eigenaar van een stoomrijstpellerij in Rotterdam-Feijenoord. In Dordrecht bekleedde hij tal van kerkelijke en maatschappelijke functies. Syb Talma was verliefd op dochter Margaretha (Margo) (1866-1922).

In de feestkrant bij hun huwelijk wordt zijn aanzoek als volgt beschreven: ‘’t Was aan den avond van een regenachtigen Decemberdag, dat een groot gedeelte der weetgierige Dordtenaren zich naar de zaal van den Heer van der Horst had begeven, om een interessante lezing van Prof. Jorissen bij te wonen. Van deze gelegenheid maakte een jonkman gebruik. Hij wist zich in een vreedzaam huis op de Nieuwe Haven toegang te verschaffen tot de kamer, waar de oudste dochter was, en had niet alleen de vermetelheid van haar te omhelzen, maar ging zelfs zoover, haar het geheele hart te ontstelen.’

In de zomer van 1887 voltooide Syb Talma zijn theologiestudie. In het najaar nam hij het beroep aan naar Heinenoord. Op 20 januari 1888 traden Aritius Sybrandus Talma en Margaretha van Schaardenburg in Dordrecht in het huwelijk. Op zondag 29 januari 1888 werd hij door zijn vader bevestigd als hervormd predikant in Heinenoord en deed hij intrede met de tekst 1 Cor. 1:23-24.

Verkiezingen
De Tweede Kamerverkiezingen van april 1894 stonden in het teken van de uitbreiding van het kiesrecht. Het kabinet-Van Tienhoven-Tak van Poortvliet was over deze kwestie gestruikeld en had vervroegde verkiezingen uitgeschreven. De scheidslijn tussen voor- en tegenstanders van kiesrechtuitbreiding, Takkianen en anti-Takkianen, liep dwars door partijen, met name door de liberale en de antirevolutionaire partij.

De antirevolutionaire kiesvereniging ‘Vreest God, eert den Koning’ vergaderde op woensdag 28 maart 1894 in het evangelisatielokaal in de Breedstraat (later Patrimonium). De vergadering sprak zich uit vóór kiesrechtuitbreiding, zover als de Grondwet het toeliet.

In de aanloop naar de kandidaatstellingsvergadering, een week later, verschenen er advertenties in de dagbladen ten gunste van ds. A.S. Talma, die inmiddels in Vlissingen stond, ‘een man, bij ieder goed bekend als eerlijk, rechtschapen, spreker van de beste soort, geheel doorkneed in de sociale toestanden, redenaar geacht en bemind’, ondertekend door ‘vele liberale en antirevolutionaire kiezers’.

Op woensdag 4 april 1894 vergaderde de antirevolutionaire kiesvereniging opnieuw in het evangelisatielokaal in de Breedstraat. De Dordtse afdeling van Patrimonium pleitte voor ds. A.S. Talma, ‘een man die het volk kent en die in dit district bekend is’. De naam van Talma was al eerder genoemd, maar hij was niet op de groslijst gezet, omdat hij nog geen dertig zou zijn. Dat bleek een vergissing te zijn: Talma was in februari van dat jaar dertig geworden.

De penningmeester, H.A. Dicke, was in overleg met de voorzitter al naar Vlissingen gereisd om Talma te polsen. ‘De heer Talma heeft zich uitgelaten in dien zin, dat hij was voor kiesrechtuitbreiding zoover mogelijk, doch dat hij over ’t al of niet aanvaarden van een mandaat zich nog niet direct beslist kan uitlaten.’

De kiesvereniging stond voor de strategische vraag, welke kandidaat in het district Dordrecht de meeste kans zou hebben om de anti-Takkiaanse kiezers aan zich te binden. Uiteindelijk werd Talma kandidaat gesteld met 51 stemmen tegen 14 op Kuyper. Talma was in de stad en werd naar de vergaderzaal gehaald, maar hij bedankte, ‘daar hij overtuigd was dat God hem geroepen had in zijne tegenwoordige betrekking van predikant en niet als lid der Tweede Kamer.’ De vergadering besloot alsnog met algemene stemmen dr. A. Kuyper kandidaat te stellen.

Op maandag 9 april 1894 sprak Kuyper in Musis Sacrum. Hij begon met een verwijzing naar de discussie over de kandidaatstelling: ‘Hoe kom ik hier? Men had zooveel liever een dominé Talma gehad; ik zou dat ook een betere keus gevonden hebben. Vooral zou het mij goed gedaan hebben, een dienaar van het Evangelie te zien aan de zijde van het verdrukte volk.’ Kuyper sloot af met een oproep die revolutionair in de oren klinkt: ‘Zie toe, hoe gij stemt. Laat nu de poorten worden genomen uit de hengsels; de traliehekken omgeworpen, en brengt niet in tweeën, maar in ééns het “volk achter de kiezers” er binnen. (Daverende toejuichingen.)’

In de eerste ronde op 10 april 1894 kwam het liberale Kamerlid mr. S.M. Hugo van Gijn een handvol stemmen tekort voor de absolute meerderheid. Daarom zou er veertien dagen later een herstemming zijn tussen Van Gijn en Kuyper.

Aan de vooravond van de verkiezingsdag, op maandag 23 april 1894, hield de antirevolutionaire kiesvereniging een bijeenkomst in het evangelisatielokaal in de Breedstraat. Talma sprak daar ter aanbeveling van de kandidatuur Kuyper. Hij hield een redevoering die begin mei in druk zou verschijnen onder de titel Mammonkiesrecht of Mannenkiesrecht?

Talma karakteriseerde de verkiezingen als een strijd over beginselen. Uitbreiding van het kiesrecht noemde hij een zaak van sociale rechtvaardigheid. In de eerste plaats verwachtte hij, ‘dat de sociale belangen bij onze wetgeving meer op den voorgrond zullen komen’. Maar ook bepleitte hij ‘het beoefenen van sociale rechtvaardigheid in het kiesrecht zelve’.

Talma eindigde met een gloedvol pleidooi voor de uitbreiding van het kiesrecht: ‘Hij vrage niet, met hoe weinig hij kan volstaan, maar hoeveel hij mag geven. Hij opene de poort, zij het met beven, toch ook met vertrouwen op God, onder de leuze: Van mij is mijn plicht, van God is de toekomst.’

Op 24 april 1894 versloeg Van Gijn Kuyper met 1342 tegen 1233 stemmen. Van de nieuw gekozen Kamerleden waren er 44 voor en 56 tegen de door Tak voorgestelde kiesrechtuitbreiding. Kuyper schreef in De Standaard: ‘Het Conservatisme is verlegen met zijn eigen zegepraal, omdat het zeer wel weet, dat het jonge leeuwtje, dat men nu nog aankan, straks zóó groeit, dat het niet meer is te temmen, en dan nog onhandelbaarder uit bitterheid zal zijn.’

Talma’s brochure werd in Patrimonium enthousiast ontvangen. Op de landelijke jaarvergadering werd Talma gekozen als lid van de commissie van advies. In Dordrecht had hij zijn geloofsbrieven aangeboden, voor de arbeidersbeweging en voor de politiek.

Lammert de Hoop en Arno Bornebroek, De rode dominee: A.S. Talma, Amsterdam: Boom, 2010, ISBN 9789461051103, € 24,50.



Deel dit bericht met je vrienden!