Alles over Dordrecht...
27sep 2010

Kees Klok zet drie Dordtse dichters in het zonnetje: Kees, Jan en Wim.

DORDRECHT - Kees Klok belicht op zijn weblog drie Dordtse dichters. Hij kende Buddingh', Eijkelboom en De Vries persoonlijk. Met name Kees Buddingh'en Wim de Vries traden in de jaren zeventig van de vorige eeuw vaak in Dordrecht op. Dat werd dat geregeld door Bobby Kinghe van Kees Klok, Han van Gorkum, Gerrit de Wolf. Vooral de literaire avonden in het Bibelot aan het Steegoversloot waren legendarisch.

Kees geeft nu een beschrijving van de Dordtse dichters, waarbij Buddingh' in de week van 20 tot 27 november 2010 weer volop in de Dordtse belangstelling staat. Hij leeft ook in het land nog voort in de herinneringen, zo bleek onlangs uit een artikel van Ronald Giphart in de Volkskrant.

 

 

Kees Klok:

In Dordtse kringen hoor je weleens spreken over 'de Dordtse dichters.' Vrijwel altijd worden daar C. Buddingh' en J. Eijkelboom mee bedoeld. Dat er heel wat andere Dordtse dichters waren en zijn, ontgaat een deel van die kringen. Daar hebben ze nog nooit het boekje Dichters in Dordt van de Gemeentelijke Archiefdienst ingekeken, waaraan ik een tijdje geleden aandacht besteedde. Die beperkte blik gaat bijvoorbeeld ten koste van Wim de Vries, om van de generatie hedendaagse Dordtse dichters maar niet te spreken. Of dat jammer is? Ach, wat is het belang van de Dordtse kringen, kun je je afvragen.

 

Niet te ontkennen valt dat de bekendste Dordtse dichters tot nu toe worden gevormd door het trio Buddingh', Eijkelboom en de Vries. Hoe lang het nog zal duren voor daar een stel namen bijkomt weet ik niet, maar gezien de kwaliteiten en aktiviteiten van een aantal hedendaagse Dordtse dichters zou het weleens niet zo lang kunnen zijn voor de Dordtse Drie uitbreiding krijgen. Dat alles doet aan de kwaliteiten van Buddingh', Eijkelboom en de Vries uiteraard niets af, meer aandacht voor Dordtse poezie is ook meer aandacht voor de hunne en dat is langzamerhand wel nodig.

 

Kees Buddingh' is in de Nederlandse letteren in de loop der jaren van de eredivisie naar de eerste gedegradeerd. Veel hebben we het laatste decennium niet over hem mogen vernemen, alle pogingen van het Buddingh'-genootschap ten spijt. De verjaardag van de Blauwbilgorgel deed de belangstelling weer even opleven, maar een grote sprong voorwaarts was het niet. De inspanningen van Wim Huijser, de bezorger van Buddingh's werk, zijn te waarderen en aan hem is het te danken dat de dichter niet nog meer naar de achtergrond verdween, maar van het boek dat hem weer volop in de belangstelling zou kunnen plaatsen, zijn biografie, is nog steeds geen schim aan de horizon te ontwaren. Gelukkig komen binnenkort bij Nijgh en Van Ditmar zijn Verzamelde Gedichten uit, een boek waar ik met belangsteling naar uitkijk, maar dat direct twee vragen oproept: waarom niet bij Buddingh's vaste uitgever De Bezige Bij (waarvan hij zelfs jaren voorzitter was)? En waarom alleen zijn Verzamelde Gedichten en niet zijn Verzameld Werk? Het antwoord op de laatste vraag kan men raden: een kwestie van geld. Nu, Buddingh' heeft meer geschreven dan gedichten en dat wil ik ook in een kloeke dundrukserie op de plank.

 

Wim de Vries, die tijdens zijn literaire leven evolueerde van een arbeider die dichtte tot een dichter die er voor de kost bij arbeidde, verdient meer erkenning dan hij tot nu toe kreeg. In een vroeger weblog heb ik daarover al eens geschreven en in een artikel dat binnenkort wordt gepubliceerd in de najaarseditie van het uitstekende literaire tijdschrift Ballustrada, pleit ik voor de uitgave van zijn Verzameld Werk. Ik ga in dit weblog niet voor de muziek uit lopen, maar lezing van Ballustrada is altijd aanbevolen en zeker in dit geval: http://www.ballustrada.eu.

 

Jan Eijkelboom staat nog behoorlijk in de belangstelling. Hij was de laatste van de Dordtse Drie die overleed en zijn werk wordt nog volop gelezen. Ik hoop dat dat nog lang zo zal blijven, maar bij iedere schrijver is het gevaar groot dat er gebeurt wat Gerard Reve ooit schreef: je wordt nog tien jaar gelezen, daarna noemen ze een straat naar je en word je vergeten. Waaraan hij toevoegde, met zijn kenmerkende ironie: Wie kent nog Tweede v.d. Helst? Ik hoop dat het met Jan Eijkelboom niet zo zal gaan, maar ik kan ook niet in de toekomst kijken. Het lijkt mij evident dat er in de nabije toekomst een biografie van hem moet verschijnen. Dat zou, afgezien van het literaire aspect, nog weleens een spannend boek kunnen worden. Jan was nu eenmaal niet altijd zo'n brave huisvader als Kees Buddingh'.

 

De in Zeeland wonende dichter André van der Veeke steekt in zijn onlangs bij De Contrabas verschenen bundel Rotterdam vertrekt, zijn bewondering voor Jan Eijkelboom niet onder stoelen of banken. In deze zeer consistente, kwalitatief sterke bundel, staan twee prachtige gedichten die aan hem zijn gewijd: Presentatie en Herdenking (opgedragen aan Jan en Roelien Eijkelboom). Het eerste gedicht roept de presentatie van v.d. Veeke's vorige bundel 'Moerasbeest Verdriet' in herinnering. Die gebeurtenis vond plaats in Middelburg. Jan Eijkelboom zou een inleiding houden, maar was enkele dagen daarvoor getroffen door een zware epileptische aanval, waarvan de sporen nog duidelijk aanwezig waren. Het tweede gedicht handelt over de herdenkingsbijeenkomst voor Jan in het Dordrechts Museum, waar zijn weduwe in de tuin het beroemde Tuin Dordrechts Museum voorlas. Voor alle aanwezigen was dat een zeer ontroerend ogenblik.

 

Ik was bij beide gelegenheden aanwezig, waardoor de gedichten op mij wellicht een nog diepere indruk maken dan op andere lezers. De beeldtaal en de stijl die André van de Veeke hanteert maakt de gedichten, ook voor mensen die Jan Eijkelboom in het geheel niet zouden kennen, diep invoelbaar. Dat geldt mutatus mutandis voor de gehele bundel. Ik hoop dat we van André v.d. Veeke nog veel zullen horen en ben daarom verheugd te kunnen vermelden dat binnenkort bij de in Dordrecht gevestigde Uitgeverij Liverse (http://www.liverse.nl) zijn bundel Blauw als ijs zal verschijnen.

 

 



Deel dit bericht met je vrienden!