Historisch nieuws vanuit de Augustijnenhof. Deel 07: Een staaroperatie in 1759
Anthonij den Bandt trouwde in 1743 in de Oude Kerk te Delft met Anna van Nimwegen. Uit dit huwelijk is in 1746 te Dordrecht hun enige kind Anna Maria den Bandt (1746-1790) geboren. We weten dit, omdat Anthonij tot in het kleinste detail de gegevens van zijn gezin en directe familie aan het papier heeft toevertrouwd. Zijn notities bevinden zich in het familiearchief Den Bandt, dat onlangs aan het Regionaal Archief Dordrecht ter bewaring is gegeven.
Onder die notities bevond zich ook de volgende. Anthonij beschrijft hierin dat zijn dochter in oktober 1759 aan haar ogen is ‘geligt’ door een oculist genaamd Wincel. Dat gebeurde ten huize van de in Gorinchem wonende Cornelia Criellaart, weduwe van de in datzelfde jaar overleden Ds. Ludovicus van Zeebergh, predikant van de NH-gemeente aldaar.

Michel Baptist de Winckel
De pas 13-jarige Anna Maria den Bandt was blijkbaar dermate slechtziend dat zij door de oculist (eenoogheelkundige) Michel Baptist de Winckel aan Cataract (staar) moest worden geholpen. Een van de oudst bekende behandelingen was de zogenaamde staarsteek, waarbij men met een naald probeerde de troebele lens opzij te drukken, uit het gezichtsveld. De staarsteek onderging men rechtopzittend in een stoel, waarbij het hoofd van achteren stevig werd vastgehouden. Op hetzelfde moment stak de oculist een scherpe naald in het onverdoofde oog. Men werd geacht zo stil mogelijk te zitten én in de goede richting te blijven kijken, anders kwam de naald op de verkeerde plek terecht. En dat gebeurde nogal eens. Deze methode was riskant en leidde regelmatig tot infecties en blindheid. In de eerste helft van de achttiende eeuw kwam de lensextractie in zwang. Hierbij werd de troebele lens via een incisie in het hoornvlies verwijderd. Waarschijnlijk is de laatste methode toegepast bij Anna Maria.
Het feit dat in twee dagen tijd de beide ogen van Anna Maria werden behandeld, geeft aan dat haar ouders veel vertrouwen in De Winckel hadden. Ongetwijfeld heeft de mening van een zestal Dordtse artsen en chirurgijns over diens activiteiten hiertoe bijgedragen. In het voorjaar van 1758 vroeg hij het Dordtse stadsbestuur toestemming tot het in de stad uitvoeren van oogoperaties, zoals blijkt uit het Dordtse Eedboek. Het stadsbestuur liet zich als volgt adviseren door in de stad praktiserende medici, die aanwezig waren bij een van zijn behandelingen:
Wij Doctors en Chirurgijns binnen de Stadt Dordregt, attesteren dat DHeer de Wencel, Chirurgien en oculist in onse Presentie heeft geopereert de caturacten [cataract=staar] door de Exterpatie [extirpatie=verwijdering] der Humeur Christalinos [lens cristalina=ooglens], aen bijde de oogen van Christiaen Ravendis, woonagtig in 'S Hage oud 70 Jaeren den welken ontrent de Seven Jaer en heeft blind geweest, en door dese nieuwe en goede methode van Opereren is Sijn gesigt volkomentlijk herstelt geworden, tot teecken der waarheijt Soo hebben wij niet konnen weijgeren, dese onse attestatiete verleenen, en deselve met onse Eijgenhandt te onderteekenen. Dato in Dordrecht desen 2e Junij 1758
(was get:)
Gijsbert Beudt, med.a doctor / Johannes Kisselius, med.a doctor / Herman van der Star, ordinaris stads doctor / Willem Visser, mr. chirurgijn / Anthonij van Trigt, mr. chirurgijn / Roeloff Arents, Chirurgus.
De patiënt Christiaen Ravendis heeft de operatie goed doorstaan, anders waren deze prominente medici niet tot dit advies gekomen. Hij werd 76 jaar oud en overleed in september 1764 in zijn woonplaats ’s-Gravenhage (doodsoorzaak: tering ofwel turberculose). Het stadsbestuur verleende Michel Baptist de Winckel op 5 juni 1758 toestemming om in Dordrecht dergelijke operaties uit te voeren.[1]
Drie maanden later vroeg en kreeg De Winckel eenzelfde toestemming in Utrecht, bij welk verzoek hij bewijsstukken overlegde dat hij al in Dordrecht, Haarlem, Hoorn en Enkhuizen had gewerkt. Op basis daarvan werd hem ook aldaar toestemming verleend tot het uitvoeren van deze ingrepen.
Vervolgens diende De Winckel in mei 1759 in Den Haag het verzoek in om aldaar zijn oogoperaties te mogen uitvoeren. Hij gaf daarbij te kennen dat hij zich in het bijzonder bezig hield met het ‘oefenen in het opereren der cataracten in de ogen door middel van de extractie der humeuren cristallina‘.
Bij dat rekest bevindt zich een rapportage van de Stads Medicinae Doctoren en de Dekens en Hoofdmannen van het Chirurgijns Gilde, waarin wordt verklaard dat: ‘dezelve de operatie van de cataracten door het uitneemen van de lenscristallina zeer handig en spoedig heeft geeffectueert, met dat gevolg, dat van de 9 perzoonen de operatie in 4, die in den Hage gebleeven zijn, en die wij hebben kunnen examineeren, van een gewenscht succes geweest is. Het bestuur van het Chirurgijns Gilde geeft dan ook de verzochte permissie, mits zig gedragende na den inhoud van de Gildebrief’.
Oogoperatie in de achttiende eeuw. Instrumenten voor staaroperatie en kunstmatige pupilvorming.
Johann Sebastian Bach en Georg Friedrich Händel

Niet lang voordat Anne Maria den Bandt door Michel Baptist de Winckel aan staar werd geopereerd, onderging de bekende componist Johann Sebastian Bach hetzelfde. In 1750 was zijn gezichtsvermogen zo achteruitgegaan, dat hij besloot zich te laten opereren. Hij koos voor de Britse oculist John Taylor, een fameus kwakzalver. Dat liep slecht af, want Taylors werkwijze was destructief. Zijn aanpak omvatte aderlatingen, laxeermiddelen en oogdruppels met bloed van geslachte duiven, gemalen suiker of gebakken zout. Na zijn tweede behandeling door Taylor kreeg Bach koorts en stierf binnen vier maanden. De componist Georg Friedrich Händel werd in 1758 eveneens door Taylor behandeld. Ook hij werd ziek en overleed niet lang daarna.

Staarsteek uit een achttiende-eeuwsedissertatie (Universiteitsbibliotheek Amsterdam)
Brillen in een boedelinventaris
Het huis waarin Anna Maria den Bandt in 1790 is overleden (Nieuwe Haven 33)Dat de ingreep bij Anna Maria den Bandt, in tegenstelling tot die bij Bach en Händel, wel goed is afgelopen, weten we uit de boedelinventaris die na haar overlijden in 1790 in haar huis op de Nieuwe Haven is opgemaakt. Ze had daar tien jaar met twee dienstboden gewoond en was ongehuwd toen ze op slechts 44-jarige leeftijd overleed. In de inventaris bevonden zich drie zilveren brillen. Die heb je niet nodig als je blind bent geworden, maar je bent wel afhankelijk van een bril als de ooglens is verwijderd of met een staarsteek opzij is geduwd.
De eerste brillenglazen werden gemaakt van het mineraal beril. Hier komt de naam ‘bril’ vandaan. De glazen werden in bogen van bot of metaal, in de hand, voor de ogen gehouden. Vanuit Italië verspreidde de bril zich over Europa. In 1629 werd in Engeland het eerste brillenbedrijf, de Spectral Maker Company, opgericht. De bril was toen al in heel Europa bekend, maar zeer kostbaar.
Anna Maria’s vader Anthonij den Bandt heeft zowel zijn vrouw als zijn dochter overleefd. Hij meldde in zijn notities dat moeder en dochter in de Grote Kerk waren begraven, in het graf van zijn overgrootvader Huijbert van der Graeff, waarvan Anthonij de grafrechten had verworven. Huijbert bewoonde het bekende Dordtse huis Bever-Schaep.
Al met al kunnen we vaststellen dat met reizende oculisten zoals Michel Baptist de Winckel de oogziekte staar in die tijd behandelbaar was, maar wel buitengewoon risicovol. De lezers onder u die voor een staaroperatie staan, zullen vast de tegenwoordige behandelwijze prefereren boven het ‘ligten’ van ogen anno 1759
Bron: Jan Willem Boezeman (Augustijnenhof).
U kunt zich gratis op het cultuurhistorisch e-Zine 'Dordrecht Monumenteel | Dordts Geboren' abonneren op https://augustijnenhof.nl/tijdschrift.

[1]RAD 3.1968.102v (met dank aan Erica van Dooremalen en haar site Dordtenazoeker.nl)