Sven Ratzke danst op een vulkaan in Kunstmin
DORDRECHT - Vorig jaar in november zou zanger entertainer Sven Ratzke met het Matangi-Quartet in Kunstmin optreden. Helaas, door een stevige griep of iets dergelijks ging de voorstelling ‘Dans op de Vulkaan’ toen niet door. Gelukkig werd al snel aangekondigd dat er een ander moment zou worden gezocht. Ik wachtte er niet op en bestelde kaartjes voor de voorstelling in de schouwburg van Gouda. Gelukkig maar, de gekozen inhaaldatum (afgelopen vrijdag 22 maart) paste niet in mijn agenda. Het werd in Gouda een fantastische avond, ik zou bijna mijn lang geleden ingeplande buitenlandse reisje ervoor laten schieten om er in Dordrecht opnieuw naar toe te gaan. Toch maar niet gedaan. Voor deze terugblik put ik nu uit mijn middellange termijn-geheugen, aangevuld met de betrouwbare getuigenissen van de in Kunstmin aanwezige Ratzke-liefhebbers… Één van deze liefhebbers was zowel in Gouda als in Dordrecht. Dankbaar kon ik gebruik maken van haar ervaringen van beide avonden.

Ratzke duikt met het geweldige Matangi Quartet onder in het bruisende Berlijn van de jaren 20 van de vorige eeuw. In het Berlijn van die tijd mocht je nog anders zijn, sexy, queer, het maakte niet uit. En toch, er hing verandering in de lucht, een onheilspellende verandering. Het anders zijn inspireerde, met grote artiesten als Josephine Baker, Anita Berber en Marlene Dietrich. Juist die diversiteit en vrijheidsdrang brengt het beste in Ratzke naar boven.
In dat Berlijn ging Die Dreigroschenoper (Driestuiversopera) in première, van Bertholt Brecht en Kurt Weil. Een sensatie. We kennen allemaal de liederen wel, waarvan ‘Die Morität von Mackie Messer’misschien wel het bekendste is.
Ratzke zingt veel van het duo Weil en Brecht. Nana’s Lied vertelt een ontroerend verhaal over een zeventienjarig meisje dat de harde lessen van de liefde leert:
Mannen, op mijn zeventiende
betrad ik de markt van de liefde
En ik leerde veel.
Er was veel kwaad,
Maar dat hoorde bij het spel.
Maar sommige dingen vond ik wel vervelend.
(Ik ben tenslotte ook maar een mens.)
Godzijdank gaat alles snel voorbij,
Ook de liefde en het verdriet.
Waar zijn de tranen van gisteravond?
Waar is de sneeuw van vorig jaar?
Berlijn 1927
Ratzke begint zijn voorstelling met een sfeertekening van het Berlijn van 1927. Een stad dat niet zozeer een stad was, maar meer een ‘toestand’.
Waar begin je in vredesnaam om dit te beschrijven?
Deze stad. Het is geen stad.
Het is een toestand. Een gebeurtenis.
Van lawaai, stank en geur.
Van licht en mensen.
In alle soorten en maten, in vuil en pracht, in knal en glinstering.
In geluid en rook. Het is een brullend tumult.
Het raast en galmt, duwt en klauwt, van muur tot muur.
Alles beweegt onophoudelijk. Zelfs de daken schuiven heen en weer.
De stad is mijn Berlijn. De stad, dat ben jij. De stad, dat ben ik.
47 theaters, 140 variétéshows, 250 bioscopen, 150 dagbladen. En cafés, restaurants, nachtclubs.
En 4 miljoen mensen. En trams. Auto's toeteren, katten dansen,
Neonlichten, en daarboven de lucht en zeppelins.
De stad is zo nieuw, alsof ze pas een week geleden is gebouwd.
Mijn eerste keer in Berlijn… Nee, wacht, dat vertel ik je later…
(vertaling van zijn openingstekst dat is opgenomen in het album ‘Tanz auf dem Vulkan’)

Na deze bruisende jaren veranderde Berlijn in een stad van de Entartete Kunst. De nazi’s verboden kunst van Joden, kunst waar een ‘links’ luchtje aan hing en vernieuwende uitingen. Grote kunstenaars vluchtten naar andere oorden. Onder hen Bertholt Brecht en Kurt Weill.
Kurt Weil vluchtte naar de Verenigde Staten, via Parijs.
Het is niet zo moeilijk om een parallel van naderend onheil door te trekken naar deze jaren 20, waar kunstenaars en intellectuelen weggezet worden als links en woke. De wind in de Verenigde Staten waait meestal deze kant op. Ratzke wijst er aan het eind van zijn voorstelling ook op. "We zien nu hetzelfde gebeuren. Ik wil u oproepen, als u onrecht ziet, ga de straat op en doe uw mond open.”
Het Berlijn van de twintiger jaren was ook het Berlijn van Ratzkes grootvader, Gerd, die met een vioolkoffer met enkele miljoenen gedevalueerde marken en anderhalve worst door de stad zwierf. De volgende dag was het geld nog maar de helft waard, niet meer dan de prijs van de worst. Ratzke vertelt en zingt erover en doet dat met een grote intimiteit gekoppeld aan bruisende energie.
Youkali
Als een rode draad loopt het lied Youkali van Kurt Weill door de muziekvoorstellingen die we het laatste jaar in Dordrecht voorgeschoteld krijgen. Ik kan niet alles volgen, maar vrijdag klonk deze onweerstaanbare tango voor de derde keer binnen een jaar op een Dordts podium. In het arrangement van Christian Pabst klonk het lied weer als nieuw.
Het lied gaat over een ideaal eiland dat uiteindelijk niet blijkt te bestaan…
Diversiteit
Ratzke weet op een onnavolgbare manier een atmosfeer te creëren waarbij iedereen mag zijn wie hij of zij wil zijn. Hij is de performer die het hele podium ‘bezit’, terwijl het Matangi Quartet een strakkere rol op zich neemt. Schijnbaar minder aanwezig. Maar schijn bedriegt. De muzikaliteit van de show is groots.
Muziektheatervoorstelling ‘Dans op de Vulkaan’.
van Sven Ratzke en het Matangi Quartet
Nog te zien op 15 april in Leiden en 29 mei in Den Haag