Burgemeester Nanning Mol opent vergadering 10 maart met gedicht ereburger Jan Eijkelboom
DORDRECHT - Burgemeester Nanning Mol opent op dinsdagmiddag 10 maart om twee uur de vergadering van de gemeenteraad met het voordragen van een gedicht van ereburger en dichter Jan Eijkelboom. Op deze eervolle wijze wordt stilgestaan dat het 1 maart een eeuw geleden is dat de ereburger werd geboren. Eijkelboom overleed in 2008 en werd bijna 82 jaar.
Dordtse historische kalender
Het is dit jaar een kwart eeuw geleden dat Jan Eijkelboom de eerste stadsdichter werd. Daarom heeft Eijkelboom twee vermeldingen op de Dordtse historische kalender.
Afgelopen weekend werd door stichting De Stad een eerbetoon aan Jan Eijkelboom georganiseerd in de Trinitatiskapel. Wethouder van cultuur Joost Veldman sprak daar namens het gemeentebestuur. Hij noemde de honderdste geboortedag een prachtige gelegenheid om de dichter weer tot leven te wekken.
Aandacht voor dichter
Veldman is blij dat burgemeester Nanning Mol als voorzitter van de gemeenteraad aandacht zal besteden op 10 maart aan dichter Eijkelboom: "de burgemeester is met Jan Eijkelboom bekend, want hij droeg eerder in schouwburg Kunstmin een gedicht van hem voor tijdens de lancering van het nieuwe stadsmerk: Het begint in Dordrecht."
De gemeenteraad van Dordrecht besloot op 9 april 1991 Jan Eijkelboom tot ereburger te benoemen. Die plechtigheid was in dezelfde vergaderzaal van het Stadhuis waar de raad dinsdag 10 maart bijeen komt. 'Zijn leven lang dichter bij Dordt' was de tekst op de gouden erepenning voor ereburger Eijkelboom. Die zin op de penning past bij een uitspraak van de dichter in 1977 in het Dordtse literaire blad Letteriek: "In Dordt zie ik een portret van mezelf en in mezelf zie ik een portret van Dordt."
Busjes van gemeente
Wethouder Veldman stelde ook bij de herdenking vast: "Wie in Dordrecht woont kan niet om dichters en hun teksten heen. Jan Eijkelboom natuurlijk, maar ook vele anderen. Teksten van Eijkelboom staan op busjes van de gemeente, op de binnenkant van enveloppen en op gevels. Zo verleiden we Dordtenaren de tijd te nemen zich te verdiepen in een dichtregel, in een andere gedachte, in een andere wereld."
Wat blijft komt nooit terug
De eerste vastlegging van de literaire betekenis van Jan Eijkelboom kreeg in april 1981 vorm vanuit de gemeente. Toen werd besloten om een dichtregel van Jan Eijkelboom voor eeuwig vast te leggen. In de kademuur van het Damiate Bolwerk nabij het Groothoofd werd in hardsteen de zin gebeiteld: "Wat blijft komt nooit terug".
Voor Jan Eijkelboom was de locatie waar de poëzie werd vastgelegd heel vertrouwd. Hij schreef in een bedankbrief in april 1981, die bekend werd gemaakt in het kader van de herdenking van zijn honderdste geboortedag: "Ik heb er goede persoonlijke herinneringen aan. Het is een mooi punt om te mediteren. Ik beschouw het plaatsen van die regel als een eerbetoon."
