Dichtregel Jan Eijkelboom "Wat blijft komt nooit terug" houdt in kaderand 45 jaar herinnering wakker
DORDRECHT - Het is binnenkort 45 jaar geleden dat de toen gemeentelijke Culturele Raad (CR) besloot om Dordtse dichter Jan Eijkelboom ,,eeuwig" te eren. Op de kaderand van het historische Damiate bolwerk - in het zicht van het water - kwam in hardsteen de titel van zijn eerste bundel: ,,Wat blijft komt nooit terug". In de geschiedenis van Jan is het een bijzondere plek. Enige tijd na zijn overlijden en crematie in maart 2008 werd op die plek de as van Jan aan het water toevertrouwd.
* Foto Ad Molendijk in beeldbank gemeentearchief van ereburger Jan Eijkelboom
Herinnering aan hoe Damiate bolwerk was
Het roept een herinnering op ook aan hoe het Damiate bolwerk er tot 1970 bij lag totdat de gemeente nieuwbouw op die plek toeliet. Protesten vanuit de stad werden genegeerd. De punt wordt verpatst, was de tekst op een spandoek.
De eerste bundel van Jan Eijk ,,Wat blijft komt nooit terug" ademt de sfeer van herinnering. Het biedt 47 gedichten. Als dichter wordt hij aatbloeier genoemd.
Zijn eerste bundel kwam immers pas in 1979 uit. Hij was toen 53 jaar. Daarvoor was hij met name bekend als journalist bij Vrij Nederland (VN), Het Vrije Volk (HVV) en dagblad De Dordtenaar. Ook schreef Jan historie als eerste voorlichter van de gemeente Dordrecht. Hij begon in een kamer in het Stadhuis en verhuisde mee naar het (nieuwe) Stadskantoor in 1969 aan de Spuiboulevard.
1926-2026
De honderdste geboortedag (1 maart 1926) is bijna achttien jaar na het overlijden van de ereburger in de stad niet vergeten. De stichting de Stad zorgt op zaterdagavond 28 februari vanaf 8 uur voor een herdenkingsprogramma in de Trinitatiskapel. Kaarten zijn te bestellen via de website van de stichting de Stad.
* Foto beeldbank / Ad Molendijk: Het Damiate bolwerk tijdens de overdracht van een in de kademuur uitgehakte dichtregel van Jan Eijkelboom 'Wat blijft komt nooit terug' . Op de voorgrond de dichter geflankeerd door twee zonen. Links het Groothoofd, rechts de Kuipershaven. Datering foto archief 25 januari 1982. Dat was al meer tien jaar na de verdwijnen van het historische Damiate bolwerk, dat in het geheugen van Dordt minder is blijven hangen dan de sloop van het oude Postkantoor. Bij de plechtigheid en te zien op de foto architect Theo van Halewijn, die met zijn vrouw Hanneke goed bevriend was met Jan. Ook te zien: Ton Delemarre en wethouder Nico Lamers
Bewuste keuze van dichter Jan Eijkelboom
Voor de kaderand langs het kruispunt waar de rivieren de Oude Maas, Beneden Merwede en Noord samen komen, heeft Eijkelboom bewust gekozen. Hij wilde de woorden hier graag laten uithakken, nadat hij de riooluitgangen van de grote huizen aan de Wijnstraat had ontdekt. Hierin waren de namen van de huiseigenaren gehakt.
Jan Eijkelboom koos ervoor zijn naam juist niet te laten uithakken. De dichter vond dat de woorden ‘wat blijft komt nooit terug’ niet van hem waren, maar van iedereen. Steenhouwers David Kindersley en Lida Lopes Cardozo hakten - namens natuursteen bedrijf Van der Mijle - de dichtregel een jaar na het besluit uit in het hardsteen. In 1970 was er 20 juni nog een actie redt het historische Damiate Bolwerk. De gemeenteraad wilde ruimte geven aan een nieuwbouwplan, waarvoor verdedigingspunt moest wijken.
* Historisch beeld van cultuur ambtenaar Ton Delemarre meer dan veertig jaar geleden toen de gemeentelijke culturele raad (CR) steeds meer onder politiek druk kwam te staan. Jan Eijkelboom en C.Buddingh' draaiden in een commissie van de CR mee: de sectie Letteren onder leiding van voorzitter Ad de Kool.
Ton Delemarre (93 jaar)
Onlangs besloot Ton Delemarre (nu 93 jaar) de brief bekend te maken. Daarin wordt de motivatie van Jan Eijkelboom voor de plek Damiate bolwerk verduidelijkt. Zijn brief is gedateerd op 29 april 1981. Delemarre kreeg de post van Jan in zijn rol als secretaris van de CR.In de biografie van Kees van 't Hof over Jan Eijkelboom wordt er geen melding van gemaakt.
Delemarre kende Jan goed en was al bij de gemeente als beeldbepalend (cultuur) ambtenaar werkzaam in de jaren zestig van de vorige eeuw, voordat Jan Eijkelboom geschiedenis schreef als eerste gemeentelijke voorlichter.
Het besluit voor het uithakken van de zin uit de eerste dichtbundel werd in april 1981 genomen. Het paste binnen de door de gemeenteraad aan de CR overgedragen bevoegdheden.
Henri van Nes
Beeldénd kunstenaar Henri van Nes - ook bekend in kringen van teekengenootschap Pictura - was in 1981 als eerste met idee bij Jan Eijkelboom gekomen om een zin uit zijn werk te vereeuwigen, ,,Ik vind het leuk dat het plan doorgaat, omdat ik goede persoonlijke herinneringen heb aan dat punt. Ik zat er zondags als jongeling vaak over de rivier te kijken als ik eigenlijk in de kerk had moeten zitten. En ik vind het daar nog steeds een mooi punt om te mediteren."
Dat past bij uitspraken van Jan zoals dat hij als kind erg gelukkig is geweest in zijn Dordtse tijd. Een mooie bank voor het Damiate Bolwerk was in 1981 in de brief een wens van hem. Daarbij past anno 2006 de mogelijkheid om via bijvoorbeeld een QR code juist op die plek gedichten te kunnen beluisteren van Jan Eijkelboom.
* Foto uit gemeentelijke beeldbank: Familie Eijkelboom; jongetje links is de latere dichter Jan. Datering rond 1929. Jan heeft altijd zijn Dordtse jeugd als plezierige tijd onder woorden gebracht.
Gereformeerde Bavinckschool
Jan was als twee jarige jongen in 1928 in Dordrecht komen wonen. Het was nog een eiland met veerdiensten. Alleen wie koos voor het vervoer met de stroomtrein kon drie richtingen op.
Vader Eijkelboom was hervormd op gereformeerde grondslag. Dat staat in de boeken als de gereformeerde bond in de hervormde kerk. De Augustijnenkerk geldt in de historische binnenstad als de belangrijkste thuiskerk. Jan's vader was een periode gemeenteraadslid voor de ARP en kerkelijk actief.
Het was een logische keuze dat Jan in de jaren dertig van de vorige eeuw voor lager onderwijs naar de gereformeerde dr. H. Bavinckschool aan de Singel ging. Deze school was daar in 1924 begonnen.
Het logische vervolg was - op grond van het geloof van zijn ouders - dat hij in Rotterdam het gereformeerde Marnix gymnasium ging. Zijn in Dordrecht wonende leraar Nederlands, dr. J. Karsemeijer, was van grote invloed. Karsemeijer werd na de tweede wereldoorlog nog een periode rector van het Chr. Lyceum in Dordt.
Eijkelboom raakte door zijn jeugd in Dordt nauw met de stad verbonden, alhoewel hij soms periodes buiten Dordt woonde en leefde.
* Een passende foto van het onderwijs team van de Bavinckschool met ook het bestuur, waar Eijkelboom de lagere school volgde. De gereformeerde school opende 29 april 1924 de deuren (foto Beeldbank)
* Wijlen Heinz Scheeweiss (1929 - 2002) zette veel literaire zaken op de kaart mede als initiatiefnemer in de kring van de Culturele Raad waaronder het gratis Dordtboek. Dat bracht zeven keer poëzie en proza voor een groot publiek dichterbij.
Blad Letteriek in 1977
Twee jaar voordat hij als dichter voor het eerst een podium kreeg, had hij in 1977 een gesprek voor het literaire Dordtse blad Letteriek. Heinz Schneeweiss en Han van Gorkom (zie foto onderop) vormden toen de redactie.
Han herinnert zich nog dat hij naar het woonhuis van Jan aan het Steegoversloot 58 ging. Han liep eerst een lange gang door - naar schatting dertig meter - om aan het eind daarvan in een keuken terecht te kunnen komen voor het interview.
Dat nam Han met een bandje op. Han vond een zin direct raak van Jan: ,,In Dordt zie ik een portret van mezelf en in mezelf zie ik een portret van Dordt".
Dat verklaarde de dichter in wording direct: ,,Kijk, in ben geëngageerd in mijn dagelijks werk als journalist en in mijn gedichten ben ik geëngageerd met mezelf". Dat was dan niet honderd procent zo erkende hij direct. ,,In het gedicht de Kromme Elleboog zit wel geëngageerdheid. " Dat had dan te maken met het gegeven dat hij als jongeling beleefde hoe die straat helemaal werd afgebroken. Dat noemt Eijkelboom verval.
* Jan Eijkelboom schreef een gedicht over de Kromme Elleboog, die sneuvelde door de uitvoering van het saneringsplan. Hij schreef over verval. Winkelcentrum de Drievriendenhof staat nu op die grond. (foto beeldbank)
Onderwerpen in herinneringen
Weekblad De Groene schreef in 2008 bij zijn overlijden: ,,Zijn onderwerpen vond Eijkelboom in herinneringen – ‘Een herinnerde zomer is altijd mooier dan de zomer waarin je leeft’ –, in zijn woonplaats Dordrecht en het omringende landschap – veel rivieren zijn er in zijn poëzie te vinden –, en in wat hij zomaar zag op straat."
De vraag was in 1977 ook: wat had het kind Eijkelboom willen worden. Hij antwoordt direct: ,,Ik had schilder willen worden, maar mijn vader vond dat niet zo safe. Ik moest dominee of doktor worden. Ik zat op het gymnasium. Maar als het er echt ingezeten had, had ik het wel geworden." Jan Eijkelboom nam op zijn veertiende - in 1940 - afstand van het geloof. Dat noemde hij in 1977 een bevrijding. Markant mag wel worden genoemd, dat de predikant van de Grote Kerk, Idelette Otten, het nieuwe jaar 2026 begon met een serie avonden over het werk van dichter Jan Eijkelboom.
Zijn als emotioneel zwaar beleefde diensttijd tussen 1945 en 1950 komt in veel verhalen rond Jan Eijkelboom ook langs. Het Dordtse gemeentearchief vat dat in woorden van Roel Leentvaar zo samen: ,,In 1947 werd hij uitgezonden naar Nederlands-Indië en leerde het harde krijgsbedrijf kennen tijdens de laatste grote Nederlandse koloniale oorlog. Hij zou deze verschrikkelijke ervaringen levenslang met zich meedragen."
* Eens het hoofdkantoor rond 1972 van dagblad de Dordtenaar toen Jan Eijkelboom er de hoofdredacteur was (foto beeldbank). Hij beschouwde niet als een gelukkige tijd.
Journalistieke loopbaan
Na studie in Amsterdam begon bij Vrij Nederland de journalistieke loopbaan. Dordrecht kwam in 1968 weer in beeld, toen voor het eerst een gemeentevoorlichter werd aangesteld. Vanuit die rol was hij betrokken bij de opening van het toen nieuwe Stadskantoor aan de Spuiboulevard. Jan gaf namens de gemeente dichter C.Buddingh' de opdracht om voor de opening het gedicht Ode aan Dordrecht te schrijven. Dat gedicht Odé aan Dordrecht verdient een verhuizing naar het nieuwe Dordthuis. Dat vervangt in september 2026 na 57 jaar het Stadskantoor.
Twee jaar was Jan Eijkelboom hoofdredacteur van dagblad De Dordtenaar (1972-1974). C.Buddingh' vond die baan passen bij de liefde voor Dordrecht van Ejkelboom, zo erkende Jan later in een gesprek met het Vrije Volk. Het duurde niet lang bij de Dordtse krant. Met een oplage van 30.000 exemplaren was het dagblad de dominante nieuwsfactor in de stad. De Dordtenaar werd soms het Dordtse Algemeen Dagblad genoemd.
* Stichting de Stad met als voorzitter Hendrik Jan Groeneweg zorgde in het verleden voor meer woordfestival, waaraan de herinnering van Jan Eijkelboom was verbonden.
Ruimte te kiezen uit AD pakket
Hoofdredacteur Jan Eijkelboom had op basis van het redactie statuut nadrukkelijk zijn eigen bevoegdheden vastgelegd bij zijn aanstelling. Hij had de ruimte om voor zijn middagkrant te kiezen uit wat dan heette het redactionele (ochtend) aanbod van het AD, zeker op het vlak van het hoofdredactioneel commentaar.
Dordrecht stond toen in de jaren zeventig van de vorige eeuw bekend als een linkse PvdA stad, waarin polarisatie bij de cultuur hoorde. Het was wel zijn partij, maar hij hield de vrijheid van het woord en de persvrijheid hoog.
Hoofdredacteur Eijkelboom zorgde in zijn periode voor meer kunst en cultuur in de krant, zoals via de pagina K. Zijn rubriek Linkerhoek noemde hij in zijn Dordtenaar de rechterhoek.
Dag- en nachtritme bij de krant
Het dag- en nachtritme van de hoofdredacteur was niet afgestemd op dat van zijn directeur. Alcohol gebruik speelde daar een rol bij. Zijn leefstijl paste wel bij de journalistieke wereld in die tijd. Het vak was vaak een manier van leven.
Als geëngageerde journalist voelde Jan zich na De Dordtenaar meer thuis bij het Rotterdamse Vrije Volk. Toen kwam ook zijn dichterschap steeds meer op de voorgrond te staan.
In 1981 volgde de eerste erkenning in Dordrecht met de dichtregel in de kademuur.
Eijkelboom schrijft daarover zelf: ,,Ik beschouw het plaatsen van die dichtregel als een eerbetoon, niet aan mij maar aan de poëzie. En tenslotte zal ik later, als iemand mij weer eens vraagt wat die titel van mijn eerste bundeltje nu eigenlijk betekent, kunnen zeggen: ,,Ik weet het ook niet precies, maar ik heb het ontleend aan een geheimzinnige inscriptie ergens in een Dordtse kademuur"
* Kees van t Hof schreef de biografie over Jan Eijkelboom, die onder de titel Nooit het hele hart uitkwam in 2021. In het Dordrechts Museum overhandigde de biograaf het eerste exemplaar aan de weduwe van Eijkelboom, Roelien Eijkelboom-de Melker. De Dordtse academie speelde bij de totstandkoming van het boek een belangrijke rol. De biograaf zegt dat Eijkelboom een aantal levens heeft geleefd, die hij in het boek in hoofdstukken heeft verwerkt. Van 't Hof werkte zes jaar aan de biografie.
Herinneringen aan dichter/journalist Jan Eijkelboom:
De in de kademuur van het Damiatebolwerk in Dordrecht gebeitelde regel: 'Wat blijft komt nooit terug'.
In de tuin van het Dordrechts Museum het gedicht: 'Tuin Dordrechts Museum'.
Op de muur van 4e Binnenvestgracht hoek Gerestraat te Leiden: het gedicht 'O'.
Laan der Verenigde Naties Dordrecht in de tunnel onder het spoor de tekst: 'Hier baant de laan zich onder het spoor een weg'.
Monument voor de in Nederlands-Indië gesneuvelde militairen in het Westbroekpark in Den Haag de tekst: 'Op welke grond werden ze gelegd in vreemde aarde'.
Naast het Dordrechts Museum werd tussen Vest en Museumstraat een pad naar hem genoemd.
Voor De gouden man werd hem in 1983 de Herman Gorterprijs toegekend;
in 1994 kreeg hij voor zijn hele oeuvre de Anna Blaman Prijs.
In 2003 ontving hij de Jan Campert-prijs voor Heden voelen mijn voeten zich goed.
* Aanblik van het Dordtse Damiate Bolwerk bij het drie rivierenpunt anno 2026. Twee banken van ijzer, geen info over de zin uit het werk van Jan Eijkelboom, een doodlopend plekje. Het uitzicht over Beneden Merwede (rechts), de Noord (vooruit) en de Oude Maas (links) is bijzonder. Herinneringen aan Jan Eijkelboom of straatpoëzie zijn niet te ontdekken, terwijl voor hem de plek als kind al heel bijzonder was als hij spijbelde op zondagmorgen.







