Terug brengen van Joods verleden van Dordrecht lijkt altijd kwestie van lange adem te zijn
DORDRECHT - Het meer zichtbaar maken van het Joodse leven van Dordrecht, dat werd vernield door de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog, lijkt steeds een kwestie van een lange adem te zijn.
De gemeenteraad nam in februari 2022 unaniem een motie aan:
Bij de herontwikkeling van de Grote Markt zorg te dragen voor een duidelijke verbinding met de historie van de (voormalige) joodse buurt en het culturele leven daar.
Vier jaar
Inmiddels zijn we bijna vier jaar verder. Als het klopt, komt er nog dit jaar meer informatie over hoe de motie kan worden uitgevoerd. De stichting Joods overleg met als gangmakers Bertie Rodriguez en Jan Troost vraagt met regelmaat over meer duidelijkheid.
Veldhuijzen
De uitspraak toen van de unanieme gemeenteraad was ook niet zomaar uit de lucht komen vallen. Pakweg twintig jaar geleden had de toenmalige wethouder Govert Veldhuijzen namens het stadsbestuur de toezegging gedaan, dat bij de toekomstige plannen voor de herontwikkeling van het gebied Grote Markt ook een duidelijke verbinding zou worden gemaakt met de na de oorlog gesloopte Joodse buurt.
Ambtelijke
In een ambtelijke notitie van 2021 werd daaraan geen aandacht besteed. Het verleden van Dordt en de Dordtenaren bleek vergeten te zijn in het ambtelijk geheugen.
Vergeten
Het vergeten van het Joodse verleden van Dordrecht lijkt van alle tijden te zijn. De in januari 2012 overleden kunstenaar Ger Boonstra (68) zette als eerste het Joodse verleden van Dordrecht na de Tweede Wereldoorlog terug op de kaart. Hij organiseerde in buurthuis de Keet in Sterrenburg in 1985 – dus veertig jaar na de bevrijding – een expositie. Daarmee bracht Boonstra iets in beweging. Tot dat moment namen Dordtenaren misschien alleen maar waar dat na de oorlog alleen maar symbolen van de Joodse buurt verdwenen, zoals de synagoge, het badhuis, het woonhuis van de Rabbijn en de Joodse school.
Saneren
Vooral door het besluit van de gemeenteraad van januari 1962, om de binnenstad te saneren voor wegen en pleinen, werd veel gesloopt. De economische ontwikkeling voor de toekomst was dominant. Na 1985 kwam er een boek over het verleden van onze Joodse Dordtenaren, een gedenkteken in de hal van het Stadhuis en een herdenksteen aan de gevel van het Stadhuis en later ook een plaquette bij de Grote Markt. Rabbijn Dasberg kreeg een straat naar zich genoemd achter de Grote Markt. Zijn opvolger Katan werd vernoemd op algemene begraafplaats Essenhof en zijn pad loopt tot het punt waar de Joodse begraafplaats aan de Nieuwe weg in beeld komt. Deze begraafplaats werd in 1871 geopend.
Stolpersteine
De stichting Stolpersteine bracht met Gert van Engelen veel verborgen (persoonlijke) verhalen weer te voorschijn. De website blijft als documentatiecentrum op internet in de lucht.
Telling
De stichting Joods overleg wil Joods verleden blijvend zichtbaar maken. In het verleden ligt nog veel verborgen.
In 1930 woonden er volgens een telling nog 322 Joodse mensen in de stad. De Joodse begraafplaats aan de Nieuweweg toont op zerken nog namen van Dordtenaren die zeker voor de Tweede Wereldoorlog zeer bekend waren in de stad.
Na de oorlog en de vernietiging door de nazi's van 221 Joodse medeburgers werd het stil. omgebracht. Daarom zijn in de hal van het Stadhuis hun namen ook te lezen. Scholieren van het Johan de Wittgymnasium adopteren jaarlijks weer het herdenkingsmonument.
Geheugen
Mede dankzij hem en publicaties van zeker archiefcentrum DiEP en activiteiten van het Nederland - Israëlgenootschap in Dordrecht telt de Joodse geschiedenis die bij Dordrecht hoorde, weer wat mee in het collectief geheugen van de stad Dordrecht.
Landelijk
Het landelijk Joods historisch museum belicht de geschiedenis van Dordrecht en de Joodse stadsgenoten op de volgende wijze: in 1670 legde de eerste jood in Dordrecht de poorterseed af. Rond 1700 waren er drie joden lid van het grote koopmansgilde. Een document waarin sprake is van een georganiseerde joodse gemeente dateert van eind 1728 en bevat onder meer enige reglementen. Een kleine tien jaar later werd de joodse begraafplaats buiten de Sluyspoort in het Wilgenbos werd in aangekocht en in 1739 werd in het voormalige klooster Mariaborn een synagoge gevestigd.
Negentiende eeuw
De joodse bevolking van Dordrecht nam gedurende de gehele negentiende eeuw toe. Naast het kerkbestuur was ook een armbestuur actief, dat door verschillende instanties gesteund werd. Twee vrouwengenootschappen droegen zorg voor onderhoud van de synagoge en aankoop van benodigdheden. Verschillende liefdadigheidsorganisaties hielden zich bezig met de zorg voor weeskinderen, ouden van dagen en vluchtelingen. Ook ander maatschappelijk en cultureel werk werd door verschillende organisaties verricht.
Zowel een vrouwen- als een mannengenootschap hielden zich bezig met de studie van Jodendom en Tora. In de twintiger en dertiger jaren van de twintigste eeuw bestond er een kleine zionistische beweging en een contactcommissie voor de diverse joodse verenigingen in Dordrecht onderling.
Slachtoffer
Gedurende de eerste bezettingsjaren werden de joodse inwoners van Dordrecht het slachtoffer van dezelfde beperkende maatregelen, die ook elders in het land genomen werden. De deportaties uit Dordrecht begonnen in de tweede helft van augustus 1942. Verreweg het grootste deel van de Dordtse joden werd weggevoerd en vond de dood in de concentratiekampen. Enige tientallen joden hebben de oorlog overleefd. Het interieur van de synagoge is door de Duitsers geplunderd, het meubilair is tijdens de hongerwinter gebruikt als brandstof. De Torarollen bleven gespaard en werden mee in veiligheid gebracht door een predikant.
1947
De overblijfselen van de synagoge zijn in 1947 verkocht. Het gebouw werd vervolgens in 1965 afgebroken. Tot 1987 zijn er nog op verschillende plaatsen godsdienstoefeningen gehouden, daarna is de Dordtse joodse gemeente bij die van Rotterdam gevoegd.
Metaheerhuisje
De gemeente Dordrecht nam in 1999 het beheer van de Joodse begraafplaats over en restaureerde het metaheerhuisje. Dit werd begin oktober 2001 heropend, waarbij tegelijkertijd een gedenkplaat werd onthuld.
Het wachten is anno 2025 op wat er in het gebied Grote Markt terug kan keren. De hoop is dat het herinneringen kan voeden, die door de Tweede Wereldoorlog en de naoorlogse sloop zijn vernield.