Orchest-Vereeniging Dordrecht bespeelt het hemelse leven in de Wilhelminakerk.
DORDRECHT - Wat kan ik nu nog toevoegen aan de schoonheid van de Vierde symfonie van Gustav Mahler en wat er allemaal al over geschreven is? Dagen worstelde ik met die vraag voordat ik ook nog maar een fractie van een eerste zin uit mijn ‘digitale’ pen gewrongen kreeg.

De Orchest-Vereeniging Dordrecht kondigde al vorig jaar aan dat op zaterdag 29 maart de Vierde Symfonie van Gustav Mahler (1860 – 1911) zou worden uitgevoerd. Direct onderstreepte ik de datum in het vet, met rood en cursief in mijn digitale agenda. Zoiets in Dordrecht? Dan mag je dat niet missen.
Nu voel ik me wel ietwat oneerbiedig gedragen richting het andere stuk dat werd gespeeld, het mij onbekende concertino voor Piccolo en strijkers, van Allan Stephenson. Iedereen die hier hard aan gewerkt heeft: excuses. Excuses vooral aan Wendy Barten, lid van het orkest en solist bij dit concert. Maar ook dank, om mij kennis te laten met een muziekstuk vol opgewekte energie. Maar in alle eerlijkheid, het ging mij zaterdagavond om die magistrale vierde symfonie.
Poco Adagio
Lang geleden, ik weet niet of het met een gemoedsgesteldheid te maken had, vroeg ik me af wat ik als muziekliefhebber nu aan muziek op mijn eigen uitvaart zou willen laten klinken. Mijn Cd-verzameling vulde ik in die tijd vrijwel uitsluitend nog aan met klassieke muziek. Mahler had ik net ‘ontdekt’.
Vanuit mijn beperkte muzikale kennis dacht ik altijd dat deze Weense componist voor mij een brug te ver was. Tot ik een aantal van zijn liederen hoorde. Ik waagde de sprong en kocht een cd-box met zijn symfonieën. Leonard Bernstein dirigeert de New York Berliner… De wereld barstte open.
Als een rechtgeaarde structurele systeemdenker begon ik met de eerste symfonie om dagen later de laatste cd in mijn speler te schuiven. Ik was verkocht. Mijn ‘uitvaartlijstje’ kon worden bijgesteld. De Adagio’s van de vierde en vijfde werden eraan toegevoegd. Mijn nabestaanden gaf ik alvast de waarschuwing: ik hoop nog wat jaartjes mee te gaan, maar als het zo ver is, het wordt een lange zit. Later viel het ‘Poco Adagio’ uit de vierde om pragmatische redenen af. Mijn kleinkinderen hebben veel voor hun opa over maar 20 tot 25 minuten rustig stil zitten met Mahler zie ik ze niet zo snel volhouden…
Sinds zaterdag ben ik weer geswitcht. Je wil je nageslacht toch iets onvergetelijks meegeven.

Het Hemelse Leven
Eind Negentiende / begin Twintigste eeuw was Mahler een ‘wereldberoemde’ kunstenaar. Hij dirigeerde de grootste orkesten en componeerde zijn eerste symfonische werken. Vanaf 1900 zocht hij in de zomermaanden de rust op. Hij vond een mooie plek aan een meer en liet een huis bouwen. In het tuinhuisje kon hij rustig werken. De vierde symfonie was het eerste resultaat. Er zou nog veel meer volgen.
Deze vierde symfonie wordt wel gezien als de meest toegankelijke van de tien die hij voltooid heeft. Het is de favoriet van onder meer Simone Vestdijk. Toen Ramsey Nasr onze dichter des Vaderlands mocht zijn, schreef hij juist over deze symfonie een lang lyrisch gedicht.
In het eerste deel wanen we ons direct op een hemelse alpenweide. De huppelen als lammetjes achter de strijkers en blazers over de velden…
Voor zover je je dat bij een somberman als Mahler kunt inbeelden zou je denken hij bij het schrijven van dit eerste deel in een opperbeste stemming hebben verkeerd. Er klinkt een vrolijkheid en een lichtheid die we niet zo gewend zijn. En toch lees ik hier en daar dat ook in deze periode hij niet echt de vrolijke noot in huis was.
Het tweede deel biedt een heel ander beeld. Oorspronkelijk heette dit deel “Freund Hein spielt auf”. Afgelopen zaterdag bespeelde concertmeester Mieke Poppen speciaal voor dit deel een viool die een toon hoger gestemd was. Vestdijk vindt het “de mooiste dodendans ooit geschreven”. De extra viool die Mieke Poppen bespeelde was overigens heel genereus in bruikleen gegeven door de Dordtse vioolbouwer Jan van der Elst.
Tsja en dan volgen nog dat poco adagio en het lied ‘Das himmlische Leben’. Ik ga nu maar even niemand citeren maar mijn eigen verhaal optekenen. Het derde deel is voor mij één van de mooiste adagio’s die ik ken. Het mag dan wel 20 tot 25 minuten duren, tegen de tijd dat magere Hein aan mijn tenen knaagt, zijn mijn kleinkinderen geduldige volwassenen en zullen ze genieten van mijn keuzes.
Mahler sluit zijn symfonie af met het lied Das himmliche Leben dat hij eerder had gecomponeerd binnen de liederencyclus Des Knaben Wunderhorn. Een kind bezingt met de stem van een sopraan in een visioen de hemel. We dansen, springen, zingen, eten en drinken dat het een aard heeft. Wil je ree, wil je haas? Het loopt je gewoon tegemoet. Voor mij is het ook een tafereel zoals ik dat vroeger thuis zag als mijn jongste dochter thuis kwam van sporten. “HOOOOIII” klonk het eens bij de opengegooide keukendeur. Hoe was het? Werd beantwoord met “HARTSTIKKE LEUK!!!” “Wat heb je gedaan?” vroeg de resultaatgerichte vader. “ALLES VERLOREN” en de dag verliep in een geruisloze harmonie.
Uit Das himmliches leben:
Geen muziek op aarde
kan met de onze vergeleken worden.
Elfduizend maagden
wijden zich aan de dans!
Sint Ursula zelf kijkt lachend toe,
Cecilia met haar verwanten
zijn voortreffelijke hofmuzikanten!
De stemmen van de engelen
Verwennen de oren!
Dat alles met vreugde, met vreugde vervuld.
Gehoord op 29 maart in de Wilhelminakerk:
Orchest-Vereeniging Dordrecht met:
-Allan Stephenson, Concertino for piccolo and Strings
-Gustav Mahler, Symfonie nr. 4
Pieter van der Wulp, dirigent
Paulien Doolaard, sopraan
Wendy Barten, piccolo
