Een standbeeld voor de ereburgers C. Buddingh' en Otto Dicke, wanneer en waar?
DORDRECHT - De ereburgers van onze stad kunnen we niet genoeg onder de aandacht brengen. Het kroegcollege van Kees Klok onlangs in Visser’s Poffertjessalon ging over de ereburgers Top Naeff en C. Buddingh’. Top Naeff is het meest bekend van haar klassieker Schoolidyllen. Een paar weken geleden schreef ik over haar.
40 Jaar geleden, op 24 november 1985, overleed onze Dordtse dichter C. Buddingh’ nog relatief plotseling. Hij was ter observatie opgenomen in het Gemeenteziekenhuis bij hem in de Bankastraat. Er was geen sprake van levensgevaar en hij leek monter en opgewekt. Kort daarvoor ontving hij zijn schaakvriend Roel Leentvaar nog bij hem thuis. Er was geen darmkanker geconstateerd maar een spastische dikke darm. Zijn vriend had zich erg ongerust getoond, waarna Buddingh’ op zijn eigen onnavolgbaar relativerende wijze hem geruststelde:“Jongen, je zou toch behoren te weten dat ik niets kwaadaardigs in me heb”.
Alweer enkele jaren geleden was de Dordtse oud cultuurambtenaar en dichter Ton Delamarre voor zover ik kan nagaan de eerste die met een voorstel kwam om een standbeeld in Dordrecht te realiseren. Hij zag wel iets in een duobeeld met Buddingh’s vriend en beeldend kunstenaar Otto Dicke. Laatst, toen het muurgedicht van Buddingh ‘Hier op dit eiland’ op de hoek van de Varkensmarkt en het Buddingh’plein plotseling was verdwenen, overgeschilderd in opdracht van een kennelijk niet zo cultuur minnende wooncorporatie, herhaalde Kees Klok die oproep. Het gedicht staat er gelukkig weer. Het wordt nu wel eens tijd voor iets tastbaars en weer is er zo’n herdenkingsjaar. Datum voor de eventuele onthulling: 24 november 2025, Buddingh’s sterfdag 40 jaar geleden.

Buddingh’ de dichter
We mogen C. Buddingh’ wel rekenen tot één van de populaire schrijvers van zijn generatie. Als dichter kennen we hem onder meer van zijn Gorgelrijmen en misschien wel zijn mooiste gedichtenbundel ‘Het houdt op met zachtjes regenen’, waarvoor hij in 1978 de Jan Campertprijs won.
Buddingh’ schreef over alledaagse dingen, in zijn poëzie, zijn dagboeken en in zijn verhalend werk. Maar ook over vergankelijkheid en pijn. De kombinatie van zijn relativerend vermogen, alledaags woordgebruik, gekoppeld aan de soms ook donkere demoontjes die zijn hoofd bevolkten konden tegelijkertijd een lach en een traan veroorzaken. Zelfs in zijn Gorgelrijmen herkennen we die dubbelslag van humor en melancholie.
Buddingh’ was altijd terughoudend geweest in het delen van zijn sanatoriumervaringen. Zowel in zijn poëzie als in zijn dagboeken vonden we zelden iets van zijn TBC-jaren terug. De genoemde bundel ‘Het houdt op met zachtjes regenen’ bracht daar enige verandering in. Hier zien we een dichter pur sang die zijn pijn, pen en groot hart vertaalt in prachtige verzen.
De gedichten ‘In memoriam Gerrit M’ en ‘In memoriam van Beertje van M’, zijn daar voorbeelden van. J. Bernlef schreef in een recensie over de bundel: “de dood gaat als een gek tekeer”. De wanhoop vanwege het verliezen van zijn lotgenoten is in elke regel merkbaar. De laatste regels van het laatste gedicht:
Je weet, Beer, ik ben een vredelievend mens,
bijna even vredelievend als jij was, die net
als ik, geen mug ooit kwaad zou doen, maar soms, als ik
weer aan je denk, heb ik de neiging om een machinegeweer
te stelen, de straat op te rennen en domweg
tussen al die vadsig-blozende gezichten
links en rechts om mij heen te knallen en luidkeels
uit te krijsen: ‘Daar! Daar! Voor wat niemand
beertje heeft aangedaan!’
Hoewel Buddingh’ zich voortdurend vernieuwde als dichter, bleef zijn poëzie altijd herkenbaar. Een kort gedicht dat zo terecht alle bloemlezingen met liefdesgedichten haalt mag voor mij ergens op een muur bij de Bankastraat worden geplaatst:
Eight Days A Week
Als mijn vrouw met de bus naar de stad gaat
hoop ik altijd dat ze halte ziekenhuis instapt:
dan kan ik haar net zo lang nakijken
als wanneer ze halte Vogelplein neemt
en zie ik haar bovendien nog een keer
voorbijkomen in de bus
De poëzie van Buddingh’ bereikte een groot publiek, mede dankzij zijn vele publieke optredens. Collega-dichters konden dat niet altijd waarderen. Ooit schreef Remco Campert over Buddingh’:
Sinds Buddingh’
verwachten veel mensen
van poëzie
een avondje lachen
Dat is geen vooruitgang
geloof ik
maar eerder een stap achteruit
De vraag was of dat avondje lachen nu aan de poëzie van Buddingh’ lag, aan het publiek dat ervan genoot, of van de onnavolgbare presentatie van de dichter. Natuurlijk, de humor was niet ver weg, maar meestal zat er een serieuze ondertoon in. En die humor in de kunst, laten we het asjeblieft niet verbieden.

Buddingh’, de Dordtenaar
Wie Buddingh’ zegt, zegt Dordrecht. Buddingh’ heeft zijn hele leven gewoond in een klein driehoekje van de stad. Geboren en de eerste jaren van zijn leven gewoond in de Riouwstraat. Later verhuisd naar de Bankastraat nr 60/62, een paar honderd meter verderop. Eerder schreef ik al dat ik regelmatig op mijn fiets de Bankastraat af reed en dan even trachtte een glimp op te vangen van de grote Buddingh’. Buddingh’ kende er elke straatsteen. Op het Vogelplein haalde hij bij sigarenwinkel Bogers dagelijks zijn kranten en vulde hij zijn voorraad sigaren en pijptabak aan. Mijn oudklasgenoot Peter Bogers moet hem regelmatig tegen het lijf zijn gelopen.
Buddingh’ was een huismus, gek op zijn vrouw Stientje, zijn zonen Wiebe en Sacha en zijn katten. Schaker en supporter van de voetbalclub DFC. Zelf voetballer en schaker liep ik hem altijd net mis. Mijn Roomse achtergrond duwde me richting de voetbalclub RCD, en schaken deed ik bij Schaakclub Groothoofd, en later bij De Willige Dame. Als Buddingh’ nog had geleefd dan had hij alleen al om die naam van vereniging gewisseld…
Om in alle rust te kunnen schrijven en werken betrok Buddingh’ een werkkamer bij tekengenootschap Pictura aan de Voorstraat. Ook heeft hij een korte periode gebruik kunnen maken van het brugwachtershuisje bij de Leuvebrug. Dat laatste duurde maar even. Het huisje bleek niet voldoende weerstand te kunnen bieden tegen winterkou. Nadat de familie Buddingh’ ook het benedenhuis aan de Bankastraat kon kopen, werd een ruime werkkamer ingericht. Buddingh’ luisterde er graag naar zijn favoriete jazzmuziek en naar de stilte in het huis. Het moment dat vrouw en kinderen naar bed waren en de katten het rondslingerende papierwerk in beslag namen, koesterde hij.

Gorgelrijmen
Dat Dordrecht zijn zoon Buddingh’ nog niet vergeten is, blijkt wel uit de reacties na het brute wegsauzen van zijn gedicht eind vorig jaar. Gelukkig staat het gedicht na veel protesten over de gang van zaken weer op de muur. De Gorgelrijmen zijn op muziek gezet door de Dordtse muziekgroep Dichterbij en online nog steeds te beluisteren. Kunstenaar Katinka van Haren heeft haar gorgelwezentjes deze winter weer uitgestald in haar etalage aan de Voorstraat 175 / hoek Nieuwbrug.
Nu nog het reanimeren van het Buddinghgenootschap en het formeren van een comité die van de gemeente de opdracht krijgt om een standbeeld te realiseren van Buddingh’ in gezelschap van zijn kompaan Otto Dicke. Leden van dat comité? De lijst met potentiële leden is groot: Ton Delamarre, Kees Klok en Bart van Aanholt, Joke Snijders, Katinka van Haren, Hans Berrevoets. Meer geïnteresseerden? Wat betreft de eerste bijeenkomst, in Café Buddingh'?