Kroegcollege van Kees Klok over ereburgers: “We moeten Top Naeff en C. Buddingh’ blijven eren!”
DORDRECHT - Vorige week donderdagavond voelde ik me als een ’supporting actor’ weggelopen uit de bundel Kroeglopen van Simon Carmiggelt. Vanuit mijn ‘uitkijktorentje’ aan de Buiten Walevest wandelde ik voor de tweede keer die dag richting Visser’s Poffertjessalon. De eerste keer om in goed gezelschap een kop koffie te gebruiken met een heerlijk bordje poffertjes. De tweede gang richting mijn oude spijbelcafé en schaaklokaal betrof een ander doel: het kroegcollege van onze Dordtse dichter Kees Klok over twee ereburgers van onze stad, Top Naeff en Kees Buddingh.
Even een kleine omweg, eerst langs de vroegere kazerne van het Korps Pontonniers aan diezelfde Buiten Walevest, waar vader Naeff een deel van zijn werkend leven doorbracht. Ik vervolgde mijn wandeling langs het geboortehuis van Top Naeff aan de Nieuwe Haven, voor zover ik weet de eerstbenoemde vrouwelijke ereburger van de stad. Er was nog wel wat tijd en het bracht me in de juiste atmosfeer.

Lang geleden fietste ik elke week wel een paar keer langs het huis van die andere ereburger, Kees Buddingh, in de Bankastraat en elke keer realiseerde ik me dat ik langs het huis fietste van Kees Buddingh. En ook wist ik inmiddels dat achter die gevel een bibliotheek met duizenden boeken verscholen ging. Buddingh was supporter van voetbalclub DFC en net als ik een schaker. Ik schaakte bij de andere club: Groothoofd, later bij De Willige Dame. Een naam die onze grote stadsdichter had kunnen verzinnen. Voetballen deed ik op Roomse wijze, bij DFC-buur RCD. “Zwartwitte kleuren, niets kan ons gebeuren, juichen de supporters, het is een goal voor RCD” “Cheekacheeka boom hoi” en dat zo nog een paar keer… Jammer genoeg konden we dat niet zo vaak zingen als we tegen DFC speelden …
Ik dwaal af, terug naar de auteurs Naeff en C. Buddingh’. De een vooral bekend om haar proza, en toneelrecensies, de ander om zijn gedichten en dagboeken. De een Rebel en dame en de ander een man met een stem om niet te vergeten. Kees Klok is bij uitstek de man die ons kan meenemen in een verhaal over deze twee literaire grootheden die vrijwel hun hele leven door onze stad hebben gewandeld en gefietst. Kees is historicus, literator, kenner van de literatuur van zowel Naeff als Buddingh’. En ook nog eens goed bevriend geweest met C. dan wel Kees… Over Buddingh’ kom ik op een later moment te schrijven. In dit artikel beperk ik me nu tot de rebelse dame.

Rebel en Dame
De in Dordrecht geboren en getogen Top Naeff was van zeer goede komaf. Vader Johan was commandant bij de Corps Pontonniers, getrouwd met de Dordtse koopmansdochter Anna Vriesendorp. Top groeide als enig kind op in een keurslijf die haar niet goed paste. Rechtop zitten, netjes eten met mes en vork en vrijpostigheden als lezen in bed waren ten strengste verboden. Tegen deze stroom in ontwikkelde Top zich tot een zelfbewust kind, soms zelfs rebels. Haar compensatie vond ze bij haar grootvader, woonachtig in een rijk geornamenteerd huis aan de Wolwevershaven.
In zijn biografie ‘Rebel en Dame’ schetst Gé Vaartjes een beeld van Top Naeff die we wellicht niet zouden verwachten van een schrijfster van het als braaf en een tikkeltje ondeugende ‘School-Idyllen’.
Vader Johan heeft de première van het eerste toneelstuk van Top, ‘De Genadeslag’, in 1899 niet mogen meemaken. Ruim een jaar eerder overleed hij aan de gevolgen van een val van zijn paard. De (toneel)schrijfster Top Naeff was geboren na de lovende tot gematigd positieve reacties. Die première vond plaats in Dordrecht, in ‘De Houten Tent’, ook wel ‘Houten Keet’ genoemd. Kunstmin was er nog niet. Dit theater stond aan de Schuttersweide, wat nu het Beverwijksplein heet.
Kort na haar debuut als toneelschrijfster begon Naeff aan haar ‘School-idyllen’. Als we dit nog eens herlezen, herkennen we Annie M.G. Schmidt, die in haar kinderboeken een anarchistische kinderwereld creëerde, zo nodig voor kinderen om te leren dat alleen maar braaf zijn dan misschien een weldaad is voor ouders en opvoeders, maar dat het ook nodig is om af en toe over ‘het kantje te gaan’.
Na ‘School-idyllen’ volgden in korte tijd nog drie ‘meisjesromans’.
Willem van Rhijn, medisch student en later huisarts, was in alles een tegenpool van Top, saai, stijf en geen enkele belangstelling voor toneel en literatuur. Ze leerden elkaar op de tennisbaan (waar anders?) kennen in de periode dat Top werkte aan ‘School-idyllen’. In het huwelijk dat in 1904 volgde, spatte de hartstocht er al vanaf het begin niet echt van af. Misschien waren de karakterverschillen te groot.
Dordrechtse Courant
Een jaar eerder was Top Naeff al aangesteld als toneelrecensent van de Dordrechtse Courant, een belangrijk moment in haar leven. Ze ontwikkelde zich tot een toonaangevend toneelcriticus met een scherpe pen… In 1914 werd ze aangesteld als redacteur en toneelcriticus bij de Groene Amsterdammer waar ze ongeveer zes jaar aan verbonden bleef.
Even terug naar het inspirerende kroegcollege van Kees Klok. Zoals gemeld spatte het huwelijk van Top Naeff en haar wat saaie huisarts niet van de hartstocht. Dat had een reden. Kees vertelde over de in zijn ogen platonische liefde tussen Top Naeff en de grote Nederlandse acteur en regisseur Willem Royaards. Het tweetal leerde elkaar in 1907 kennen bij een uitvoering van de Elckerlic, waar Willem de hoofdrol en Top een bijrolletje in speelde…
Naast het verre van bruisende, meer kabbelende huwelijk leefde Top in de spannende omgeving van letteren en toneel. En de dominante Willem Royaards riep heftige gevoelens bij haar op. Gevoelens die ze uiteindelijk kwijt kon in een uitvoerige briefwisseling en die ze jaren later opbiechtte aan een jongere vriendin. De brieven zijn op haar eigen verzoek na haar overlijden verbrand.
Tijdens het kroegcollege vertelde de altijd goed ingevoerde Kees Klok ervan overtuigd te zijn dat de relatie tussen Royaards en Naeff hoogstwaarschijnlijk uitsluitend een platonische is geweest. Beiden waren getrouwd en met name Top kende de regels van het spel uit de betere kringen. Zoals Gé Vaartjes in zijn biografie schrijft: Ze leefde in één huis met Wim van Rhijn, maar haar hart was bij die andere Willem”.
Top zat gevangen in fatsoensconventies terwijl ze ook een vrouw was die het avontuur opzocht, met haar scherpe pen, tong en creatieve nieuwsgierige inslag.

‘Stadionverbod’
Dat Top’s pen scherp was bleek wel uit een brief van de directie van het Vereenigd Tooneel: “Zeer geachte mevrouw: Hierdoor delen wy u mede, dat wy het in strijd met ons belang achten, U voortaan tot onze voorstellingen toe te laten”. Directe aanleiding was een harde kritiek van Top op hun uitvoeringen… Uiteraard ontstond er een enorme rel die leidde tot een reactie van Amsterdamse wethouders en andere toneelcritici, waarna onze Dordtse ereburgeres weer toegelaten werd tot de voorstellingen van dit toneelgezelschap.
125 jaar School-idyllen
In zijn column riep Kees Thies deze week op de Dordtse jubileumjaren vooral niet te vergeten. Ik heb er één: dit jaar is het 125 jaar geleden dat de eerste druk van School-Idyllen verscheen. Alle aanleiding om extra aandacht te schenken aan de eerste ereburgeres van Dordrecht, de auteur van School-Idyllen, maar ook de auteur van zo veel meer wat de moeite nog steeds waard is.
In een volgend artikel richt ik mij op die tweede ereburger, C. Buddingh’.