Recensie over speelfilm De Jacht op Meral Ö in Filmtheater De Witt
DORDRECHT - De zomervakantie is voorbij en we kunnen weer gezellig op woensdagavond naar Cinefiliaal van filmtheater De Witt voor de premièrefilm van de week. Onze zomerse en opperbeste stemming kunnen we meteen achter ons laten na het zien van de beklemmende film De jacht op Meral Ö van regisseur Stijn Bouma. De film vormt na twee eerdere documentaires de laatste schakel van een trilogie aan films die regisseur Stijn Bouma heeft gemaakt over de toeslagenaffaire. Een speelfilm biedt in vergelijking met meer op informatieverschaffing gerichte documentaires extra mogelijkheden: je kunt verder onder de huid kruipen van betrokken mensen, meer emotionele effecten in beeld brengen. Dat betreft niet alleen de slachtoffers, maar ook de ‘daders’, in dit geval medewerkers van het ambtelijk apparaat dat belast was met de uitvoering van een walgelijk controlesysteem.
De film
Meral Ö, gespeeld door Dilan Yurdakul, is een alleenstaande moeder van twee dochtertjes. Ze redt zich prima totdat ze wordt beschuldigd van toeslagfraude en een bedrag van ruim € 34.000,- moet terugbetalen. Aangetekende Bezwaarschriften zijn niet in het systeem opgenomen en de bureaucratie begint haar te vermalen. In het begin probeerde ik bij te houden hoe vaak de medewerkers van de overheidsdiensten zich verscholen achter de alles bepalende regelgeving. Halverwege stopte ik als kijker daar maar mee. Ook de gedachte ‘waar rook is, is vuur’ domineerde de mentaliteit vanuit betrokken ambtenaren. De controlediensten zoeken in kledingkasten naar aanwijzingen die kunnen wijzen op fraude, houden huisbezoek in de gaten en zien in een vriendin die een pakketje eten komt brengen het bewijs van ‘crimineel’ fraudegedrag. Allemaal geput uit getuigenissen vanuit de documentaires. De beelden uit de auto van Meral waarbij vrijwel voortdurend de regen en de ruitenwissers de grauwe maar o zo overzichtelijke stedelijke omgeving verbeelden, tonen een georganiseerde maar grijze samenleving. Één van de speurders, sociaal rechercheur Ron (Gijs Naber) lijkt nog over enig empathisch vermogen te beschikken, maar wordt door bazen en partner onder druk gezet om voor zijn carrière te kiezen. “Heeft ze schulden? Dan zal ze het er wel naar gemaakt hebben.” Zegt zijn partner en ze drinken er nog een wijntje op. Op zijn werk wordt hij door zijn leidinggevende (Raymond Thiry) onder druk gezet: als je niet levert, kun je je promotie wel vergeten. Zo ontwikkelt zich een overheid en een samenleving die onschuldige mensen op een meedogenloze manier vermorzelt.
Falende Overheid en Politiek
Misschien zijn er stemmen die zeggen: we hebben nu wel genoeg meegekregen van die toeslagenaffaire en de gevolgen daarvan voor de 120.000 slachtoffers. Bij het zien van deze film zeg ik, nee, niet genoeg. Zolang er nog tienduizenden slachtoffers wachten op een volwaardige regeling en zolang verantwoordelijken als oudminister Henk Kamp nog geen enkele spijt heeft getoond, moeten documentaires en speelfilms als De jacht op Meral Ö gemaakt worden. We hebben een parlementaire enquête achter de rug. Honderden artikelen, documentaires, dossiers tonen aan wat er is gebeurd. Er is een samenleving gecreëerd waar we delen van ons overheidsapparaat hebben ingericht als een zo vervloekte voormalige Oost-Duitse veiligheidsdienst, de Stasi. Grote woorden misschien. De getuigenissen binnen dit schandaal bewijzen helaas dat het grote woorden zijn, maar ook realiteit. “Als je maar diep genoeg graaft, vind je altijd wat”. Zo drukt in de film een leidinggevende van de Sociale Dienst de mentaliteit uit van honderden, misschien wel duizenden medewerkers, hiertoe aangespoord door verantwoordelijke politici als de genoemde Henk Kamp en partijen als de VVD en PVV. Het zijn politici die de zaadjes hebben geplant om een nietsontziende volledig doorgeschoten wetgeving te ontwikkelen die het mogelijk kon maken potentiële fraudeurs op te sporen die gebruik maakten van het gecompliceerde toeslagensysteem. En ook nadat onomstotelijk aangetoond was dat het wel meeviel met die fraude bleven de beleidsbepalers achter hun beleid staan, met als overweging dat een sentiment in de samenleving hen ondersteunde. Juist deze bestuurders en politici hebben dit giftige sentiment gevoed met ongefundeerde uitspraken over fraude. Het sleutelwoord hierbij is wantrouwen. Er is vanuit de overheid een wantrouwen gecreëerd richting burgers en grotendeels door de overheid gefinancierde sectoren als zorg, onderwijs en cultuur. Dit heeft een uit de hand gelopen verantwoordingsplicht gecreëerd waardoor onderwijzers, medici, politiemensen afhaken. Waardoor ‘plichtsgetrouwe’ fraudecontroleurs onschuldige slachtoffers in een systeem vermalen, leidend tot armoede, uit huisplaatsing van kinderen enz.
Prinses Laurentien
Als iemand als Prinses Laurentien zich er dan mee gaat bemoeien en mee aan de wieg staat van een oplossingsrichting die juist is gebaseerd op vertrouwen komen er opnieuw tegenbewegingen op gang. De regeling is te ruimhartig en de Prinses zou volgens anonieme klagers grensoverschrijdend, intimiderend gedrag vertonen. Wat er is gebeurd, niemand weet het. Sprekend voor mezelf: gelukkig maar dat ik niet tegenover medeverantwoordelijke beleidsambtenaren heb hoeven zitten. Als Ik de gelegenheid had zou ik ze verplichten om te gaan kijken hoe hun werk Meral Ö heeft vermorzeld.
Een boze film die je in wanhoop en met schaamtegevoelens achterlaat. Om vervolgens na afloop toch ook dat glaasje witte of rode wijn maar weer in te schenken en er een boos stukje over te schrijven.
Gezien in Filmtheater De Witt:
De jacht op Meral Ö, regisseur Stijn Bouma
Kijk op de website van het filmtheater voor de speeltijden